Wij zijn meer dan een luisterend oor

Sociaal werkers in de ziekenhuizen verenigen zich

Er is in Vlaanderen nog geen beroepsvereniging van sociaal werkers. Of toch. In 2010 stampten een aantal vrijwilligers de Beroepsvereniging Sociaal Werkers Ziekenhuizen uit de grond. Zes jaar later zijn meer dan de helft van de sociaal werkers die actief zijn in een ziekenhuis lid. Wat doen die sociaal werkers? En waarom verenigen ze zich? Spilfiguren Sabine Maene en Dirk Aerts beantwoorden onze vragen.

Sociaal werk ziekenhuis

Waar werken jullie?

Dirk: Ik ben diensthoofd Sociaal en Pastoraal werk van het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Tot begin dit jaar volgde ik patiënten, nu doe ik dat enkel ter vervanging van collega’s. Ik draai wel nog mee in de 24-urenpermanentie.

Sabine: Ik ben sociaal werker in het AZ Sint-Jan in Brugge op de diensten neus, keel en oor, vaatheelkunde en mond-, kaak- en aangezichtschirurgie.

“Een ziekenhuis is een uitdagende werkplek.”

Hebben jullie na je studie bewust gekozen voor een job in een ziekenhuis?

Dirk: Ik deed mijn burgerdienst in het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen. Ik kreeg daar de smaak te pakken. Een ziekenhuis is een uitdagende werkplek, er is veel acuut en afwisselend werk. Na mijn studies heb ik een tijd voor een mutualiteit gewerkt, maar sinds 1987 ben ik in Bonheiden actief.

Sabine: Als kind wilde ik al verpleegster worden. Ik had ook het plan om verpleegkunde te studeren, maar leerkrachten uit mijn middelbare school vonden sociaal werk beter bij me passen. Volgens hen lag dat meer in de lijn van mijn interesses. Ze hadden gelijk. Maar ook ik kreeg mijn zin: ik kwam als sociaal werker terecht in een ziekenhuis.

Maak je werk in het ziekenhuis eens concreet.

Dirk: Karakteristiek aan een ziekenhuis is de snelheid die bepaald wordt door de opnameduur die voortdurend ingekort wordt. Je moet snel aanvoelen wie er voor je zit en zeer snel de vinger op de wonde kunnen leggen.

Sabine: Ik probeer te zien wat een ingreep of ziekte betekent voor iemand. Als sociaal werker kijk je natuurlijk verder dan alleen de patiënt met zijn medisch probleem. Is er familie? Een sociaal netwerk? Is het netwerk ondersteunend of is er een conflict? Zo heeft een patiënt heel wat tijd nodig om een beenamputatie te aanvaarden. Maar zo’n amputatie heeft ook belangrijke gevolgen voor de woonsituatie. Als iemand met zijn rolwagen niet in de lift of zijn woning kan, dan moet er oplossing komen. Ik kijk ook consequent naar de verzekeringen die een cliënt heeft. Is er een hospitalisatieverzekering? Is er een clausule voor ernstige ziekten? Ik informeer en help de papieren invullen

Hoe belangrijk is dat sociaal-administratieve luik van het vak?

Sabine: Je begint geen gesprek met de vraag hoe iemand zijn ziekte beleeft. Zo werkt het niet. Ik probeer altijd praktische dingen eerst aan te pakken. Dat is belangrijk. Het in orde brengen van administratie maakt vaak dat mensen je vertrouwen. Ik hoor patiënten soms zeggen dat ze geen psycholoog nodig hebben. Maar ze zijn wel tevreden als ik de verzekering in orde breng, de papieren van de mutualiteit invul of zorg dat de sondevoeding op tijd geleverd wordt.

“Succeservaringen geven een boost aan het vertrouwen.”

Dirk: En terwijl we daar mee bezig zijn, polsen we verder. Zijn er kinderen? Wat is de relatie met de kinderen? Kleine succeservaringen geven een boost aan het vertrouwen. Administratie die in orde is, is één van die succeservaringen.

Ik vermoed dat je als sociaal werker in een ziekenhuis niet werkt vanop een eiland.

Sabine: Dat is onmogelijk. Na een opname of ingreep verandert er soms veel in iemands leven. Kan een patiënt nog werken? Hoe ga je om met een handicap? Wat als genezen geen optie is? Wat als je nooit meer normaal kan eten? Als sociaal werker heb je medische kennis nodig om die vragen goed te beantwoorden. Die kan aangeleverd worden door collega’s met andere expertises en achtergronden. Multidisciplinair werken is een must.

Dirk: Patiënten krijgen — ik overdrijf niet — soms dertien verschillende disciplines aan hun bed. Er zijn artsen, verpleegkundigen, diëtisten, logopedisten, ergotherapeuten, geriatrisch support team, onco-coaches, pastoraal werker, borstverpleegkundigen, prostaatverpleegkundigen. Noem maar op. En ze hebben allemaal nog eens hun stagiairs. Mensen zien door het bos de bomen niet meer. Wil je iets bereiken dan is samenwerken essentieel.

Wordt er in die multidisciplinaire teams voldoende rekening gehouden met de sociaal werker of blijft de arts dominant?

Sabine: Laat een dokter, dokter zijn. Dokters die gedreven zijn door de wetenschap moet je laten doen. Het is door hen dat we vorderingen maken in de geneeskunde. Maar laat de sociaal werker, ook sociaal werker zijn. En zorg ervoor dat ze goed samenwerken. In die samenwerking moet je je als sociaal werker bewijzen. Het moet voor artsen duidelijk zijn wat je doet in het team. En dan loopt het wel. Dan wordt er geluisterd naar je inbreng.

“Laat een dokter, dokter zijn.”

Jullie gebruiken de termen patiënt en cliënt door elkaar.

Sabine: Ik probeer zoveel mogelijk de term cliënt te gebruiken. Een patiënt ben je immers maar tijdelijk. We werken ook met mensen uit het netwerk van de patiënt, dat zijn sowieso cliënten. Maar in ziekenhuizen spreekt men meestal over patiënten. En dan sijpelt het ook op andere momenten binnen…

Waarvoor sta je dan als sociaal werker in het ziekenhuis, waar maak je het verschil?

Sabine: Wij hebben meestal een goed contact met patiënten. Mensen kunnen gemakkelijk bij ons terecht. We werken zonder afspraak en volledig kosteloos. Dat is een belangrijke meerwaarde. Artsen zijn vooral gericht op wat er mogelijk is. Vaak zijn wij degene die zeggen dat een patiënt niet meer verder wil. Blijkbaar kunnen mensen bij ons gemakkelijker met hun vragen en zorgen terecht. Ik voel veel dankbaarheid. Soms beteken je ook veel voor de omgeving. Een moeder die haar enige zoon thuis verzorgt, tot op het laatste moment. Als je dat mee kan organiseren en ondersteunen. Dat is fijn. Mensen waarderen dat.

Dirk: We zijn laagdrempelig voor patiënten en familie. Wij hebben een brede visie op de context van de patiënt. We handelen niet in plaats van de patiënt, wel doen we een beroep op de zelfredzaamheid en de kracht van mensen. Wij proberen mensen te begrijpen.

Naar wat kijken jullie als je een sociaal werker mag aanwerven?

Dirk: Ik vraag steeds hoe zij de meerwaarde zien van een sociaal werker in een ziekenhuis. Dat moeten ze goed kunnen verwoorden. Ook belangrijk is de inschatting of ze stevig genoeg in hun schoenen staan om voor de patiënt op te komen in een multidisciplinair overleg. Je moet positie durven innemen, anders lopen de anderen over je heen.

“Samenwerken is eigen aan een ziekenhuis.”

Sabine: Dat samenwerken is zo eigen aan een ziekenhuis. Dat multidisciplinair werken maakt het interessant om als sociaal werker bij ons aan de slag te gaan. Sociaal werkers in spe moeten het geloof in die meerwaarde uitstralen.

In een ziekenhuis passeert iedereen, van rijk naar arm, wit en zwart.

Sabine: Absoluut. Wat maakt dat wij ons — meer dan veel andere sociaal werkers — moeten richten op die verschillende leefwerelden. Je moet anders praten met een CEO van een bedrijf dan met iemand met een psychische kwetsbaarheid die leeft van een uitkering. Dat zijn twee verschillende werelden. Maar beiden komen wel in het ziekenhuis.

Dirk: Je moet flexibel zijn en telkens opnieuw kunnen inspelen op wie je voor je hebt. Je kan een slecht nieuwsgesprek hebben met iemand die net weet dat enkel nog palliatieve zorgen resten. En het volgend gesprek kan gaan over een bejaarde die dringend een plek in een woonzorgcentrum nodig heeft. Die switch moet je kunnen maken.

Ondanks onze goede sociale zekerheid is er een gezondheidskloof.

Sabine: En ze wordt steeds groter. We kunnen dat natuurlijk niet zelf oplossen. De problemen die aan de grondslag liggen van de gezondheidskloof zijn zo structureel. Dat gaat over onderwijs, opvoeding, werk, uitkeringen… De gezondheidskloof begint niet in het ziekenhuis, die is er al veel vroeger, vooraleer mensen ziek worden. Wij gaan dat dus niet oplossen. Maar we moeten op zijn minst signaleren waar er problemen zijn.

“De gezondheidskloof begint niet in het ziekenhuis.”

Waar halen ziekenhuizen geld om hun sociaal werkers te betalen?

Sabine: Er is geen eenduidige financiering van sociaal werk in de ziekenhuizen. Alleen in de psychiatrie is er een koppeling tussen het aantal bedden en het aantal sociaal werkers. In de algemene ziekenhuizen wordt een deel van de sociaal werkers gefinancierd via het nationaal kankerplan en het RIZIV. In de regelgeving staat dikwijls dat een ziekenhuis om in aanmerking te komen voor een bepaalde zorgfunctie beroep moet kunnen doen op een sociaal werker. Maar dat is voor ons onvoldoende. Want vanaf één sociaal werker heb je al een sociale dienst.

Dirk: Ziekenhuizen financieren ook zelf sociaal werk. Van mijn team met meer dan tien medewerkers worden er maar een zeer klein aantal gesubsidieerd. De rest komt op conto van het ziekenhuis. Dat is goodwill. Keerzijde van de medaille is dat het ziekenhuis daarin gemakkelijk kan snoeien.

Waarom is er een beroepsvereniging voor sociaal werkers in een ziekenhuis?

Sabine: We mogen best fier zijn op ons beroep. We moeten meer uitdragen wat we doen. Beleidsmakers weten niet wat een sociaal werker precies doet. Ze spreken wel over het belang van psychosociale hulpverlening. Maar de invulling die ze daaraan geven, is te beperkt. We doen veel meer. Daarom hebben wij ons als sociaal werkers in de ziekenhuizen verenigd. Een verpleegkundige doet geen sociaal werk, een psycholoog ook niet.

“Om invloed te hebben, moet je je verenigen.”

Dirk: In een ziekenhuis is het behandelen, het curatieve, het eerste wat telt. Op dat vlak zijn sociaal werkers in een ziekenhuis de vreemde eend in de bijt. Daarom hebben ze altijd al energie moeten steken in hun profilering. Maar de laatste jaren wordt dat moeilijker. Er zijn veel nieuwe disciplines bijgekomen, denk aan expertverpleegkundigen en referentieverpleegkundigen. De overheid heeft deze functies gecreëerd zonder duidelijke taakomschrijving. Ziekenhuizen kiezen hoe ze die functies invullen. En daar wringt het schoentje. Iedereen denkt dat hij een ondersteunend gesprek kan doen of een luisterend oor heeft. Maar sociaal werk is meer dan dat. Sociaal werk is een beroep. Niet iets dat iedereen kan.

Er werken zowat 1.000 sociaal werkers in de ziekenhuizen in Vlaanderen. De helft is lid van jullie beroepsvereniging. Heb je het gevoel dat jullie wegen?

Sabine: Om invloed te hebben, moet je je verenigen. Ondertussen hebben we een voet binnen bij de FOD Volksgezondheid. We zijn ook actief binnen een werkgroep van de ziekenhuiskoepel Zorgnet-Icuro. We krijgen gehoor bij Maggie De Block, de federale minister van Volksgezondheid. Sinds dit jaar krijgen we van de FOD Volksgezondheid werkingssubsidies. Dat betekent dat we vooruitgaan. Dat ze altijd rekening houden met ons, dat durf ik niet te zeggen. Maar we staan wel een pak verder dan zes jaar geleden.

Het idee van een beroepsvereniging voor alle sociaal werkers in Vlaanderen leeft al een tijd. Voorlopig neemt niemand het initiatief. Wat is jullie kijk?

Dirk: Ik weet het niet, ik twijfel. Ook al is de grondhouding dezelfde, de context waar je werkt is toch ook belangrijk. En ziekenhuis is anders dan een OCMW, CLB of een justitiehuis. Ga je ze kunnen verenigen? De kennis zal toch verschillen qua domein waar je werkt. Maar als je vraagt of ik lid zou worden? Ja, dat wel.

“Het is goed om als professie gezien en erkend te worden.”

Sabine: Ik ook. Het is goed om als professie gezien en erkend te worden. Er zijn toch veel raakvlakken. Uiteindelijk moet de cliënt -waar je ook actief bent- er goed bij varen.

Jullie hebben niet de ambitie om de focus te verleggen naar andere sociaal werkers?

Dirk: Dat denk ik niet. Maar moest er iemand een initiatief nemen om te komen tot een overkoepelende beroepsgroep van alle sociaal werkers dan staan we daar zeker niet weigerachtig tegenover.

Waar hopen jullie als beroepsvereniging binnen vier jaar te staan?

Sabine: Het zou mooi zijn als we dan een erkende partner zijn voor het overleg rond welzijn en gezondheid, zeker wat betreft het beleid in ziekenhuizen. En dat we niemand nog moeten overtuigen van het belang van sociaal werk in het ziekenhuis. Maar bovenal dat we niet meer weg te denken zijn in het verhaal van de eerstelijnsgezondheidszorg.

Dirk: Het zou goed zijn als de overheid weet wat een sociaal werker doet. Dan zullen ze niet meer telkens opnieuw nieuwe functies creëren die het geheel ondoorzichtig maken. Ze moeten zich afvragen wie van nu al de expertise in huis heeft en die groep uitbreiden.

Jullie hebben grote verwachtingen ten aanzien van de eerstelijnsgezondheidsconferentie die er begin 2017 zit aan te komen.

Sabine: In de voorbereidende werkgroepen van deze conferentie zijn de ziekenhuizen de grote afwezige. Vind je niet dat wij als beroepsvereniging daar een plaats verdienen? Wij werken voortdurend samen met de eerste lijn. Ik denk dan ook dat wij best geplaatst zijn om vanuit het ziekenhuis die belangrijke link te leggen. Als je spreekt over continuïteit van zorg dan kan alleen die sociaal werker op alle vlakken daaraan voldoen.

Nochtans kijkt iedereen daarvoor nu naar de huisartsen.

Dirk: Laat ons een kat een kat noemen. Huisartsen hebben daar de tijd niet voor. Die gaan dat niet doen.

“Geïntegreerde zorg maak je niet waar zonder sociaal werk.”

Sabine: De ervaring met het multidisciplinair oncologisch overleg zijn niet positief. Meestal is de huisarts de grote afwezige. Ik gooi geen steen. Ze geraken er gewoonweg niet, ze hebben er de tijd niet voor. De druk op een huisartsenpraktijk is enorm. Bovendien is de huisarts in eerste instantie ook arts. Laat hen arts zijn. Maar geef die centrale rol dan door aan anderen, wat ons betreft aan de sociaal werker.

Maar dan kom je er niet met 1.000 sociaal werkers. Je zegt dan ook dat er meer volk moet bijkomen.

Sabine: Continue geïntegreerde zorg kan je niet waarmaken zonder sociaal werkers. Zij hebben de kennis en de technieken om die coördinerende rol op zich te nemen. Niemand anders weet beter hoe gezondheid bepaald wordt door omgevingsfactoren. Vermaatschappelijking van zorg is zeer goed maar wie gaat die mantelzorgers ondersteunen? De huisarts? Nee toch. We evolueren naar vraaggestuurde zorg. Wat doe je met de mensen die niet zelf kunnen verwoorden wat ze willen? Kortom, eigenlijk is de sociaal werker de spil. Maar daar moeten we nog veel mensen van overtuigen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen