Sociaal werkers en armoede

Geen succes zonder generalisten

Mensen in armoede worden geconfronteerd met een kluwen van problemen op diverse levensdomeinen. Op welke manier moet het sociaal werk zich positioneren tegenover deze doelgroep die steeds groter wordt?

Sociaal werkers en armoede
©Ghalia @Flickr

Specialisten en generalisten

De cijfers die we enkele maanden geleden publiceerden liegen er niet om.Dierckx, D., Coene, J., Raeymaeckers, P. en van der Burg, M. (2015), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2015, Leuven, Acco; Coene, J., ‘Kinderarmoede blijft een groot probleem. Samen strijden op vele fronten’, Sociaal.Net, 25 januari 2016.Een aanzienlijk deel van de Belgische bevolking (15,5%) leeft nog steeds onder de armoedegrens. Dit is een belangrijke uitdaging voor het sociaal werk en de welzijnsorganisaties die werken met mensen in armoede.

In deze bijdrage zoomen we in op een spanningsveld waar het sociaal werk de laatste jaren steeds meer mee geconfronteerd wordt, namelijk tussen specialisme en generalisme. Voor sociaal werkers die werken met mensen in armoede is dit spanningsveld zeer relevant.

Praktijkervaringen en wetenschappelijk onderzoek tonen aan dat mensen in armoede nood hebben aan specialistische expertise, maar tegelijkertijd ook generalisten nodig hebben die zich op diverse levensdomeinen bewegen. Verder stellen we in deze bijdrage dat generalisten een onontbeerlijke rol opnemen binnen de structurele opdracht van het sociaal werk.

“Moet het sociaal werk zich verder specialiseren?”

Profileert de toekomstige sociaal werker zich als een expert in het generalisme? Of is het noodzakelijk dat het sociaal werk zich verder specialiseert?

Geschiedenis

Toen Mary Richmond in de twintigste eeuw in de Charity Organisation Society te Baltimore haar boeken ‘Social Diagnosis’ en ‘What is Social Casework?’ finaliseerde, legde ze de fundamenten van het ‘generalistische sociaal werk’.Richmond, M. (1922), What is social case work? An introductory description, New York, Russell Sage Foundation; Richmond, M. (1917), Social diagnosis, New York, Russell Sage Foundation.

Hoewel de term toen nog niet vermeld werd, was Richmond zich er sterk van bewust dat de sociaal werker zich positioneert op een gespannen verhouding tussen het individu en zijn omgeving. Voor Mary Richmond waren contextuele invloeden zoals de familie, het sociale netwerk, de buurt en de diverse publieke en private hulpverleningsorganisaties dan ook zeer belangrijk voor het sociaal werk.

De sociaal werker krijgt van Mary Richmond een zeer uitdagende opdracht. Hij ondersteunt de cliënt, rekening houdend met zijn mogelijkheden en de hulpbronnen waar hij zich op kan beroepen. De professional heeft daarbij oog voor de diverse hulpvragen en het complexe kluwen van samenhangende problemen op diverse levensdomeinen.

De generalist

Hoewel er veel verwarring ontstaat over de betekenis van de term generalist, levert het werk van Mary Richmond enkele belangrijke inzichten. In deze bijdrage schuiven we een perspectief op generalistisch sociaal werk naar voor waarbij twee kenmerken centraal staan.

“De generalist is gericht op het kluwen van problemen.”

De generalist heeft aandacht voor de diverse problematische levensdomeinen van kwetsbare doelgroepen. Generalisten bekijken niet elk probleem afzonderlijk, maar hebben aandacht voor het gegeven dat levensdomeinen elkaar beïnvloeden. De interventies van de generalist zijn daarom gericht op het kluwen van problemen op diverse domeinen.

De generalist heeft ook aandacht voor de omgeving of context van de cliënt. Het gaat hierbij om het informele netwerk van familie, vrienden, kennissen, buren, vrijwilligers en andere professionele hulpverleners.

De specialist

Hoewel het generalistische karakter van het sociaal werk al vanaf de negentiende eeuw deel uitmaakt van de eigenheid van de professie, worden sociaal werkers in de dagelijkse praktijk steeds meer als specialisten ingezet. Deze sociaal werkers bekwamen zich in één specifieke vorm van hulpverlening. Ze werken binnen een zeer specialistische taakomschrijving aan zeer afgebakende problemen.

“Welke richting moet het sociaal werk uit?”

Een cruciale vraag waar zowel beleidsmakers, onderzoekers als praktijkwerkers mee worstelen: Welke richting moet het sociaal werk uit? Is het noodzakelijk dat sociaal werkers zich bekwamen in één enkele expertise? Of moeten sociaal werkers als bekwame generalisten het werkveld betreden?

Begrensde specialisten

Een éénduidig antwoord bestaat jammer genoeg niet. Zweedse onderzoekers legden deze vraag voor aan sociaal werkers, beleidsmakers en coördinatoren in specialistische en generalistische organisaties.Blom, B. (2004), ‘Specialization in social work practice: Effects on interventions in the personal social services’, Journal of Social Work, 4, 25-46; Perlinski, M., Blom, B., Moren, S. & Lundgren, M. (2011), ‘The dialectics between specialization and integration. Politicians and managers’ views on forms of Organization in the Swedish Social Services’, Administration in Social Work, 35(1), 60-87.

Wat blijkt? Specialisten treden op als zeer bekwame experten bij cliënten met een afgebakende hulpvraag. Maar ze komen tekort als ze worden geconfronteerd met cliënten met een kluwen aan problemen. Vaak krijgen deze specialisten onvoldoende overzicht over de probleemsituatie. Een vraagverheldering kost immers tijd en de cliënt is in vele gevallen niet in staat of niet bereid om een gestructureerd overzicht te bieden van zijn of haar situatie.

Daarnaast geven specialisten toe dat, hoewel ze expert zijn binnen een afgebakend specialistisch terrein, hun kennis en vaardigheden verkleinen als de cliënt met vragen of problemen wordt geconfronteerd die buiten het expertisegebied vallen.

Sociaal werk van de toekomst

Het besluit van deze onderzoekers is duidelijk: het sociaal werk van de toekomst moet zowel specialistisch als generalistisch zijn. Cliënten met complexe problemen hebben nood aan gespecialiseerde kennis en expertise, maar ook aan een generalist die het overzicht bewaart, waar ze voor alle mogelijke problemen terecht kunnen.

“Sociaal werk moet zowel specialistisch als generalistisch zijn.”

Dit brengt ons bij een volgende vraag: Op welke manier kan het sociaal werk zowel generalistisch als specialistisch ingezet worden?

Expertise samenleggen

Een antwoord ligt in het pleidooi voor samenwerking, netwerking of teams. Hierbij wordt vaak het argument gebruikt dat het voor één sociaal werker onmogelijk is om zowel generalist als specialist te zijn. Daarom moet hij samenwerken met andere sociaal werkers en organisaties.

In een ideaal scenario bestaat zo’n team uit een netwerk van specialisten en generalisten. Zo wordt op dit moment door de Centra Algemeen Welzijnswerk en Samenlevingsopbouw op een zeer interessante manier geëxperimenteerd met wijkteams en wijknetwerken. De specialisten staan in voor de diepgaande expertise die nodig is op de levensdomeinen waar de doelgroep problemen ervaart. Maar ook generalisten hebben in zo’n netwerk een meerwaarde.

Als organisaties of lokale besturen een netwerk willen opstarten voor betere hulpverlening aan individuele cliënten, wordt vaak enkel gedacht aan de specialistische expertise die noodzakelijk is om een gepast antwoord te voorzien op de specifieke noden van de doelgroep. Eerder onderzoek toont echter aan dat ook generalisten veel te bieden hebben.Raeymaeckers, P. en Van Riel K. (2014), ‘Generalistisch sociaal werk : overbodige luxe of noodzakelijk goed?’, Alert voor sociaal werk en politiek, 2014, 55-62.

Zo stelden we vast dat generalisten een positieve invloed uitoefenen op de samenwerkingsverbanden tussen diverse specialistische organisaties.Raeymaeckers, P. (2014), Tussen centrum en periferie. Naar geïntegreerde netwerken tussen hulpverleningsorganisaties, Leuven, Acco. Dit boek werd besproken op Sociaal.Net.

Generalist als informatieverstrekker

In een netwerk treedt de generalist eerst en vooral op als informatieverstrekker. Door de open houding die generalisten opnemen naar alle mogelijke vragen en problemen van de cliënt, beschikken deze sociaal werkers over een zeer brede kennis over de situatie. Die kennis kan gebruikt worden om het verhaal van de cliënt te kaderen binnen de juiste context.

Onderzoek toont aan dat deze informatie zeer waardevol kan zijn voor een netwerk als het gericht is op hulpverlening op maat van de complexe problemen van zeer kwetsbare doelgroepen.Raeymaeckers, P. (2014), Tussen centrum en periferie. Naar geïntegreerde netwerken tussen hulpverleningsorganisaties, Leuven, Acco..

“De generalist functioneert ook als ondersteuner.”

De generalist functioneert daarnaast ook als ondersteuner. Vaak ervaren zeer kwetsbare hulpvragers een hoge drempel om de stap naar de hulpverlening te zetten. Men vermoedt een onvriendelijk onthaal, men ontwikkelt gevoelens van wantrouwen of vreest een onpersoonlijke behandeling. Mensen hebben schrik voor een negatieve beslissing of ervaren moeilijkheden om het verhaal nogmaals te vertellen. Voor veel generalisten is het dan ook noodzakelijk dat ze de cliënt ondersteunen in de contacten naar andere hulpverleningsinstanties.

De generalistische sociaal werker zal ook andere organisaties overtuigen om de rechten van cliënten uit te oefenen, zoals het leefloon of andere financiële steun. Hierbij levert de generalist een actieve bijdrage tot het verhogen van de toegankelijkheid en laagdrempeligheid van specialistische hulpverlening.

Organisatie van netwerken

Netwerken of teams van generalisten en specialisten hebben een duidelijke meerwaarde. Toch liggen nog verschillende vragen open voor verder onderzoek.

Zo is het onduidelijk hoe deze netwerken concreet moeten georganiseerd worden. Is het nodig dat in het netwerk een taakverdeling ontstaat tussen generalisten en specialisten? Of is het belangrijk dat elke specialist ook een generalistische opdracht krijgt? Hierbij is het belangrijk dat de specialistische expertise die noodzakelijk is voor kwetsbare doelgroepen niet in gevaar wordt gebracht.

“Netwerken hebben een meerwaarde.”

Om deze teams of netwerken verder vorm te geven, is het perspectief van de cliënt cruciaal. Vraagstukken rond beroepsgeheim en de manier waarop partners binnen het netwerk omgaan met cliëntgegevens zijn zeer belangrijk. Verder wetenschappelijk onderzoek kan hierop een antwoord formuleren.

Sociaalwerkonderzoek

Dit brengt ons bij de volgende vraag. Op welke manier kan het sociaalwerkonderzoek een bijdrage leveren tot dit debat?

In een eerdere bijdrage definieerden we sociaalwerkonderzoek als een academische discipline die een theoretische meerwaarde nastreeft en ook relevant moet zijn voor de sociaal werk praktijk.Raeymaeckers, P, Driessens, K., Tirions M. (2015), ‘De sociaalwerkonderzoeker als generalist: een kritische reflectie’, in Driessens, K. e.a., Een caleidoscoop van sociaalwerkonderzoek: een sociaalwetenschappelijke benadering, Leuven, Acco.Het onderzoek is bij voorkeur sterk empirisch georiënteerd en levert een fundamentele bijdrage tot de verdere wetenschappelijke ontwikkeling van het sociaal werk.

“Kan sociaalwerkonderzoek een bijdrage leveren?”

Daarnaast is het noodzakelijk dat het sociaalwerkonderzoek ook de dagelijkse praktijk van de sociaal werker als professional ondersteunt.

De praktijk

Ter illustratie beschrijven we een onderzoeksproject dat recent werd toegekend door het Europees Sociaal Fonds (ESF). Dit project heeft als doelstelling om generalistisch sociaal werk te implementeren in de organisaties ‘De Ploeg vzw’ en ‘Sociale Werkplaats de Sleutel vzw’. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksgroep OASeS en Recht-Op, een vereniging waar armen het woord nemen.

De Ploeg begeleidt kwetsbare doelgroepen naar de arbeidsmarkt. De jobcoaches van De Ploeg worden beschouwd als specialisten op het domein van activering en tewerkstelling. Zij begeleiden hun doelgroep naar duurzame tewerkstelling op maat in het reguliere arbeidscircuit. Er wordt onder andere gewerkt op basis van de methodiek van ‘Supported Employment’ die een goede matching tussen cliëntprofiel en jobprofiel beoogt om zo een brug te slaan naar de arbeidsmarkt.

Sociale werkplaats De Sleutel werkt met drugsverslaafden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ook deze coaches werken specialistisch. Voor deze doelgroep vormt een verslavingsgeschiedenis een belangrijke belemmerende factor. Deze doelgroep heeft een hoge kans op armoede en contacten met psychiatrie of justitie.

“Beide organisaties willen meer generalistisch werken.”

Beide organisaties participeren in het project omdat ze geconfronteerd worden met een hoge instroom van een doelgroep die in armoede leeft. Ze zijn het idee genegen om meer generalistisch sociaal werk mogelijk te maken op de werkvloer.

Actieonderzoek

Het project wordt uitgevoerd volgens de principes van het actieonderzoek. Dit is een vorm van sociaal-wetenschappelijk onderzoek dat kennisproductie verbindt met verandering via een proces van dialoog tussen wetenschappers en alle mogelijke stakeholders.

Het actieonderzoek omvat vier cruciale elementen: actie, evaluatie, kritische reflectie en verandering. Dit wil zeggen dat er een actie of interventie wordt uitgevoerd. Deze interventie wordt samen met de betrokkenen geëvalueerd. De evaluatie resulteert in een kritische reflectie met zowel sociaal werkers, teamcoördinatoren en de doelgroep. Het resultaat is een nieuwe en verbeterde interventie.

Bij de concrete uitwerking wordt rekening gehouden met het perspectief van de organisatie, sociaal werkers en de doelgroep. In wekelijkse casebesprekingen wordt op basis van dagboekjes vertrokken van de dagelijkse ervaringen van de jobcoaches in beide organisaties. Hierbij analyseren de jobcoaches een concrete cliëntcase en beschrijven ze in welke mate men op dit moment al generalistisch te werk gaat op de diverse levensdomeinen. We bekijken de knelpunten die ze hierbij ervaren en hun concrete aanbevelingen.

Twee sporen

Eerst werken we enkele handvaten uit om binnen De Ploeg en De Sleutel een generalistisch traject uit te stippelen. Daarnaast bekijken we de manier waarop de generalistische begeleiding georganiseerd wordt binnen de teams. Hierbij ontwikkelen we verschillende scenario’s. Zo kan een jobcoach vrijgesteld worden die binnen het team de generalistische begeleiding verzorgt. Maar er kan ook een specialist met een generalistische opdracht aangesteld worden.

“Een specialist kan een generalistische opdracht krijgen.”

In de verdere fases wordt met deze interventies geëxperimenteerd. De ervaringen van de jobcoaches worden uitgebreid bevraagd op basis van focusgroepen en interviews. Daarnaast zullen door coach-the-coach trainingen de gesprekken tussen jobcoaches en cliënt uitgebreid worden opgevolgd door de onderzoeker.

Ten slotte brengt Recht-Op de stem van mensen in armoede binnen in het onderzoek en reflecteert samen met de onderzoeker, mensen in armoede, jobcoaches en doelgroep over de resultaten en de interventies. De onderzoeksresultaten leiden tot concrete aanbevelingen over de manier waarop zowel specialistisch als generalistisch werk in een organisatie kan ingezet worden.

Tussen individu en structuur

De discussie over specialistisch of generalistisch sociaal werk heeft ook betrekking op een ander dilemma waarmee het sociaal werk al lange tijd geconfronteerd wordt: de spanningsvolle verhouding tussen individu en structuur.Buchbinder, E., Eisikovits, Z. & Karnieli-Miller, O. (2001), ‘Social Workers’ Perceptions of the Balance between the Psychological and the Social’, Social Service Review, 78, 531-552; Jones, R. (2014), ‘The Best of Times, The Worst of Times: Social Work and Its Moments’, British Journal of Social Work, 44, 485–502.Waar ligt de opdracht van het sociaal werk? Richten we ons tot het individu of is het de structuur die moet aangepakt worden?

“Dit gaat ook over de relatie tussen individu en structuur.”

Een te enge interpretatie van de individuele benadering leidt tot een overdreven individualistische aanpak waarbij de problemen van de cliënt worden herleid tot zijn of haar (gebrekkig) psychologisch functioneren. Heil wordt gezocht in therapie en begeleiding met als doelstelling gedragsverandering, aanpassing en reïntegratie van het individu in de samenleving.

Een structurele benadering zet zich hier terecht tegen af. Hierbij worden opvattingen over de radicale en structurele opdracht van het sociaal werk benadrukt om belemmeringen en systeemfouten in de maatschappij bloot te leggen en aan te kaarten. Het ultieme doel is een sociaal rechtvaardige samenleving waar kwetsbare doelgroepen niet meer uit de boot vallen.

Meerwaarde

Generalistisch sociaal werk heeft zowel op individueel als structureel vlak een belangrijke meerwaarde. Op het individuele niveau staat de relatie tussen de generalist en de cliënt steeds centraal.

De generalist hanteert een uitgesproken integrale kijk op de cliënt. Hierbij wordt aandacht besteed aan problemen, maar wordt ook bevestigd wat goed gaat. De generalist investeert in een positieve hulpverleningsrelatie en beschouwt de hulpverlening als een participatief proces.

“De generalist beschouwt hulpverlening als een participatief proces.”

Daarnaast is de generalist de sociaal werker die knelpunten signaleert en werkt aan drempels die hulpverleningsorganisaties opwerpen. De generalist bewaakt de laagdrempeligheid van de hulpverlening en de afstemming tussen het aanbod van specialistische organisaties en de vraag van de doelgroep.

De generalist heeft ook een rol op te nemen op het structurele niveau van het beleid. Hij beschikt over zeer veel kennis over de doelgroep. Zijn brede kijk op de diverse levensdomeinen van de cliënt levert expertise op die benut kan worden om het beleid op diverse niveaus verder vorm te geven. De generalistische expertise betekent daarom een grote meerwaarde voor de structurele opdracht van het sociaal werk.

Hoge verwachtingen

Er bestaan hoge verwachtingen ten aanzien van generalistisch sociaal werk. De generalist moet aan veel eisen voldoen. De cruciale rol die de generalist kan vervullen op het individuele niveau van de cliënt, het meso-niveau van organisaties en het macro-niveau van het beleid moet daarom verankerd worden in toekomstige beleids- en organisatorische ontwikkelingen binnen het sociaal werk.

“De generalist moet hoge verwachtingen inlossen.”

Zo is het belangrijk dat in toekomstige initiatieven en lokale experimenten waarbij ingezet wordt op samenwerking tussen specialisten en generalisten, de rol van de sociaal werker op zowel het micro-, meso- als macroniveau ondersteund wordt.

Hier ligt een belangrijke uitdaging bij innovatieve en lokale experimenten zoals de wijkteams, wijknetwerken en de toekomstige initiatieven in het kader van het breed geïntegreerd onthaal. We toonden immers aan dat een netwerk voordelen kan halen uit de brugfunctie die de generalist kan vervullen.

Wie doet wat?

Daarnaast is het belangrijk dat de structurele functie van de generalist versterkt wordt. De noodzakelijke structurele verandering kan, zeker als het gaat over mensen in armoede, enkel bekomen worden als het leefwereldperspectief van de cliënt vertegenwoordigd wordt op diverse beleidsniveaus. De generalist speelt hier samen met de doelgroep een cruciale rol.

Het sociaalwerkonderzoek kan een belangrijke functie opnemen in dit debat. De uitgesproken participatieve en empirische benadering van sociaalwerkonderzoekers is cruciaal bij de verdere ontwikkeling van tal van initiatieven die in vele sectoren op dit moment worden genomen. Op die manier kunnen de noodzakelijke specialistische competenties van het sociaal werk verbonden worden met generalistische expertise over de leefwereld van kwetsbare doelgroepen.Deze studie naar generalistisch sociaal werk kwam tot stand met steun van het Europees Sociaal Fonds.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen