Aan mevrouw De Block, minister van Volksgezondheid

Brief van Dikke Freddy

Maggie

Geachte mevrouw De Block, beste Maggy,

Gisteren heeft mijn huisdokter weer eens een van mijn tanden getrokken.

Ik laat mijn tanden bij mijn huisdokter trekken omdat ik ondervonden heb dat ik niet kan trekken van de ziekenkas wanneer ik mijn tanden bij mijn tandarts laat trekken. Bij een tandarts komt de ziekenkas alleen tussen bij mensen die de middelen hebben om hun tanden te laten plomberen of om er blokjes op te laten zetten. Een mens gelijk ik, die uit armoe een tand moet laten trekken, moet bij een tandarts de volle pot betalen. Dat is de wet.

“Een mens gelijk ik, moet bij een tandarts de volle pot betalen.”

Wanneer mijn huisdokter een tand trekt, trek ik daarentegen wel van de ziekenkas want bij een visite bij mijn huisdokter komt de ziekenkas altijd tussen. Dat is het gat in de wet.

Het enige nadeel dat ik ondervind wanneer ik bij mijn huisdokter een tand laat trekken is dat ik zijn vragen moet beantwoorden en naar zijn preek moet luisteren.

Nu wilde hij weten of mijn moeder mij als kind dikwijls meenam naar de tandarts. Ik heb hem gezegd dat ik voor het eerst een tandarts heb gezien toen ik mijn legerdienst begon. Dat ik mij niet kan herinneren dat mijn moeder mij ooit ergens mee naartoe genomen heeft heb ik hem niet gezegd. Er zijn dingen waar ik niet gemakkelijk over spreek.

Hij wilde weten hoe dikwijls ik mijn tanden poets. Ik heb hem gevraagd wat hij zou kiezen wanneer hij in een winkel zou staan met anderhalve euro in zijn broekzak: een brood, een tube tandpasta of twee cara-pilsjes? Over het feit dat het nogal gecompliceerd is om tanden te poetsen wanneer de waterleiding afgesloten is heb ik gezwegen. Er zijn dingen waar ik niet gemakkelijk over spreek.

“Er zijn dingen waar ik niet gemakkelijk over spreek.”

Vervolgens is zijn preek begonnen. Over roken en suiker (die volgens hem, alstublieft, in cara-pils zou zitten!). Naar zijn zeggen ga ik, als ik voortdoe zoals ik bezig ben, waarschijnlijk vijf jaar minder lang leven dan de gemiddelde Belg. Het kan raar klinken maar het enige waar ik op dat moment aan dacht was dat ik dan misschien toch nog tanden zal hebben op het moment dat ik doodga. Ik heb die gedachte niet uitgesproken. Er zijn dingen waar ik niet gemakkelijk over spreek.

Toen ik buiten ging heeft hij gezegd dat het echt de laatste keer geweest is dat hij een van mijn tanden heeft getrokken. De volgende keer moet ik naar een tandarts omdat hij niet beschuldigd wil worden van valse concurrentie.

Is het niet mogelijk, mevrouw de minister, om er tegen dan voor te zorgen dat een mens wel kan trekken voor het trekken van tanden bij een tandarts? Of mag ik mij bij u aanbieden? Tenslotte bent u ook huisdokter.

Met de meeste Hoogachting,

Dikke Freddy

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen