Contextbegeleiding gestript

Praktijkhandboek

Roos Steens

Mechelen, Emmaüs vzw, 2016, 212 p

‘Contextbegeleiding gestript’ is een neerslag van een gedegen sociaalwerkonderzoek binnen jeugdzorg Emmaüs. Het boek biedt niet alleen inspiratie maar geeft ook interessant perspectief op de praktijk van contextbegeleiders, de ploeteraars die handelen in de messy realiteit van kwetsbare gezinnen.

Sociaalwerkonderzoek

Het Vlaams sociaalwerkonderzoek is divers. Onderzoekers gebruiken een grote waaier aan theoretische uitgangspunten, paradigma’s en vormen van dataverzameling om de sociaal werker in zijn praktijk te bestuderen.Raeymaeckers P., Driessens K. en Tirions, M. (2016), ‘Een zoektocht naar de identiteit van het sociaalwerkonderzoek : een reflectie over de kenmerken van een academische discipline’, Journal of social interventions, 25:2, 43-63.

Het sociaalwerkonderzoek neemt in vergelijking met andere menswetenschappelijke disciplines een unieke positie in omdat het niet alleen fundamenteel wetenschappelijke kennis wil genereren, maar ook wil bijdragen aan de praktijk van de sociaal werker.

De publicatie ‘Contextbegeleiding gestript’ is een weerslag van zo’n gedegen sociaalwerkonderzoek. Het kwam tot stand binnen een intensieve samenwerking tussen onderzoeker en praktijk in het kader van een academische werkplaats.

Messy business

Zoals het in de inleiding van het boek treffend staat, is de hulpverleningspraktijk in gezinnen een ‘messy business’. Veel omgevingsinvloeden, het kluwen van probleemgebieden en de onzekere uitkomst van interventies maken het voor contextbegeleiders soms zeer moeilijk. Hun job wordt daarom omschreven als ‘ploeterwerk’ in de chaotische en zeer onvoorspelbare context van gezinnen.

“Starre protocollen zonder ruimte volstaan niet.”

Het boek biedt een kompas dat richtinggevend is voor het handelen van de contextbegeleider. De concrete handvaten bieden ondersteuning voor praktijkwerkers. Maatzorg staat hierbij centraal. Elk gezin is immers anders. Starre protocollen en procedures zonder bewegingsruimte werken averechts. Om te werken als contextbegeleider is het daarom cruciaal dat je vrijheid krijgt om te experimenteren.

De begeleider is generalist, of in gewone mensentaal ‘expert van het gewone leven’. Hij positioneert zich naast het gezin en activeert zowel het informele als formele netwerk. Dit vereist van de contextbegeleider dat hij “flexibel kan schakelen tussen verschillende perspectieven (gezin, hulpverleners, organisaties) en tussen rollen zoals coach, aannemer en regisseur”.

Viertrapsraket

Centraal staat een model van Intensieve Pedagogische Thuisbegeleiding (IPT). De contextbegeleider stemt zijn interventies voortdurend af op de hulpvraag, maar vertrekt ook steeds vanuit een theoretisch kader dat zowel zijn houding als handelen richting geeft.

“Samenredzaamheid staat centraal, niet zelfredzaamheid.”

Een viertrapsraket waarbij het concept ‘empowerment’ centraal staat vormt de kern van het boek. Deze ‘raket’ wordt in een eerste trap aangestuurd vanuit het empowermentparadigma. Het handelen van de contextbegeleider vertrekt verder vanuit een empowerende basishouding (tweede trap) en wordt ondersteund door de handelingsprincipes van het IPT (derde trap) en diverse voorhanden methodieken en technieken (vierde trap).

Onmiddellijk wordt de lezer met de neus op de feiten gedrukt. De auteur benadrukt dat er verschillende misverstanden bestaan over empowerment. De term ‘samenredzaamheid’ staat centraal, en niet zelfredzaamheid. Focus ligt dus niet op het responsabiliseren van de cliënt, maar eerder op het zoeken en aanhaken naar hulpbronnen binnen de omgeving.

Tussen individu en structuur

Wat onmiddellijk opvalt, is dat het boek op een interessante manier een aantal belangrijke spanningsvelden aanraakt waar het sociaal werk al decennialang mee worstelt. Het is echter jammer dat deze spanningsvelden en de manier waarop de contextbegeleider hiermee kan omgaan niet worden meegenomen in de verdere uitwerking van de IPT-methodiek.

Een eerste spanningsveld is het dilemma tussen individu en structuur. In het boek wordt terecht gesteld dat het gezin zelf geen schuld treft, maar dat de oorzaak van problemen moet worden gezocht in allerlei uitsluitingsmechanismen op het niveau van onze samenleving.

“Hoe gaan begeleiders om met deze stucturele realiteit?”

Hoewel het boek het belang van deze structurele component meermaals benadrukt, door bijvoorbeeld te spreken van ‘multi-stress’ gezinnen in plaats van ‘multi-problem’ gezinnen, is het toch belangrijk om hier meer aandacht aan te besteden.

Hoe gaan contextbegeleiders om met deze stucturele realiteit? Op welke manier kunnen ze ervoor zorgen dat de drempels die deze gezinnen ervaren, worden overwonnen? Hoe kijken begeleiders naar deze structurele oorzaken van bijvoorbeeld armoede?

Generalisme of specialisme

Het uitgangspunt van dit methodiekboek is de contextbegeleider die zich als generalist plaatst op het niveau van het gezin. Opvallend is echter dat het generalistisch sociaal werk verderop niet meer centraal staat. De mooie vertaling van generalistisch sociaal werk naar ‘expert van het alledaagse leven’ wordt niet verder uitgewerkt.

“Een generalist werkt niet alleen aan empowerment.”

Het IPT-model blijft vooral geënt op het empowermentparadigma en een integraal perspectief met een holistische kijk op het functioneren van het gezin. Een generalist werkt echter niet alleen aan empowerment. Zijn opdracht gaat veel verder.

Op het mesoniveau gaat hij actief aan de slag met allerlei drempels die de cliënt de toegang tot de noodzakelijke hulp- en dienstverlening belemmeren. Op het macroniveau van de samenleving signaleert hij structurele knelpunten. Binnen deze gelaagde opdracht is de samenwerking met andere diensten, organisaties en beleidsniveaus cruciaal.

Individu en organisatie

Een succesvolle begeleiding is enkel mogelijk wanneer de organisatie voldoende investeert in de ondersteuning van de contextbegeleiders. Een belangrijke meerwaarde van dit onderzoek is dat het zeer veel aandacht besteedt aan die organisatorische context.

“Supervisie is een rustpunt.”

Zo wordt benadrukt dat supervisie niet beperkt mag blijven tot taakondersteuning. Supervisie moet ook aandacht hebben voor de persoonlijke en procesondersteuning. Supervisie is een ‘rustpunt’ dat contextbegeleiders de noodzakelijke zuurstof moet geven om zich daarna terug te begeven in de uitdagende context van hun gezinnen.

Op basis van een theoretisch raamwerk worden concrete handvaten geboden voor supervisoren.

Controle

Uit de wetenschappelijke literatuur leren we dat de controle over de eigen werkomstandigheden, een belangrijke randvoorwaarde is voor het welbevinden van medewerkers. Voor contextbegeleiders die elke dag dreigen vast te lopen in het ploeterwerk is het belangrijk dat de organisatie hierbij een ondersteunende rol vervult.

Ondersteuning in de vorm van intervisie en supervisie is belangrijk maar moet worden aangevuld met aandacht voor structurele drempels waarmee begeleiders worstelen. De machteloosheid van contextbegeleiders op het terrein heeft vaak te maken met het gevoel dat bepaalde problemen onomkeerbaar zijn.

De organisatie kan daarom op actieve wijze aan de slag gaan met de signalen. Een platform kan aanleiding zijn voor debat en een constructieve dialoog. Belangrijk is natuurlijk dat er ook iets wordt gedaan met het resultaat van deze dialoog. En dat het meer is dan een druppel op een hete plaat. Overleg met hogere beleidsniveaus en partnerorganisaties is daarom aan te raden.

Aanrader

Het boek biedt een zeer interessant perspectief op de praktijk van contextbegeleiders. De ploeteraar van dienst wordt een boeiend kompas aangeboden dat richtinggevend kan zijn voor het handelen in de messy realiteit van kwetsbare gezinnen. Het is een aanrader voor zowel ervaren als beginnende hulpverleners.

“Het boek is een boeiend kompas.”

Het vormt ook interessante inspiratie voor de opleidingen sociaal werk. Het overzichtelijk geheel van handelingsprincipes en methodieken zijn een belangrijke kapstok om te reflecteren over het handelen van de hulpverlener.

Het is echter jammer dat de specifieke dilemma’s van het sociaal werk niet verder worden uitgewerkt in de methodiek. De eigenheid van het sociaal werk komt hierdoor minder tot uiting. Kortom: werk aan de winkel.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen