Innovatief armoede bestrijden

Een traject vertrekt bij een warme tas koffie

Oikonde Leuven reikt in 2017 voor de eerste keer haar prijs ‘De Megafoon’ uit. Een som geld en een stevige portie waardering gaan naar laureaat ‘De RuimteVaart’, een vereniging waar armen het woord nemen. Sociaal.Net verliet haar basis om te landen aan de Leuvense Vaart.

armoede
Sociaal restaurant ‘De Drukkerij’

Wat is De RuimteVaart?

Saskia De Bruyn, coördinator: De RuimteVaart biedt mentale, sociale en fysieke ruimte aan mensen die in armoede leven. Dat doen we vanuit onze uitvalsbasis aan de Leuvense Vaart. We zien ons soms als ruimtevaarders: we vertrekken op missie, samen met mensen die in armoede leven. Oplossingen zoeken we buiten de gekende grenzen. De wortels van armoede zitten stevig en diep verankerd in onze samenleving. Wij proberen het verschil te maken door met de nodige portie durf en heel veel goesting nieuwe wegen verkennen.

“Wij zijn ook ruimtevaarders.”

Hoe doen jullie dat dan?

Daarvoor moet je onze geschiedenis kennen. We bestaan twintig jaar. In 1996 stelde het Leuvense initiatief ‘Wonen en werken’ zich de vraag hoe je vanuit sociale economie mensen uit de vicieuze cirkel van armoede haalt. Er werd een project opgestart voor laaggeschoolde vrouwen die in armoede leven: ‘Leren Ondernemen’. Dit project verzelfstandigde zich en legde zo de basis voor onze huidige werking. Leren ondernemen versterkte kwetsbare vrouwen om hun leven opnieuw in handen te nemen. Armoedebestrijding was het doel, lokale tewerkstelling een belangrijk middel.

Schemert die geschiedenis nog door in de werking?

De positie van de vrouw, ook als trekker van het gezin met kinderen, staat hier nog steeds overeind. Vanuit die basis werden enkele stevige kapstokken uitgewerkt. De genderinvalshoek is overeind gebleven. Toch zijn we ook mannen gaan betrekken in de werking. Zo ontstond onze gezinswerking waar ouders en kinderen naartoe komen om samen te spelen. En hoe konden we de vrijwillige inzet van deze mensen omzetten naar betaalde tewerkstelling? Met onze passie voor gezonde en betaalbare voeding is dat gelukt. We zijn gestart met het sociaal restaurant ‘De Drukkerij’ en een sociale kruidenier. Daar werken nu heel wat mensen, betaald.

“Een sociaal restaurant is een belangrijk startpunt.”

Het sociaal restaurant is jullie uitvalsbasis.

Nieuwe initiatieven ontstaan door te luisteren naar mensen en met hen een samenwerking aan te gaan. Samen willen we deze ruimte invullen, samen willen we armoede uit de wereld helpen. Daar ligt onze geschiedenis die tot op vandaag doorwerkt in ons DNA. Een laagdrempelig sociaal restaurant is dan een belangrijk startpunt. We proberen een huis met een open deur te zijn waar iedereen welkom is. Elke weekdag kan je hier ’s middags komen eten, donderdag is de sociale kruidenier open, de gezinswerking heeft hier haar activiteiten… Tegelijkertijd is er heel veel ruimte om hier gewoon binnen te stappen, een babbelt te slaan of met een voorstel af te komen. Zo hebben we hier een ideeënmuur en een forum. Iedereen die hier komt, kan een idee posten. Met dat idee kan je naar het forum gaan, een vergadering waarop alle mensen van het hele huis worden uitgenodigd. Een idee lanceren, betekent dan mee helpen aan de uitwerking. Voor de uitvoering naar anderen kijken, werkt hier niet.

“Iedereen is welkom.”

Hoe belangrijk is de buurt?

We zijn niet zoals het klassieke buurtwerk strikt gebonden aan de grenzen van een buurt. Eigenlijk gelden hier weinig uitsluitingsmechanismen. Ook daklozen of mensen met ernstige psychiatrische problemen vinden de weg. Maar de buurt is natuurlijk wel belangrijk. De Leuvense Vaart is in volle verandering. De buurt is het zwaartepunt van ruimtelijke vernieuwing en enorme investeringsprojecten in Leuven. Die verschuiving voelen we.

Positief of negatief?

Op een paar jaar tijd staat hier een volledig nieuwe ruimtelijke omgeving. Er zijn nieuwe appartementsgebouwen met nieuwe bewoners. Het is nu de creatieve hub van Leuven met een mix van oorspronkelijke bewoners, nieuw kapitaalkrachtige bewoners en sociale huurders. Ook heel wat mensen die hier niet wonen, vinden ondertussen deze buurt voor eten, drinken, cultuur en theater. In die razendsnelle verandering moeten mensen die hier al dertig jaar wonen hun weg vinden. Vaak blijven dat twee gescheiden werelden. Zo wordt gesproken over ‘de vreemde mensen die de buurt komen innemen’. Omgekeerd geven nieuwe bewoners en gebruikers aan niet te weten dat er mensen in armoede leven in hun buurt. Omwille van de snelheid waarmee deze omslag gebeurt, voelen mensen de veranderingen regelmatig aan als een bedreiging waar ze weinig impact op hebben.

Hoe gaan jullie daar mee om?

Er werd de voorbije periode enorm geïnvesteerd in de materiële transformatie van de buurt. Wij willen in eerste instantie inzetten op het creëren van ontmoeting, verbinding tussen de oude en nieuwe gebruikers en bewoners van de buurt. We proberen te voorkomen dat deze buurt enkel zichtbaar is als creatieve hub. Dat beeld corrigeren we door de kwetsbare mensen die bij ons over de vloer komen of de bewoners die hier al lang leven, zichtbaar te maken. We geven een forum aan onze mensen in deze buurt. Zo tonen ze hun aanwezigheid, talenten en beperkingen.

“We nestelen ons in de veranderende buurt.”

Hoe doen jullie dat concreet?

We nestelen ons in de veranderende buurt. We werken mee aan culturele en sociaal-artistieke projecten. Zo zette we samen met partners artistieke praktijken op aan de Vaart waardoor mensen bij elkaar gebracht worden en zich tegelijk tonen in hun diversiteit en eigenheid. Ook werken we op dit moment samen aan ‘Duik’, een project van het Leuvense toneelgezelschap Max Last. Ze proberen via verhalen op een artistieke manier deze buurt tot leven te brengen. We werken mee aan de voorstelling ‘Brief aan mijn kind’ van Maelstrom, een ander toneelgezelschap. In die projecten leveren onze mensen niet alleen input. We creëren ook ontmoeting door dat aanbod te leren kennen, ernaar toe te gaan, mee te spelen… Sociaal-artistieke projecten maken ontmoeting mogelijk. De aandacht gaat naar wat mensen willen en kunnen tonen, wat ze mooi vinden. In zo’n proces staat niet je kleur of sociaal-economische achtergrond centraal, maar het werk dat je samen creëert. Niet de armoede, maar de mensen staan centraal. De Vaartkom mag gerust een creatieve hub worden, maar het moet en zal ook onze creatieve hub zijn.

De ‘Megafoon’ krijgen jullie voor de samenwerking met een initiatief in de geestelijke gezondheidzorg.

We werken samen met Beschut Wonen Pastya, een organisatie binnen de psychiatrische thuiszorg. Hoewel we in andere sectoren werken en we voor andere doelgroepen actief zijn, herkennen we veel in elkaars werkwijze en visie. Het is die herkenning en de goesting om ruimte te maken voor mensen die vaak niet meetellen, die ons samen bracht. Doordat we laagdrempelig willen werken, zien we hier heel wat mensen die het psychisch moeilijk hebben. We geven hen de ruimte om op eigen tempo een plekje te zoeken en thuis te komen. Mensen kunnen een tas koffie drinken zonder meteen een traject voor de voeten geworpen te krijgen.

“Je kan hier binnenkomen met 10.000 problemen.”

Is dat dan zo bijzonder?

Het is belangrijk om eerst te kijken wat die plek hier betekent voor mensen. Voor velen is dat een eerste keer opnieuw aangesproken worden, op een andere manier dan als hulpvrager. Je kan hier binnenkomen met 10.000 problemen. Maar bij de koffie zoeken we naar wie je bent en wat je drijft. Vandaag ben je iemand die hier koffie komt drinken. Maar morgen heb ik iemand nodig die mee in de tuin wil werken. We gaan dan in gesprek. En misschien houd je de boot af maar dat is dan weer een kans om te luisteren naar wat jij wel graag doet. We doorbreken zo de vereenzelviging van een persoon met zijn problemen. Daardoor krijg je ook heel andere gesprekken met mensen.

Saskia De Bruyn

Maar daarmee heb je nog geen winnend project?

De samenwerking met Pastya is gegroeid vanuit enthousiasme. De Megafoon wil ons ondersteunen om meer dingen samen te doen. Op dit moment is dat nog beperkt, maar wel heel betekenisvol. Zo komen de bewoners en gebruikers van Pastya hier elke vrijdag mee eten. Ze reserveren dan bijvoorbeeld voor tien mensen, maar wij voorzien een tafel van twintig. Het is immers onze bedoeling dat ook andere mensen mee aan die tafel zitten. Vorige week deed iemand daarover zijn beklag. Die tafel moest voor hen alleen zijn. Uit het gesprek dat dan volgt, leer je weer nieuwe dingen. De ene mens heeft angst om mensen te ontmoeten die hij nog niet kent, de andere ziet het al als een uitdaging. Zo’n georganiseerde ontmoeting is een kans om met elkaar te praten en van mening te verschillen. Dat dit hier kan in een veilige context geeft kwetsbare mensen een duw in de rug. Waar ze vroeger enkel met hun begeleider kwamen, vinden ze nu ook alleen onze deur. Je ziet dus één en ander bewegen.

“Veel mensen glippen door de mazen van het zorgnet.”

Hebben jullie dan voldoende expertise om met deze mensen te werken?

Door de samenwerking dragen we expertise over. Zo is het voor ons niet altijd makkelijk om te werken met mensen die psychotisch zijn. In een sociaal restaurant is dat niet evident. Toch willen we er ook voor hen zijn. Wij bieden dan wel een tas koffie aan, maar eigenlijk heeft die bezoeker op dat moment veel meer nodig. Medewerkers van Pastya geven hierover nu vorming en supervisie. Omgekeerd dragen wij onze kennis over armoede over.

Er schuilt in jullie werkwijze kritiek tegenover de klassieke hulpverlening.

We zien hier veel mensen die door de mazen van het zorgnet glippen: mensen in armoede, mensen met psychische problemen… Dat is een rode draad doorheen de werking. Dat zegt veel over hoe groot de gaten zijn in onze zorg- en hulpverlening. Er zijn veel mensen die geen of te weinig hulp krijgen. Dat heeft te maken met wetgeving, structuren, voorwaarden, methodieken, deontologie… De gevolgen van die lacunes zijn hier zichtbaar. Ons sociaal restaurant is ook een belangrijke rustplek voor mensen die psychische of psychiatrische problemen hebben. Dat kan je maar begrijpen vanuit het inzicht dat de geestelijke gezondheidszorg het moeilijk heeft om aanklampend te werken. Het klassieke zorgcircuit grijpt vaak naast mensen die geen probleeminzicht hebben. Als laagdrempelig basiswerk werken wij dus met mensen die een ernstige maar onbeantwoorde zorgnood hebben.

Een mooi voorbeeld van vermaatschappelijking van zorg.

Klopt. Vermaatschappelijking is een heel mooi idee, maar vanaf het moment het gereduceerd wordt tot een besparingsmaatregel zit je in gevaarlijk vaarwater. Toch zien we dat gebeuren. Onder de noemer ‘vermaatschappelijking’ werden er in de psychiatrische ziekenhuizen bedden afgebouwd. Gedeeltelijk was dit ook een gewone besparingsoperatie. Tegelijkertijd verwacht men van basiswerkingen als de onze om te werken met psychiatrische patiënten. We doen dat ook, maar de middelen volgen niet. Wij worden beschouwd als mantelzorgers, zoals vele andere. Ik geloof in basiswerkingen die mee de zorg voor deze mensen opnemen, maar als ik hiervoor extra omkadering of inhoudelijke expertise in huis wil halen, dan vind ik hiervoor niet de middelen. Binnen inclusief onderwijs is dat een gelijkaardig verhaal. Ook daar is de tendens om met minder schouders meer te moeten dragen. Dat doet geen afbreuk aan het mooie idee, maar vermaatschappelijking zonder extra steun werkt niet.

Vermaatschappelijking zonder extra steun werkt niet.”

Dat is een duidelijk signaal in de richting van het welzijnsbeleid.

Sommige overheden gaan nog te weinig actief een partnerschap aan met welzijnsorganisaties. In de praktijk voelen we vaak dat we verantwoording moeten afleggen. Het integraal en laagdrempelig werk dat we doen, wordt moeilijk begrepen vanuit een efficiëntielogica. Waarom kosten jullie zoveel geld? Wat realiseren jullie precies? Hoeveel mensen heb je al op de reguliere arbeidsmarkt gekregen? Hoeveel mensen werden toegeleid naar een woonst? Hoeveel mensen hielpen jullie uit de armoede? Overheden mogen die vragen natuurlijk stellen. Maar het is belangrijk dat ze ons helpen onze open houding naar kwetsbare mensen te bewaren. Vaak wordt er in termen van individuele verantwoordelijkheid en schuld gedacht. Armoede is echter een structureel en maatschappelijk probleem, waar jammer genoeg vele mensen het slachtoffer van zijn. Er moet ruimte gegeven worden aan mensen in armoede om zelf aan te geven wat er nodig is om hun situatie te verbeteren. En dat kan van persoon tot persoon sterk verschillen. Een traject start bij een tas koffie en de keuzes die mensen vervolgens maken. De overheid steunt te sterk een hulpverlening die niet vertrekt vanuit eigen keuzes van mensen. Dat blijkt al uit de opdeling tussen sectoren, terreinen en leefdomeinen. De trajectbegeleider ‘werk’ moet samenzitten met de trajectbegeleider ‘zorg’ om de trajectbegeleider ‘wonen’ de juiste adviezen te geven. Mensen missen een plek waar ze hun hele verhaal kunnen vertellen. Wij denken dat we daar een rol te spelen hebben. Ook Pastya, om terug te komen op het gelauwerde project, is daar een partner.

Jullie proberen ook maatschappelijk structuren te veranderen.

Armoede is een structureel probleem. Als vereniging waar armen het woord nemen, is het onze taak om daaraan te werken. We vertrekken daarbij vanuit concrete ervaringen. Een voorbeeld? We stelden vast dat steeds meer mensen geen drie keer per dag meer aten, puur uit financiële noodzaak. Ze laten eerst het vlees weg, dan de groenten, dan de aardappelen. Ik herinner me nog een moment waar in een groep van tien mensen er acht in dat stramien zaten. Dat is behoorlijk aangrijpend. Vandaar de idee van de sociale kruidenier. Daarrond verzamelden we ondertussen heel wat partners, over lokale grenzen heen. Onze concrete werkervaringen moet anderen overtuigen om op een meer structurele basis werk te maken van gezonde en betaalbare voeding. Een van de realisaties is dat er in het Decreet Lokale Diensteneconomie plaats kwam voor sociale restaurants.

Dat is een mooi succes.

Maar het is niet het enige. Veel mensen besteden zeer veel geld aan energie. Dat heeft veel te maken met gebrekkige isolatie van woningen. We lieten oude recepten achter ons en zetten ‘energiesnoeiers’ in de steigers. Een ploeg van mensen met armoede-ervaring en goesting in het energiethema screenden woningen en bespraken met bewoners hoe en waar er bespaard kan worden. Dat prille experiment werd opgepikt door het HIVA (KU Leuven), een onderzoeksgroep die op dat moment een project uitvoerde in opdracht van de minister van sociale economie. Via die weg kreeg dit initiatief een eigen plaats binnen de sociale economie. Het wordt nu uitgerold over heel Vlaanderen. Dankzij dezelfde innovatie en flexibiliteit zijn we in Vlaanderen ook het eerste preventieve gezinsondersteuningsteam met een ambulant aanbod voor kinderen uit de basisschool. Het is een oplossing voor ouders die in de knoop liggen met zichzelf, die geen energie hebben om zelf met hun kinderen te spelen. Ook dat kwam niet uit de lucht gevallen. Het is het resultaat van jarenlang evolueren binnen onze gezinswerking. We proberen onze ervaringen op de werkvloer te koppelen aan het sleutelen aan structuren. En dan worden prikkels en signalen wel degelijk opgepikt.

“Prikkels en signalen worden opgepikt.”

Vreemd toch dat structureel werken het zwakke broertje blijft van het sociaal werk?

Dit werk hou je maar vol als je op verschillende niveaus actief bent. Als je elke dag meer dan honderd mensen over de vloer krijgt die permanent op dezelfde grenzen botsen, dan moet je daar iets mee doen. Wij blijven die noodkreten omzetten in signalen die we opvolgen. Dat gaat dan niet alleen over een meer toegankelijke hulpverlening met minder gaten. Via onze sociaal-artistieke projecten maken we armoede zichtbaar en bespreekbaar in deze buurt. Ook dat brengt een minder kwetsende dynamiek op gang. Al die verschillende acties zie ik als een soort weegschaal die je elke dag in evenwicht moet houden. Soms investeren we zo veel in onze basiswerking, dat we te weinig signalen geven. Soms zijn we zo veel gaan spreken en overleggen, dat onze basiswerking daaronder lijdt. Het bewaken van dat evenwicht, is ontzettend belangrijk.

Botsen jullie bij het verleggen van structuren op grenzen?

Via ons sociaal restaurant helpen we mensen aan werk. Dat lukt ons aardig. Ook op de reguliere arbeidsmarkt proberen we meer ruimte te creëren voor deze kwetsbare doelgroep. Dat is al veel moeilijker. We moeten onze grenzen onder ogen zien. Krimpende tewerkstellingskansen voor laaggeschoolden worden ook mondiaal bepaald. Vaak ontbreekt de politieke wil om doortastende beslissingen te nemen, ten voordele van de meest kwetsbaren. Kijk naar het optrekken van de laagste inkomens. De overheid heeft geen enkel argument om het leefloon niet op te trekken tot een leefbare grens. Het frustreert ons dat er geen verandering komt in enkele hete hangijzers die een enorme impact zouden hebben op mensen die in armoede leven: het leefloon, kinderbijslag… Dat zijn politieke beslissingen die we proberen te voeden, met vallen en opstaan. Die frustratie is geen reden om te besluiten dat ons structureel werken faalt. We kunnen dat deel van het werk ook niet opgeven want dan stopt de hele machine en logica achter onze werking. De vraag is wel of je de manier waarop je aan de slag gaat met signalen niet af en toe opnieuw moet bekijken. Als de oren die je wil bereiken, niet willen horen, moet je je strategie of actieterrein verleggen.

“Er zijn veel warme harten en helpende handen.”

Er werken hier een pak vrijwilligers.

Er zijn in de samenleving nog veel warme harten en helpende handen. Toch is het makkelijker om die in te zetten voor een kind met een zware ziekte dan voor de groep mensen die hier over de vloer komen. Dat heeft veel te maken met onze selectieve kijk op armoede. Veel armoede is dichtbij en toch onzichtbaar. Hier lopen stoere kerels die vergeefs naar een warm hart en een vriendelijk woord smeken. Veel van onze mensen hebben heel wat kwetsuren achter de rug en zijn ruwe bolsters geworden. De samenleving heeft nog een hele weg af te leggen om daar door te kijken. Door angst en onzekerheid zijn mensen soms zuur en verwerpend. Toch blijven mensen graag betekenisvol voor anderen. Die hoopvolle signalen stellen we ook hier vast. Jonge hipsters komen mee koekjes bakken. Ook in onze sociaal-artistieke projecten krijgen kwetsbare mensen een warme knuffel, een stevige schouder en een geduldig luisterend oor. Dat geeft zuurstof en ruimte aan iedereen die hier vertoeft.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen