Ongelijk maar fair

Waarom onze samenleving ongelijker is dan we vrezen, maar rechtvaardiger dan we hopen

Marc De Vos

Leuven, LannooCampus, 2015, 392 p

Dat mensen niet gelijk zijn, merken we elke morgen in de spiegel. Hoezeer we ook ons best doen, het lukt ons niet om Lionel Messi, Beyoncé of Angela Merkel te ontwaren. Is het überhaupt wenselijk om dit te willen?

Tegen de stroom

De Gentse professor arbeidsrecht en directeur van het Itinera Institute Marc De Vos roeit voluit in tegen de stroom van het gelijkheidsfetisjisme. Hij huivert van populisten die de rijken de crisis willen doen betalen en daarmee menen een eeuwigdurend Walhalla te scheppen.

“De auteur leeft zich in dit boek lekker uit.”

Hij leeft zich in dit boek lekker, zij het wat lang, uit tegen hun naïeve gedachtengoed dat de menselijke rijkdom wil opofferen voor absolute gelijkheid. In dit boek fileert hij erg overtuigend de vaak louter emotionele en zwakke argumentatie van de onvermoeibare gelijkheidsstrijders.

Goede en slechte ongelijkheid

De Vos onderscheidt goede en slechte vormen van ongelijkheid. De eerste vertrekt vanuit (inkomens)verschillen die reflecties zijn van verschillen in talent, competentie en inspanning. In zijn meritocratische wereldbeeld zijn dergelijke ongelijkheden legitiem, moreel verdedigbaar en zelfs wenselijk.

“Ongewenste ongelijkheid gaat over verschillen in kansen.”

Ongewenste ongelijkheid gaat over verschillen in kansen. Deze verschillen moeten aangepakt worden. Niet door iedereen hetzelfde te geven, wel door de bijl te plaatsen in de wortel van kansenongelijkheid.

Origineel

De Vos pent originele en heldere inzichten neer die vormen van ongelijkheid verklaren.

Zo maakt hij brandhout van de gangbare statistische modellen in het ongelijkheidsdebat. Daarin is de gezinssituatie (gezinsinkomen) steeds het uitgangspunt. Belangrijke demografische evoluties die aan de basis liggen van stijgende ongelijkheid krijgen veelal minder aandacht: de toename van het aantal éénoudergezinnen, de vervrouwelijking van de economie (vrouwen zijn proportioneel meer vertegenwoordigd in de lager betaalde dienstensector), de vergrijzing (meer lagere inkomens door pensioenen) en de verkleuring (relatief veel laaggeschoolden).

Ook de wenselijke emancipatie van de vrouw wordt interessant en paradoxaal verbonden met de onvermijdelijke stijging van ongelijkheid.

Goede ongelijkheid is nodig

De Vos stelt dat toegenomen economische ongelijkheid samen ging met algemene maatschappelijke vooruitgang. Als je de huidige samenleving vergelijkt met de vooroorlogse generatie, stel je inderdaad vast dat omzeggens iedereen in de wereld er enorm is op vooruitgegaan op vlak van welvaart en welzijn.

“Iedereen is er op vooruitgegaan op vlak van welvaart.”

De zegeningen van het marktkapitalisme, symbiotisch verbonden met de liberale democratie, stonden hiervoor garant, aldus De Vos. Dat de rijken er relatief meer op zijn vooruitgegaan dan de rest, doet hier verder niets aan af. Integendeel, deze ongelijke vooruitgang is het noodzakelijke aandrijfwiel voor de enorme maatschappelijke vooruitgang. Dankzij de voortrekkersrol van rijken die zich aanvankelijk dure luxegoederen als een auto, computer of telefoon konden permitteren, werden consumptiegoederen gedemocratiseerd. Intussen zijn ze voor nagenoeg iedereen toegankelijk.

De Vos pleit expliciet en herhaaldelijk om cultuur- en gezinsfactoren in te brengen in het ongelijkheidsdebat. Verwijzend naar migratie, stelt hij dat het geen zin heeft ongelijkheid te bekritiseren terwijl we ze massaal invoeren. Hij vindt het belangrijk om waarden als werkethos, verantwoordelijkheidszin en stabiele huwelijken een rechtmatige plaats te geven in opvoeding en onderwijs.

Is verklaren ook verantwoorden?

De liberale denktank ‘Liberales’ bekroonde deze publicatie als het ‘boek van 2015’. Met z’n insteek van groei-optimisme, de verdediging van marktkapitalisme en liberale democratie hoeft dit niet te verwonderen.

“De liberale denktank Liberales bekroonde de publicatie.”

Maar beschouwt De Vos de wereld niet te eenzijdig vanuit zijn ideologisch cocon? Hij reikt overtuigende verklaringen aan voor ongelijkheden. Zoals de topvoetballer wiens megaloon de reflectie is van de enorme toegevoegde economische en entertainende waarde die hij realiseert door z’n inzet en talent.

Toch blijft de vraag knagen of de verklaring hier ook de morele rechtvaardiging van het exuberante voetballersloon impliceert. Is Messi’s loon ($74.000.000/jaar) rechtvaardig vergeleken met Obama’s loon ($500.000/jaar)?

Mindere goden

De Vos zwijgt ook in alle talen over mensen die geen of nauwelijks talent hebben. Zelfs met de beste inspanningen zullen sommige mensen met een beperking, gezondheids- of andere problemen er nauwelijks in slagen enige verdienste op te bouwen. Wat is volgens de meritocratie die De Vos voorstaat rechtvaardig ten aanzien van hen? Valt binnen zijn logica geen verdienste samen met geen (recht op) inkomen?

Niettegenstaande deze vragen en bemerkingen vormt dit boek een verfrissende, prikkelende en noodzakelijke tegenstem in het ongelijkheidsdebat.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen