Volgens het boekje

Kinderrechtencommissaris over schietincident in jeugdhulp

Kinderrechtencommissaris
DFID/UK @flickr

Dames en heren,De kinderrechtencommissaris eindigde dit jaar de presentatie van zijn jaarverslag op een wat aparte manier. Sociaal.Net kreeg de kans om zijn mooie woorden te publiceren.

Je herinnert je ongetwijfeld het schietincident in de Antwerpse jeugdhulp eind vorig jaar. Een 14-jarig Syrisch meisje werd er door het Snelle Responsteam tweemaal in de lies geschoten. Het incident zelf, maar vooral de reacties erop hebben me enorm geraakt. Samen met mijn collega Inge praatte ik kort na het incident met het meisje. De dag zelf nog schreef ik een tekst die ik nu pas publiek maak.

“Een kind in gevaar wordt te snel een gevaarlijk kind.”

Ik vind het onaanvaardbaar dat een kind in gevaar zo snel tot een gevaarlijk kind wordt gemaakt. Dit is voor iedereen die begrijpt dat kwetsbaarheid enkel zorg verdraagt. En voor het Syrisch meisje zelf. Dat haar ontwapenende lach het mag halen op haar verdriet en angst.

Volgens het boekje


Je bent 10 en je woont in Syrië.
Je voelt je goed, gaat naar school en je houdt van je vader en je moeder.
Maar dan wordt het oorlog.
‘Veel kleine kindjes gaan dood’
Je vertrekt, samen met je broers en zus, vader en moeder.
Je vlucht naar Turkije, Algerije, opnieuw Turkije.
Je gaat drie jaar niet naar school.
Je bent bang, je ouders zijn bang.
Je hoort veel verschillende talen, maar begrijpt ze niet.
(Ze lacht, ‘ik ken alleen ça va’).

Je belandt in België.
In een opvangcentrum met heel veel mensen.
Je bent in de war, net als je vader en moeder.
Jouw vader wordt bang – ‘hartkloppingen’.
Zijn mooie, lieve dochter loopt gevaar.
Onrust, angst, niets lijkt nog op thuis.
Je vader weet met zijn benauwdheid geen weg.
Zijn enige uitweg ligt in heel kwaad worden.
(Ze draait zich weg, ‘problemen’).
Je verhuist naar een eigen huis.
De rust keert terug. En toch ook niet helemaal.
Je krijgt een nieuwe plek.
Los van thuis.
En kort daarop een andere nieuwe plek.
Samen met jouw broers en zus.
Het maakt je blij – ‘samen is goed’.

Er is een incident – ‘Iedereen was kwaad’.
Je dreigt de aanwezigheid van jouw broers en zus opnieuw te verliezen.
Je wordt kwaad – ‘heel, heel kwaad’.
Je wil niet ‘naar een andere plaats’.
Een gebroken glas moet redding brengen.
(Ze toont haar licht geschonden pols.)
Er is politie, daarna nog politie.
‘Roepen, pijn, mijn hoofd op de grond’.
Je wordt naar het ziekenhuis gebracht.
En daarna wacht de gevangeniscel.
’s Ochtends vindt de jeugdrechter nergens een plek voor jou.
Je brengt de hele dag door in de gevangenis.
Je bent bang.
Je begrijpt er niks van.
Diezelfde avond beland je in de jeugdpsychiatrie.
(‘Ik ben geen gekkin’, zegt ze verbeten).
Je ziet er een week geen vader, en geen moeder.
Geen broers, en zussen.
‘Het is te ver. Geen auto.’
Je belandt op een nieuwe plek.
Jouw voorlopig laatste plek.
Je bent bang.
(Ze huilt, herpakt zich).
Je wil graag hier blijven.
‘Niet naar de gevangenis.
Want daar is het niet goed.’

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen