Beroepsgeheim in tijden van terreur

Forse voorstellen maken onze samenleving minder veilig

We leven in woelige tijden. Maatschappelijke zekerheden verdwijnen. Vraagstukken rond migratie en veiligheid kleuren het debat. Moeilijke vragen krijgen simpele antwoorden. Hoe forser, hoe beter. In deze context belandde een krantenartikel op mijn bureau: ‘Sociaal assistenten en OCMW’s moeten terroristen aangeven’. Samengevat en kort door de bocht: hef dat beroepsgeheim op, het maakt sociaal assistenten onzeker bij het aangeven van vermoedelijke terroristen. Als OCMW-medewerker wil ik graag reageren en nuanceren.

Beroepsgeheim
©Karol Franks @flickr

Fierheid en tromgeroffel

Hoera, de oplossing! Bedankt voor de bezorgdheid. Of toch maar niet? Een gevoel van ongemakkelijkheid maakt zich van mij meester. Zucht. Na de berichtgeving over fraude bij de OCMW’s was de merkbeleving al niet van die aard om op het gemiddelde familiefeest met de nodige fierheid en tromgeroffel te worden onthaald.

Een geitenwollensokgehalte is me helemaal vreemd. Als brave belastingbetaler vind ik dat elke euro overheidsgeld goed moet besteed worden. Als ‘die-hard-believer’ van sociaal werk binnen een OCMW, zoekend naar de ziel van de stiel, begeven mijn vingers zich instinctief naar mijn toetsenbord in een poging om de knoop in mijn maag te ontwarren.

Specifieke positie

Ik beken kleur. Ondergetekende is een trotse bezitter van het diploma van maatschappelijk assistent, opgeleid in ontmoetingswetenschappen, beroepshalve handelend in een kader dat leeft van nuance.

“OCMW-sociaal werk is een complex gegeven.”

Als directeur van een OCMW in een centrumstad ken ik het genoegen met een ploeg straffe maatschappelijk werkers te werken. Zoekend, wroetend, worstelend met dillema’s en vraagstukken. Maar altijd bereid te zoeken naar een uniek antwoord voor een unieke situatie. Mag dat? Ja, dat moet!

OCMW-sociaal werk is een complex gegeven. Uniek gepositioneerd in het welzijnslandschap. Zoekend naar evenwichten tussen de rol van de maatschappelijk assistent in een speelveld tussen hulpverlening en controle. Kansen creërend op de frontlijn van het eerstelijnswerk, op plaatsen waar sommige organisaties het al lang opgegeven hebben. Sterk ingebed in een kader waar professioneel opgeleide mensen, dragers van de beschermde titel van maatschappelijk assistent, garant staan voor de opdracht.

Die maatschappelijk werkers  kregen vanuit hun specifieke deskundigheid een beschermde plaats in de wetgeving. Binnen dat wettelijk kader garanderen de professionaliteit en het gebruik van de methodieken uit het maatschappelijk werk een kwaliteitsvolle hulpverlening.

Oordelen over steuntoekenning

Het beroepsgeheim is een belangrijk onderdeel van dat wettelijk kader. Het biedt de kans om aan cliënten helder uit te leggen hoe we omgaan met de dubbelrol op het continuüm tussen hulpverlening en controle.

“Beroepsgeheim is een kans om helder te communiceren.”

Die dubbelrol is niet uit de lucht gegrepen. Steuntoekenning onder welke vorm ook, gaat gepaard met een sociaal onderzoek. Het sociaal onderzoek in een OCMW is geen exacte wetenschap waarbij een aantal parameters of indicatoren samengevoegd worden die telkens tot eenzelfde identiek resultaat leiden. En gelukkig maar. In een sociaal onderzoek motiveert de maatschappelijk werker waarom en op basis van welke feitelijke vaststellingen steuntoekenning al dan niet gerechtvaardigd is.

Is dit gemakkelijk? Neen, maar het creëert een systeem van checks en balances, onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Veilige plek

Het wettelijk kader rond beroepsgeheim vinden we in artikel 458 van het strafwetboek. Dit artikel stelt het bekendmaken van geheimen die werden toevertrouwd omwille van een bepaalde staat of beroep strafbaar. Het gaat hier dus om een zwijgplicht verbonden aan een vertrouwensrelatie. Deze wetgeving geeft aan maatschappelijk assistenten in een OCMW een kader om beslissingen te nemen. Het geeft hen de ruimte om vanuit vertrouwen en op maat van de cliënt, een hulpverleningsrelatie alle kansen te bieden en in openheid te werken met wat er echt toe doet in het leven van de cliënt.

Als we willen dat cliënten weer greep krijgen op hun eigen leven en op een duurzame manier hun plek in de samenleving innemen, is het belangrijk dat ze bij een maatschappelijk assistent een veilige haven hebben. Daar kunnen ze ook de minder rooskleurige delen van hun verhaal op tafel leggen.

Beroepsgeheim doorbreken

Het beroepsgeheim van sociaal werkers is ontstaan om een unieke vertrouwensruimte te creëren waarin cliënten op verhaal kunnen komen. Het is geen vrijbrief om wat dan ook te doen.

De wetgeving voorziet ruimte voor de maatschappelijk assistent om het beroepsgeheim te doorbreken wanneer hij vermoedt dat de cliënt andere personen in fysiek of psychisch gevaar kan brengen, zeker als het gaat om minderjarigen of personen in een kwetsbare situatie die moeilijker voor zichzelf kunnen opkomen (art. 458bis).

“Het beroepsgeheim is geen vrijbrief.”

Wanneer een maatschappelijk assistent bijvoorbeeld vermoedt dat een cliënt met een verstandelijke beperking door haar bewindvoerder financieel benadeeld wordt, dan kan hij het beroepsgeheim doorbreken en dit melden aan de procureur des Konings. En om meteen ter zake te komen: dat kan ook wanneer hij naar aanleiding van een huisbezoek vermoedt dat zijn cliënt in een geradicaliseerd milieu vertoeft waarin terreuracties beraamd worden.

Het artikel 422bis van het strafwetboek op schuldig verzuim versterkt nog het ethisch appél aan de sociaal werker. Wanneer een burger in nood is, is het ieders burgerlijke plicht om hulp te verlenen. Verkeren personen in een reële of potentiële nood, dan mag de sociaal werker niet langs de kant blijven toekijken.

Gebruik wat er al is

In de huidige debatten worden die bestaande historisch opgebouwde kaders al te makkelijk overboord gegooid. Telkens ontstaat de indruk dat de huidige kaders ontoereikend zijn of niet toegepast worden.

“Bestaande kaders worden te makkelijk overboord gegooid.”

Ten onrechte, want in praktijk biedt de huidige wetgeving heel wat mogelijkheden om op te treden. Het is verstandiger om tijd en energie te investeren in de optimalisering van het beschikbaar instrumentarium.

Geen exacte wetenschap

Geen enkel instrumentarium zal leiden tot pasklare antwoorden. Ethiek en deontologie zijn geen exacte wetenschappen. Het juiste is niet hetzelfde als het goede: de wet geeft geen absolute antwoorden op onze ethische vragen, enkel een kader om te debatteren. Dit vraagt inspanning.

Hoe rijmen we dit met de forsheid waarmee het publieke debat vandaag speelt? Complexe maatschappelijke problemen worden gepolariseerd voorgesteld, bij voorkeur in oorlogstermen. Dat kunnen we missen als de pest. Meer dan ooit zijn nuance, uitvoerig overwegen én afwegen noodzakelijk.

Vertrouwen in professionaliteit

De handelingskaders van maatschappelijk assistenten worden steeds meer in vraag gesteld, zeker binnen een OCMW context. De vraag van de cliënt baadt per definitie in wantrouwen. Contractering, fraude, terreurdreiging, opheffen van het beroepsgeheim spelen hierin een rol. Kan het zijn dat onze ver-juridisering zo ver gaat dat we alles willen vatten in een zwart-wit verhaal? Dat we hierdoor de kracht en rijkdom van sociaal werk overboord te gooien?

“Nuance is meer dan ooit nodig.”

Als we onder druk staan, worden fundamentele keuzes in vraag gesteld. Dat mag, maar mag er op basis van bestaande wettelijke kaders ook nog vertrouwen zijn in de professionaliteit van sociaal werkers?

Samenleving minder veilig

Vooraleer we het beroepsgeheim voor maatschappelijk assistenten afschaffen, moeten we eerst zorgvuldig de schadelijke gevolgen in kaart te brengen: er zal geen vertrouwensband meer zijn tussen cliënten en sociaal werkers. Het verhaal van de cliënt blijft ongedeeld en dus onbekend. Sommige erg kwetsbare cliënten zullen geen enkele betekenisvolle band meer hebben met de samenleving en haar instituties.

Preventief werken wordt een lege doos omdat we zonder beroepsgeheim nog maar moeilijk aan de slag kunnen met cliënten die twijfelen, existentiële vragen hebben of een identiteitscrisis doormaken. Zonder het beroepsgeheim zal het OCMW hen niet meer bereiken.

Kortom, het is meer waarschijnlijk dat we met de opheffing van het beroepsgeheim onze samenleving onveiliger maken en het risico op vereenzaming en op radicalisering vergroten.

Motie van wantrouwen

Toch wil de wetgever meer ingrijpend tussenkomen op het terrein. Die motie van wantrouwen veronderstelt dat een sociale dienst zelf geen ethische overwegingen kan maken. Riskeren we het kind met het badwater niet weg te gooien?

Waarom voeren we niet het debat over wat nodig is om in specifieke situaties duiding te geven aan maatschappelijk werkers? Geef hen de ruimte om binnen de grenzen van het huidige, wettelijk kader voldoende overwegingen te maken.

Kan het anders?

Ja, dat kan. Ook binnen onze sociale dienst worstelden we in het verleden met zo’n vraagstukken. We verstrakten onze procedures maar merkten dat deze ‘one size fits all’ geen afdoend antwoord gaf. We moesten iets anders uit de kast halen.

One size fits all geeft geen afdoend antwoord.”

Sinds 2011 zoeken wij naar andere antwoorden. Minder straf, even effectief. In de schoot van de sociale dienst werd in samenwerking met de Thomas More Hogeschool Geel een ethische denktank opgericht. Binnen deze ethische denktank gaan sociaal werkers aan de slag, onder begeleiding van een docent ethiek.

Ze werken samen aan het professionaliseren door de ethische gevoeligheid in het maatschappelijk werk aan te wakkeren, genuanceerd ethisch denken en argumenteren toe te passen en team- en dossieroverstijgende adviezen te formuleren aan de directie. We zoeken hiermee bewust het spanningsveld op tussen enerzijds het instrumenteel-technische (‘doen we de dingen goed?’) en anderzijds vraagstukken over normativiteit (‘doen wij de goede dingen?’).

Pleidooi voor meer vertrouwen

Is dat gemakkelijk? Neen. Lost dit alles op? Ook niet. Is het confronterend? Ja. Leveren dit soort ‘trage vragen’ in complexe situaties een genuanceerd antwoord op? Jazeker. Ook binnen de ethische denktank komen situaties aan bod waar het doorbreken van het beroepsgeheim genuanceerd bestudeerd wordt.

OCMW-maatschappelijk werkers zijn zich heel goed bewust van de impact van hun keuze. Het vraagt alleen een duidelijke visie, voorbij de ‘kort-door-de-bochtredeneringen’. Laat dit in ieder geval een aanzet zijn voor een pleidooi voor meer vertrouwen in de professionaliteit en bestaande handelingskaders van sociaal werkers, in de beroepsfierheid van mensen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen