Het klopt wel, maar het deugt niet

De maatschappelijke moraal in het nauw

Stevo Akkerman

Rotterdam, Lemniscaat, 2016, 116 p

Soms kan een essay zonder wereldschokkende inzichten helpen om over een aantal zaken te reflecteren.

Conversation starters

Stevo Akkerman schreef zo’n essay waarin hij het gesprek aangaat over het amorele systeem en de gevolgen voor de zorg, de economie en de maatschappij. Akkerman kiest voor gesprekspartners van divers pluimage. Hoewel voor een Nederlands publiek geschreven, levert het boeiende conversation starters op.

Het essay leest vlot weg en wie af en toe aantekeningen maakt, bouwt een boeiend boodschappenlijstje op om wat te surfen of in de bib te gaan grasduinen. Wie niet bang is om zijn eigen zekerheden te testen met de inzichten van Akkermans gesprekspartners, moet beslist verder lezen. De luchtigheid is schijn want de inhoud loont de moeite.

Bankencrisis

De vraag die centraal staat in dit essay, is of de bankencrisis en de amorele toestanden in de financiële sector alleenstaande feiten zijn. Of functioneren ook het ruimere bedrijfsleven, de zorg en de overheid in een gelijkaardig amoreel systeem? Een systeem waar moraal van ondergeschikt belang is en dit tot immorele uitwassen leidt. Een maatschappij waar het doel plaats ruimt voor materialisme en egoïsme. Een maatschappij waar klanten, patiënten en burgers bijzaak zijn in een geldmachine die doordraait en alle verantwoordelijkheid afwentelt op de zwaksten.

“Niet echt om vrolijk van te worden.”

Uiteraard zet Akkerman meteen zwaar in op de banken. Tien jaar na de bankencrisis bestaat daar nog steeds geen greintje schuldgevoel. Onder het mom van al-wat-niet-verboden-is-blijft-toegelaten, blijven dezelfde praktijken gewoon doorgaan. Ook de Panama Papers en de belastingontduiking door multinationals passeren de revue. De rol van de overheid als aandeelhouder van banken en als organisator van belastingparadijzen somt Akkerman nog eens netjes op. Niet echt om vrolijk van te worden.

Gedeelde moraal

Zonder twijfel is filosoof Paul van Tongeren de boeiendste figuur die Akkerman onder handen nam. Deze emeritus-hoogleraar wijsgerige ethiek wijst op een paradox. De moraal heeft afgedaan, maar de juridisering via gedragscodes en protocollen neemt toe. Nochtans vindt Van Tongeren die regeltjes minder belangrijk dan de onderliggende idealen. Vooral in het onderwijs en de zorg ziet Van Tongeren dit probleem van foute prioriteitenstelling.

Volgens hem is schaalvergroting een belangrijke oorzaak. “Hoe groter organisaties worden, hoe moeilijker het is een gedeelde moraal te vinden.” Hij haalt expliciet een groot ziekenhuis aan om te illustreren dat een discussie over kwaliteitszorg onmogelijk is binnen een organisatie van drieduizend werknemers.

“Wat niet in geld uitgedrukt kan worden, verdwijnt.”

Maar ook democratisering gaat niet vrijuit. Omdat iedereen wil controleren wat namens hen gebeurt, verzeilen we al snel in kwaliteitseisen die uitgedrukt worden in kwantitatieve normen. Zorg met de chronometer alsof het een band in een fabriek van Henry Ford ware. Time is money. “De grootste kwantificeerder is geld”, aldus Van Tongeren. “Wat niet in geld uitgedrukt kan worden, verdwijnt.”

Uurtje-factuurtje

Ook Wim van der Meeren, oud-ziekenhuisdirecteur en huidig topman van Nederlands zorgverzekeraar CZ, biedt stof tot nadenken. Hij legt de vinger op dezelfde wonde. Instituten hebben de neiging alle werk in protocollen te gieten. Dit leidt tot werk zonder bezieling. Dat geldt niet alleen voor de zorg aan het ziekenhuisbed. De maatschappelijke missie delft dan al snel het onderspit en procesmanagement, uurtje-factuurtje en afgewogen procedures nemen de overhand.

Volgens Akkerman wordt alles door een economische bril bekeken. Akkerman maakt één grote fout: hij maakt geen onderscheid tussen economie en financiële wereld. Zo noemt hij managers als Hans Smits (KLM) en Egbert Eeftink (KPMG) ondernemers. Beide zijn gewoon luxe-loontrekkenden bij grote ondernemingen. Managers die nooit met eigen middelen en eigen risico ondernomen hebben. Lakeien van anonieme aandeelhouders.

“Alles wordt door een economische bril bekeken.”

Dit gebrek aan economisch inzicht is ook de zwakte van het boek. Gelukkig is de gedachtewisseling met journalist en antropoloog Joris Luyendijk veel boeiender. Luyendijk is auteur van de bestseller ‘Dit kan niet waar zijn’, een boek over de bankencrisis.

Buurtzorg

Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg, verwoordt in het essay perfect waar de fout in de ‘economische bril’ zit. Managementdenken heeft er toe geleid dat de zorg niet meer uitgaat van de beste oplossing voor de individuele cliënt, maar van gestandaardiseerde methodes. Vastgestelde handelingen met vastgestelde duur en een prijskaartje. Of het de beste oplossing oplevert, vraagt niemand zich volgens De Blok nog af. De zorgverlener wordt allerminst geacht daarover na te denken.

“Zorg gaat uit van gestandaardiseerde methodes.”

De zorg wordt georganiseerd door mensen die daar helemaal geen verstand van hebben: juristen, economen, bestuurs- en bedrijfskundigen. Dat is een internationaal verschijnsel. Bedrijfsmatig werken, moet de kosten drukken. Maar in praktijk zijn de kosten enkel gestegen en zijn zowel cliënten als professionals volgens De Blok ontevreden. “Het managementdenken wordt geassocieerd met het neoliberalisme, maar dat hoeft helemaal niet. Het is hoe wij onze samenleving organiseren, geen zaak van links of rechts”, aldus De Blok. Een zeer terechte observatie.

Een ander misverstand volgens De Blok is dat organisatie en rekentalent van bestuurders leidt tot meer efficiëntie en lagere kosten. Het zorgsysteem maakt de afweging van Hippocrates ‘breng in elk geval geen schade toe’ niet. Eigenlijk komt het er op neer dat de verpleegkundige die dit wel doet overbodig is. Hij of zij moet zich beperken tot het toepassen van checklists.

Treffend citaat

Van het verhaal van pedagoog Gert Biesta onthoud ik vooral het treffende citaat van econoom Tomáš Sedláček, auteur van het boek ‘Economie van Goed en Kwaad’. “Het ironische is dat specialisatie en arbeidsdeling – waar op zich niets tegen is – leiden tot verantwoordelijkheidsdeling. Als het geen individu is dat zich ergens schuldig aan maakt, maar een collectief zoals een groot bedrijf, dan wordt de schuld zodanig verdund dat er niets van overblijft. Wat eigenlijk gek is. In het strafrecht is het omgekeerd. Als wij tweeën iemand vermoorden, krijgen we beiden twintig jaar cel, niet elk tien.”

“Extrinsieke motivatie is de norm.”

Moraalfilosoof Johan Siebers noemt dit het conflict tussen het ‘bedrijf als geldmachine’ en het ‘bedrijf als gemeenschap van mensen’. Siebers ziet ook dat de intrinsieke motivatie van werknemers niet kan worden ingebed in een ruimer kader van expliciete waarden voor het zakelijk handelen. Hiermee doelt hij op de zelfdeterminatietheorie en de bijbehorende leiderschapsstijlen. Extrinsieke motivatie zoals loon is de norm. Intrinsieke motivatie zoals verbondenheid met collega’s, zelfontplooiing binnen een baan blijkt problematisch.

Hovelingencultuur

Siebers noemt het een hovelingencultuur. Iedereen werkt voor de top en niemand wordt geconfronteerd met de eigenlijk gevolgen van zijn output. Siebers verwijst naar de problemen die bureaucratie oplevert. Het grootste kwaad komt niet van schurken, maar van anonieme schakels in het apparaat. Al in 1944 zag Ludwig von Mises dat scherp in zijn boek Bureaucracy. Het hoofddoel van de bureaucratie is het in stand houden van de bureaucratie, met in de hoofdrol managers, bedienden en ambtenaren.

“Bureaucratie houdt zichzelf in stand.”

Om dit te expliciteren, haalt Akkermans een essay aan van de bekende historicus Frank Ankersmit. Die stelt dat wat wij democratie noemen eigenlijk een ‘electieve aristocratie’ is. Verkozen leiders, vaak van vader op zoon, die regeren in plaats van het volk.

Als cultuurhistoricus doelt Ankersmit hiermee op de vervalsverschijnselen van Aristoteles. Monarchie, aristocratie en democratie kenden bij Aristoteles elk hun eigen vervalsverschijnsel: despotisme, oligarchie en ochlocratie (de macht van de straat). ‘Oligarchisering is de diepere politieke bodem onder de kredietcrisis’, aldus Ankersmit die dit fenomeen ook waarneemt bij de privatiseringen en ‘verzelfstandigingsmanie’ in de gezondheidszorg.

Afsluiters

Aan het einde van zijn essay keert Akkerman terug naar Van Tongeren die nog even uitlegt wat moraal, amoreel en immoreel inhoudt. Van Tongeren beklemtoont dat integriteit ‘heel mens zijn’ betekent of ‘het bij elkaar houden van ideaal en feitelijkheid’.

Akkerman sluit af met twee leestips: ‘De Koning van Utopia’ (Hans Achterhuis, 2016) en ‘A Theory of Justice’ (Rawls, John 1971). Een goede keuze.

Moraal in het nauw

Het essay van Stevo Akkerman is een bundeltje dat je op een avond vlot uitleest. Het is een aanzet tot bezinning of het lezen en herlezen van het werk van zijn gesprekspartners.

“Een bundel die je op een avond vlot uitleest.”

De opmerking van de Amerikaanse president Barack Obama over de belastingontduiking van multinationals en superrijken die Akkerman in zijn inleiding aanhaalt (“het probleem van deze zaken is niet dat ze illegaal zijn, maar dat ze legaal zijn”) beschrijft perfect de paradox waardoor de maatschappelijke moraal in het nauw zit.

Uit de voorbeelden blijkt hoezeer de hele maatschappij perfect gejuridiseerd kan zijn, terwijl amoreel gedrag alomtegenwoordig is. De immorele gevolgen van de bureaucratie en het procesmanagement duiken overal op. Ze fnuiken de intrinsieke motivatie bij werknemers in bedrijven, zorgsector en onderwijs. Het enige wat nog telt is geld. Of hoe iedereen een klein beetje zijn eigen bankster blijkt op weg naar de burn-out.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen