Ethisch leiderschap in de zorg

Verkenning vanuit de zorgethiek

Linus Vanlaere, Joke Lemiengre, Leentje De Wachter en Liselotte Van Ooteghem

Antwerpen, Garant, 2015, 56 p

Soms gebeurt het dat je een boek leest en herleest en er werkelijk deugd aan hebt. Dit is zo’n boekje. Doordacht en helder geschreven voor niet-specialisten. Bruikbaar bij dagelijkse reflecties op en rond het werk.

Spreidstand

Quasi onvermijdelijk vertrekken de auteurs vanuit de herkenbare spreidstand die leidinggevenden ervaren tussen management en zorgzaamheid.

Enerzijds is er de dominante managementcultuur met zijn klemtoon of efficiëntie en effectiviteit. Anderzijds is er een grote nood aan een cultuur van zorgzaamheid met aandacht voor zorgvrager én zorgverlener.

Evolutie

Inleidend wordt stilgestaan bij enkele begrippen en wordt de evolutie van de ethiek geschetst. Historisch werd de zorgethiek van vandaag voorafgegaan door de klassieke medische ethiek. Deze was beperkt tot een ethiek van artsen, met een duidelijk referentiekader gebaseerd op de eed van Hippocrates. Halverwege de eeuw komt de vraag naar boven of alles wat technisch mogelijk is, ook zinvol is.

 “Ethiek bleef een domein van specialisten.”

Het nieuwe paradigma wordt de principebenadering. Goed of slecht wordt afgeleid uit belangrijke waarden en principes en is niet langer een beslissing van de individuele arts. Het blijft echter wel een domein van specialisten die hun handelen en zorgpraktijken op basis van deze principes sturen en verbeteren.

Zorgethiek

De zorgethiek van vandaag wil recht doen aan het zorgproces en de contextualiteit van de zorg. De auteurs beschrijven dit aan de hand van vier kenmerken. Het zorgproces, hier en nu en voor deze persoon, bepaalt wat goed is om te doen. Dat gebeurt niet op basis van afstandelijke toepassingen, maar start vanuit een gevoeligheid voor de kwetsbaarheid van de ander. Van wat voor haar of hem op het spel staat.

 “De zorgrelatie vervangt de afstandelijke redenering.”

De zorgrelatie en betrokkenheid komt in de plaats van de afstandelijke redenering. Dit veronderstelt een bijzondere gevoeligheid voor het omgaan met macht. Aan deze kapstok wordt in het cahier het denken rond ethisch leiderschap opgehangen.

Vier fasen

Goede zorg is een gezamenlijke zoektocht. Het is geen product of vorm van dienstverlening. Hierbij verwijzen de auteurs naar het werk van de Amerikaanse politicologe Joan Tronto. Zij beschrijft zorgethiek als een praktijk in vier fasen. Die veronderstellen telkens onderliggende kwaliteiten of deugden. Dat alles onder de globale noemer van zorgzaamheid.

Het gaat om ‘zich zorgen maken over’, wat aandacht vraagt. Om ‘zorg opnemen’ met verantwoordelijkheid, ‘zorg verlenen’ op een deskundige manier en ontvankelijkheid voor het perspectief van ‘zorg ontvangen’. Zorgzame leidinggevenden bieden deze zorg aan alle zorgontvangers aan,en ook aan hun medewerkers en alle medemensen.

Ethisch leiderschap

Ethisch leiderschap richt zich op de zorg voor het goede leven van mens en samenleving. Een finale doelstelling die morele en sociale verplichtingen inhoudt. Leidinggevenden richten zich daarbij op het doen van het goede, en dit op de goede manier. Ze toetsen zichzelf en hun werk daaraan. Zo zijn ze tegelijkertijd effectief en ethisch bezig.

“Werken aan rechtvaardige organisaties.”

Daarbij creëren ze de mogelijkheden voor hun organisatie om de best mogelijke, goede zorg te organiseren. Zo werken ze aan rechtvaardige organisaties.

Concreet

In het laatste deel van het cahier staan de auteurs uitvoerig stil bij de concretisering van ethisch leiderschap.

Daarbij werken ze het begrip zorgzaamheid verder uit. Dit uit zich in het stilstaan bij het hier en nu, met het individuele en specifieke van elke situatie. Met aandacht ziet de leidinggevende dit, geeft het de nodige tijd, gaat in dialoog en doet dit op een bezonnen wijze. De leidinggevende verdiept zich in deskundigheid en blijft flexibel voor het unieke van elke wijzigende situatie.

Kwetsbaar

Omgaan met de eigen kwetsbaarheid en die van anderen zorgt voor verbinding met de ander. Het is de motor naar empathie, mededogen en zorg. Kwetsbaarheid houdt ook faalbaarheid in en meteen de kans om te leren en verantwoordelijkheid te nemen.

 “Kwetsbaarheid is de motor naar empathie.”

Nadenken en reflectie in een omgeving die vertrouwen biedt, vormt de voedingsbodem waarop medewerkers goede zorg ontwikkelen, zonder een overmaat aan protocollen of regels. Bespreekbaarheid en tegenspreekbaarheid zorgen dat het geheel dynamisch is en groeit.

Leider of manager

Leidinggevenden stimuleren aandachtigheid in en voor de relatie bij de medewerkers. Ze gaan voor interafhankelijkheid tussen medewerkers en cliënten, tussen henzelf en anderen. Vrijmoedig spreken vervangt al te gedetailleerde regels en procedures.

Een al te grote klemtoon op efficiënt organiseren dreigt de kwetsbare en minder mondige cliënt of medewerker te verdringen. Men spreekt hier ook over het ‘instrumentaliseren’ van de mens.

“Het verschil tussen management en leiderschap is belangrijk.”

Het wordt stilaan een cliché, maar het onderscheid tussen management en leiderschap is hierbij belangrijk. Management staat dan voor beheersing en controle, leiderschap voor kansen geven in onrust. Bescheidenheid is een belangrijk kenmerk voor zorgzame leidinggevenden die deze omslag willen cultiveren.

Organisatiecultuur

Uit het besluit citeer ik nog twee behartigenswaardige vaststellingen en aandachtspunten. Ethisch leiderschap wordt mee vormgegeven door een aantal geïnternaliseerde waarden of deugden. Die bepalen het doen en zijn van een leidinggevende.

“De organisatiecultuur cultiveert het ethisch leiderschap.”

Bij uitbreiding is het ook de opdracht “om een organisatiecultuur na te streven die het (zorg)ethisch leiderschap cultiveert en de noodzakelijke voorwaarden vervult om leidinggevenden hier verder in te laten groeien.” Niet nieuw, maar de moeite van het beklemtonen waard.

Reflectie

Dit cahier biedt heel wat reflectievoer, bijvoorbeeld voor iedereen die vandaag bezig is met de omslag naar een echte vraaggestuurde werking op basis van eigen levensregie. Dit kan immers alleen maar in een wederzijdse dialoog tussen cliënten en hun netwerk, medewerkers en organisaties.

Dat geldt ook voor het ganse luik rond eigenaarschap, verantwoordelijkheid, eigen initiatief. Veel organisaties streven dit vandaag na op een horizontale in plaats van bureaucratische manier.

“Niets zo praktisch als een goede theorie,” zei Lewin. Wanneer we deze quote een beetje breed interpreteren is ze zeker van toepassing op wat de auteurs hier aanbieden. Beschouw dit cahier als een handig werk- en discussieboek. Het loont de moeite.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen