The New Politics of Social Work

Mel Gray & Stephen Webb

Basingstoke, Palgrave – Macmillan, 2013, 248 p

Dat sociaal werk en politiek iets met elkaar te maken hebben is niet voor iedereen een uitgemaakte zaak. Naargelang het tijdsvak staat de politieke agenda van het sociaal werk op de voorgrond, dan wel op de achtergrond. Maar in essentie is sociaal werk altijd politiek.

De kracht van sociaal werk

In deze tijden van grote veranderingen in de welvaartstaat, staat het sociaal werk onder druk. Er is veel onzekerheid, wat zich uit in angst voor de job, voor de mensen waarvoor sociaal werk werkt.

“We moeten sociaal werk herdenken.”

Die onzekerheid opent echter deuren om sociaal werk te herdenken. Er is het besef dat de kracht van het sociaal werk explicieter tot uiting moet komen. De vraag is dan op welke analyses en theorieën sociaal werk moet steunen, wil het haar agenda voor meer gelijkheid en sociale rechtvaardigheid waar maken?

Wat komt er op ons af?

In de Angelsaksiche wereld is new public management en vermarkting al ver doorgeschoten. Er is zelfs sprake van een zwaar besparingsbeleid. Sociaal werkers staan er onder druk, als ze ingrijpen maar ook als ze niet ingrijpen.

Hoe moeten we deze veranderingen begrijpen? Welke analyses en perspectieven kunnen helpen? Kan sociaal werk een alternatief bieden? Het zijn de grote vraagstukken in het boek ‘The New Politics of Social Work’.

Mel Gray en Stephen Webb brachten een reeks auteurs uit de Angelsaksiche academische wereld samen. Hoewel internationaal bekende figuren, zijn ze in het Vlaamse sociaal werk en sociaalwerkonderwijs nagenoeg onbekend. En dat is jammer.

Kritisch en radicaal sociaal werk

‘The New Politics of Social Work’ sluit aan bij tradities van kritisch en radicaal sociaal werk. In een wereld gedomineerd door ongebreideld kapitalisme moet elke sociaal werker een standpunt in nemen. Dat is zowat de centrale bottom line.

“Elke sociaal werker moet standpunt in nemen.”

Het boek biedt de lezer een introductie in theoretische grondslagen en historische opkomst en neergang van kritisch en radicaal sociaal werk. Dat daar geen éénduidig antwoord uit komt en de verschillende bijdragen er uiteenlopende visies op die nieuwe politiek op nahouden, geven de redacteurs toe.

De ‘vijand’ is het neo-liberalisme, de veranderende rol van de staat, de herverdeling van rijkdom ten voordele van de rijken, de organisatie van onzekerheid en precariteit… Neoliberalisme is bijzonder pragmatisch en past zich aan de lokale omstandigheden aan. Dat maakt het moeilijk te herkennen en moeilijk te bestrijden.

Neoliberalisme

Zonder te kokketeren komen een hele rits denkers aan bod wiens theoretisch werk het sociaal werk voeding kan geven: het herverdelingsdilemma van Honneth en Fraser, Foucault en zijn analyse over macht, Alain Badiou…

Een aantal andere interessante denkers (Marx, Gramsci) halen de auteurs te oppervlakkig van onder het stof en bieden dan ook geen handvatten.

“Het nieuwe sociaal werk drijft vooral op hoop.”

Als lezer krijg je gaandeweg zicht op wat je kan doen om dagelijkse ervaringen met het neoliberalisme, op te krikken naar een praktijk die de symptomen van dat gedachtengoed blootlegt. Zo krijgt je uitzicht op hoe sociaal werk alternatieven kan ontwikkelen.

Bekende concepten zoals empowerment worden goed uit de doeken gedaan. Al te gepersonaliseerde en consumentgerichte hertalingen van empowerment worden terecht gewezen.

Verbeelding

Een belangrijk inzicht las ik in de bijdrage van Harry Ferguson. Een nieuwe politiek van sociaal werk moet gebaseerd zijn op wat sociaal werkers doen, op hoe sociaal werk in haar context en dagelijks handelen vorm krijgt.

Dit zou een tegengif zijn tegen al te pessimistische kritiek op sociaal werk. Zo komt ook de ‘verbeelding’ terug boven drijven. Het nieuwe sociaal werk drijft dan toch vooral op hoop.

En de praktijk?

 De auteurs roepen met regelmaat op tot actie, maar waarschuwen meteen voor mogelijke valkuilen, risico’s en paradoxen. Mooi is dat ze wijzen op het belang van goede dienstverlening. Dat mogen sociaal werkers niet uit het oog te verliezen.

“Het nieuwe sociaal werk weigert de neoliberale agenda.”

Het zal vreemd in de oren klinken maar het nieuwe sociaal werk ‘weigert’. Het weigert mee te stappen in de neoliberale agenda, ook al zit deze agenda reeds diep geworteld in de samenleving en klinkt ze zelfs aannemelijk.

Met de woorden van Alain Badiou: verzet vraagt courage en volharding. Het protest tegen vermarkting en de opkomst van het Sociaal Werk Actie Netwerk (SWAN) zijn alvast voorbeelden van verzet dat zich organiseert.

Kanttekeningen

Toch enkele kanttekeningen. Radicaal en kritisch sociaal werk zijn academisch in taal en worden zelden omarmd door praktijkwerkers. Dit boek is daar een symptoom van.

Wie niet-vertrouwd is met het jargon van linkse academici, zal zwoegen. Ook zal je geen kant en klare recepten vinden. De auteurs bekritiseren net dergelijke simplismen als antwoord op complexe sociale problemen met regelmaat.

Het is wachten op een Vlaamse hertaling van de vele analyses en ideeën naar onze context, die toch anders is dan de Angelsaksische. De vraag is hoelang nog?

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen