Mevrouw de jeugdrechter

Melanie De Vrieze

Antwerpen, Uitgeverij Manteau, 2015, 192 p, € 19,90

Het rechtssysteem heeft de perceptie tegen. Ook jeugdrechters ontsnappen daar niet aan. In die context moeten ze recht spreken en dienen ze rechtvaardige maatregelen uit te vaardigen. Wat dit met een jeugdrechter doet, werd door Melanie De Vrieze opgetekend in dit boek.

Driehoeksverhouding

Hoe moeilijk de driehoeksverhouding tussen justitie, zorgsector en cliënt verloopt, komt meestal scherp aan de oppervlakte naar aanleiding van één of andere schrijnende situatie. Maar zelfs zonder dit soort situaties zit er vaak heel wat spanning en ruis op de onderlinge relaties.

“Er zit ruis op de onderlinge relaties.”

De cliënt voelt zich misbegrepen, de jeugdrechter kan geen kant uit met het dossier, de sector staat het water aan de lippen. De hulpvragen overstijgen ruim het hulpaanbod. En dan zwijgen we nog van de maatschappelijke opinie. Die vindt dat het niet kan dat er geen plek of oplossing gevonden wordt voor een jongere of dat boefjes slechts met een berisping terug de straat opgestuurd worden.

Vijf verhalen

Voor ‘Mevrouw de jeugdrechter’ interviewde ze vijf vrouwelijke jeugdrechters: Nicole Caluwé (Mechelen), Mieke Dossche (Gent), Francesca Raes (Leuven), Liesbeth Bex (Hasselt) en Sandra van Steenwinkel (Antwerpen). Hierbij is er onder meer aandacht voor wat hun functiekeuze bepaalde en hoe hun eigen jeugd verliep. Hierdoor krijgt de lezer een zicht op het denkkader dat deze rechters vandaag hanteren.

Doorheen de verschillende verhalen wordt een beeld geschetst van hoe een jeugdrechtbank werkt en hoe de jeugdrechter tewerk gaat. Vrouwe Justitia in actie: balanceren en afwegingen maken tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, sanctioneren en ruimte geven voor zelfstandigheid. Voortdurend maatwerk dus.

“Jeugdrechters willen de wereld verbeteren.”

Het besef dat niet iedereen het even goed getroffen heeft in deze wereld is nooit ver weg. Deze jeugdrechters willen de wereld, of toch minstens de wereld van de jongere die ze voor zich krijgen verbeteren. “Een dossier is geslaagd als de jongere het leven aankan wanneer hij meerderjarig is.” (p. 33)

Dilemma’s

Anderzijds is er ook plek voor maatschappijkritiek en ethische dilemma’s. Kinderen en jongeren die in problemen komen, bevinden zich vaak in een positie van structuurloosheid. Wie corrigeert hen, zowel thuis als in de samenleving? Is er voldoende oog voor spijbelgedrag? Moeten ouders behalve gesensibiliseerd ook niet heropgevoed worden? De rechters zien de leeftijd van feitenplegers steeds maar dalen.

Een enkele keer gaat het zelfs verder: niettegenstaande het principe van baas-in-eigen-buik, wordt een lans gebroken voor een breder maatschappelijk debat over de vraag of we het mogen accepteren dat een moeder negen kinderen van even zovele vaders op de wereld zet.

Mild en betrokken

De jaren dienst en de moeilijke dossiers met hartverscheurende keuzes hebben de rechters tot een zekere mildheid gebracht. De realiteit is niet altijd zwart-wit. Vaak overheerst het grijze. Daarbij handelen ze niet op automatische piloot.

“Jeugdrechter zijn is een emotioneel beroep!”

De jeugdrechters die aan het woord komen worden geportretteerd als strijdvaardige en vastberaden vrouwen. Soms steekt een zweem van twijfel de kop op. Jeugdrechter zijn is een emotioneel beroep! Maar die verdwijnt doorgaan snel voor een gepassioneerd betoog.

De jeugdrechters tonen betrokkenheid. Ze gaan graag bij hun kinderen en jongeren op bezoek of willen het alleszins doen. Al komen ze er vaak niet toe wegens te hoge dossierlast. Ze zijn niet te beroerd om terug te komen op een beslissing, indien die in het belang is van het kind. Het feit dat ze “hun jongeren” soms te vroeg moeten lossen, is een vaak gehoorde verzuchting.

Afwegingen

De opbouw en uitwerking van het boek lijkt enigszins op de permanente afwegingen die jeugdrechters dagelijks maken. De afweging tussen goed en beter of heropvoeden versus krachtgericht werken bijvoorbeeld.

De ene keer lees je het gevecht dat een rechter moest voeren om een kind in een psychiatrische of jongerenvoorziening te krijgen. En de frustraties die hiermee gepaard gingen. Een andere keer komen de positieve verhalen en goeie samenwerking tot uiting. Het evenwicht blijft moeilijk te vinden, zolang vraag en aanbod niet beter op mekaar afgestemd geraken.

Een menselijk gelaat

De moeilijke verhouding tussen justitie, zorgsector en cliënt wordt door dit boek niet opgelost. Hooguit komen er enkele ideeën voor een betere samenwerking of aanbevelingen richting overheid naar voor.

“Het boek toont het menselijk gelaat van de jeugdrechters.”

Waar het boek zeker wel in slaagt, is het geven van een heel menselijk en betrokken gelaat aan de jeugdrechters in kwestie.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen