Internet als methodiek in de jeugdzorg

Een extra taal

Jo Van Hecke (red.)

Antwerpen, Garant Uitgevers NV, 143 p

In het leven van kinderen en jongeren nemen computer en internet een centrale plaats in. Ook in het leven van jongeren in de jeugdhulpverlening. Als we moeten werken aan inclusie, dan ook aan e-inclusie.

Opvoedingsfiguren

Van opvoedingsfiguren wordt verwacht dat ze zijn waar de jongeren zijn en geïnteresseerd zijn in hun leefwereld. Dus ook in hun digitale leefwereld. Daarom vindt Jo Van Hecke dat het gebruik van chat, sociale netwerken en andere multimedia moet aangeboden worden in elke organisatie in de jeugdzorg. Hij pleit voor een waardige en structurele plaats in de opvoeding: thuis, op school en in de hulpverlening.

“Digitale leefwereld valt niet te negeren.”

Het boek pleit niet voor een vervanging van face-to-face contact door computers. Het pleit wel voor het trainen van opvoedingsfiguren tot mediawijze figuren. Alleen dan kunnen ze hun kinderen en jongeren ook op dit terrein mee opvoeden. Het gaat om een maatschappelijk gegeven dat niet meer te negeren valt.

Veilig internet

Voor opvoedingsfiguren is een belangrijke taak weggelegd. Ook al lijken zij de digitale immigranten bij kinderen die als ‘digital natives’ worden geboren. Kinderen hebben vaak heel wat technische kennis. Toch kunnen ze van hun opvoeders heel wat leren. Welke informatie zet je wel en niet online? Wie kan het allemaal zien? Zijn de privacy-instellingen goed ingesteld? Welke informatie is betrouwbaar en welke niet?

“Opvoedingsfiguren lijken digitale immigranten.”

Er worden heel wat tips aangeboden voor veilig internetgebruik. Ook geeft men tips voor gepast gedrag bij het online ontmoeten van kinderen en jongeren die men begeleidt. Wanneer antwoord je wel en niet? Want internet werkt dag en nacht. Welke informatie zet je op een profiel dat zichtbaar is voor hen, wat scherm je af?

Organisatie

Het boek gaat nog een stap verder. Het biedt een kader om na te gaan of je als organisatie klaar bent om de stap naar digitalisering te zetten. Hierbij gaat het niet enkel over het digitaliseren van administratieve taken, maar ook van het echte begeleidings- en behandelingswerk.

Hiervoor stelt men het INCLUSO-spel voor. Bij het spelen van dit spel maak je als organisatie een analyse van sterktes en zwaktes. Indien je er klaar voor bent, kan dit spel je ook een aanzet geven tot het ontwikkelen van een veilig kader om binnen te werken.

“Digitalisering moet gekoppeld zijn aan de kerndoelen.”

Doorheen het ganse boek herhaalt men dat digitalisering niet willens nillens mag opgedrongen worden. Het moet gekoppeld zijn aan de kerndoelen van de organisatie en aan de individuele doelstellingen van kind, jongere en hun ouders.

Methodieken

Tot slot wandelt men door zeventien onlinemethodieken. Men start telkens met het beschrijven van de gekende methodiek in de hulpverlening. Daarna toont men waar je een digitale versie kan vinden, hoe je ze kan gebruiken en wat de meerwaarde kan zijn. Eén van de voorbeelden is het online opmaken van een tijdslijn van een jongere. Dit biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld muziek of filmpjes aan de tijdslijn te hangen.

“Het boek werkt. Een aanrader.”

Ook al behoor ik tot de generatie van jeugdigen die besmet zou moeten zijn met de digimicrobe, toch ben ik het niet. Het boek werkt, ook voor mensen die niet ten allen tijde pro computers zijn. Dit komt door de verstaanbare vertaling van zaken die in onze vingers zitten naar de digitale wereld. Via screenshots en visuele voorstellingen wordt hier voldoende uitleg bij gegeven.

De digitale wereld maakt onmiskenbaar deel uit van de wereld van onze jongeren. Dit boek is zeker een aanrader voor hulpverleners en organisaties die willen verkennen welke plaats dit in hun begeleiding kan krijgen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen