Sociaal werk zal politiek zijn of niet zijn

Vermarkting legt hypotheek op politiserend werken

Het debat over ‘vermarkting’ blijft duren. Hans Grymonprez en Pascal Debruyne vinden dat sociaal werk en vermarkting niet samen gaan. Ze houden een pleidooi voor sociaal werk dat sociale grondrechten agendeert en mensen die onderbeschermd zijn zichtbaar maakt. De markt is daar niet toe in staat. De auteurs nemen ons mee langs verschillende praktijken in Vlaanderen om die stelling te verdedigen.

vermarkting
© Socialisme Be @Flickr

Alert voor vermarkting

Enkele weken terug pleitte Ludo Fret op Sociaal.Net voor meer nuance in het debat over vermarkting.Fret, L. (2017), ‘Het spook van vermarkting. Niet minder markt, wel meer overheid’, Sociaal.Net, 27 februari 2017.Hij ziet echter het tegendeel gebeuren in allerlei spook- en vijandbeelden die hij meent te ontwaren in eerdere bijdragen, onder meer van onze hand.

“Sociaal werk houdt zich best ver weg van vermarkting.”

In wat volgt menen we met econoom Karl Polanyi dat de vermarkting van sociaal werk het sociale en het relationele karakter van inter-menselijke relaties tussen sociaal werkers en vaak kwetsbare burgers – de basis voor elk sociaal werk – aantast. Vermarkting economiseert en reduceert die relaties tot een gecontractualiseerd ‘aanbod of dienst’.

Sociaal werk mag zich niet wentelen in de slachtofferrol, noch de eigen beperkingen onder de mat vegen, maar moet politiseren waar nodig. In deze bijdrage houden we een pleidooi voor sociaal werk dat grondrechten agendeert en politiseert door het subject van die rechten dat onderbeschermd is, zichtbaar en hoorbaar te maken. Op die manier worden nieuwe noden zichtbaar die dan opnieuw tot grondrecht kunnen worden omgebogen.

Wil sociaal werk streven naar sociale rechtvaardigheid en ijveren voor meer collectieve verantwoordelijkheid,Komt uit de Vlaamse vertaling van de Internationale definitie van sociaal werk van 2014.dan houdt zich best ver weg van vermarkting.

In wat volgt zoomen we in op het vraag- en aanboddenken, de potentiële verliezers van de vermarkting en het openbreken van machtsconcentraties in perspectief tot politiserend sociaal werk.

Voorbij vraag en aanbod

In essentie gaat de bijdrage van Ludo Fret over de vraag hoe je vanuit cliëntperspectief het hulpaanbod best organiseert. Hij stelt dat het perspectief van de gebruiker nog te vaak ondergesneeuwd geraakt. Bij hem staan vraag, aanbod, gebruiker, aanbieder en keuzevrijheid centraal. Conform de huidige tijdsgeest en als antwoord op verkeerdelijk paternalisme, is het de consument-burger die zijn ‘koopwaar’ kiest.

“Sociaal werk is meer dan vraag en aanbod.”

Maar sociaal werk is meer dan een kwestie van vraag en aanbod. Een conceptualisering van sociaal werk in dergelijke economische termen laat het politieke ondersneeuwen.Piessens, A. (2008), De grammatica van het welzijnswerk, Gent, Academia Press.In haar doctoraatsonderzoek maakte An Piessens onderscheid tussen afstemmingsvragen (vraag en aanbod) en sociaalpedagogische vragen (relatie tussen individu en samenleving).

Met goede dienstverlening en een goede afstemming is niets mis. Het loopt wel fout als men sociaal werk verengt tot afstemmingsvragen. Vragen tussen individu en samenleving zijn van politieke aard en overstijgen formele rechten en koopkracht.

Woonmarkt

We hebben te maken met een afstemmingsvraag wanneer een sociaal werker een potentiële huurder ondersteunt in zijn zoektocht naar een woning. De sociaal werker zorgt dat vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd.

Politiserend sociaal werk heeft oog voor wie buiten de markt valt. Maar ook binnen de markt zien we sociale kwesties opduiken. Kijk bijvoorbeeld naar de problematiek van noodkopers. In het Gentse project “Dampoort knapt op” interveniëren enkele sociale partners waaronder Samenlevingsopbouw Gent via kapitaalinput – en dus overheidsinterventie – om huizen structureel in orde te maken.

“Kunnen commerciële spelers de politieke opdracht waarmaken?”

De woonmarkt is in België grotendeels geprivatiseerd en gericht op eigendomsverwerving. Dat produceert structurele ongelijkheid. Sociaal werk moet die ongelijkheid zichtbaar maken, en kwetsbare burgers stem geven in het publieke debat. Politiek sociaal werk wil de samenleving wijzen op haar verantwoordelijkheid. De vraag is of vermarkte organisaties en commerciële spelers die politieke opdracht kunnen waarmaken?

Niet alle consumenten zijn winnaars

Verschillende auteurs op Sociaal.Net onderschatten de ideologische fundamenten van vermarkting. De markt is in wezen een sociale relatie waar de consument met koopkracht de sterkste positie inneemt. Dit is fundamenteel anders dan de sociale relaties in en van het sociaal werk, waar waardengerichtheid, emancipatie en empowerment actieve vormgever zijn tussen individu en samenleving.

“Vanzelfsprekende emancipatie via vermarkting?”

Slaagt het sociaal werk daar voldoende in? En is die focus en missie de centrale drijfveer voor de alledaagse interventies van sociaal werkers? Niet altijd. Maar het blijft wel fundamenteel in de discussie over de politieke opdracht van sociaal werk.

Fret gaat er al te vlug van uit dat consumenten door vermarkting macht verwerven en dat die macht evenredig verdeeld wordt over cliënten. Vanzelfsprekende emancipatie en empowerment via vermarktingsstrategiëen?

Voor sommige burgers zal dat wel zo zijn. Maar wat met burgers wiens problemen gedefinieerd worden als complex? Wat met vragen waarop geen eenduidig antwoord mogelijk is? Wat met ‘wicked issues’ waar de samenleving geen blijf mee weet? Wat met sociale problemen die aan het zicht worden onttrokken omdat de politiek ze niet langer wil zien?

Buitenlandse ervaring

Onderzoek naar vermarkting in een aantal welvaartstaten toont effecten aan die haaks staan op sociaal werk: meer hiërarchische planning en kortetermijndenken, dominantie van outputlogica en instrumentele samenwerking in plaats van dialectische logica en reflexieve samenwerking.Bode, I. (2016), The marketization of social welfare provision, Lezing aan de Universiteit Antwerpen, Faculteit Sociale Wetenschappen, 17 november 2016.

“Vermarkting leidt tot kortetermijndenken.”

We kennen de gevolgen. Wie in het Verenigd Koninkrijk via persoonsgerichte financiering thuiszorg inkocht, staat verder dan ooit van collectieve belangenverdediging.Carter, R. (2017), ‘The care package changes testing the limits of the care act’, CommunityCare, 8 maart 2017; McNicoll, A. (2016), ‘Underfunded and overstretched: complaints about home care rise’, CommunityCare, 10 november 2016.Een vergelijkende studie tussen het Verenigd Koninkrijk en Zweden toont aan dat ‘consumentisme’ zorgt dat behoeften eerder individualistisch worden benaderd. Dit fnuikt machtsopbouw van onderuit. De rechten die consumenten genieten op de markt gaan ten koste van politieke en sociale rechten. Formele rechten van individuen gaan voor het recht op zorg.Dean, H. (2015), Social Rights and Human Welfare, London, Routledge.

Dat recht op zorg gaat uit van een collectieve oproep om mensen bij te staan. Als er geen praktijken zijn die de vinger leggen op wat misloopt, hoe kan je dan belangen bundelen? Daardoor dreigt een deficit aan machtsopbouw van onderuit. Zonder collectieve belangenverdediging kan je broodnodige structurele veranderingen nooit verwezenlijken.

De Vaart

Het politiserend potentieel van sociaal werk is geen illusie. Dat zien we bijvoorbeeld in de praktijk van het Antwerps inloopcentrum De Vaart. Zij doen meer dan alleen zorgen voor dagopvang voor dak -en thuislozen. Zij maken deze groepen ‘die nog niet behoren’ zichtbaar en hun stem hoorbaar.Bogaerts, N. en Goris, P. (2016), ‘Succesvol inloopcentrum strijdt voor behoud’, Sociaal.Net, 19 december 2016.

“Het politiserend potentieel van sociaal werk is geen illusie.”

Als G4S Care De Vaart gaat uitbaten, dan dreigt een belangrijk deel van de werking weg te vallen. Gaat G4S zorgen voor individuele en collectieve belangenbehartiging in interactie met advocaten, schuldbemiddelaars, maatschappelijk werkers van het OCMW, cafébazen, spoedartsen, psychiaters, buurtbewoners? Niemand die het gelooft.

Vermarkting is geen goed antwoord op de problematiek van dak- en thuislozen. Belangenbehartiging of het politiseren van geïndividualiseerde problemen naar sociale problemen die een collectief antwoord vereisen, passen niet in een marktomgeving.

Asielopvang Gent

Een tweede voorbeeld is asielopvang ‘De Reno’ in Gent. Door de privatisering van de asielopvang in België kwam dit asielcentrum in handen van bewakingsbedrijf G4S en de Groep Corsendonk. De opvang van asielzoekers gebeurde op een oude bajesboot.

De medewerkers van De Reno zetten projecten op met organisaties uit de buurt Muide-Meulestede. Daarbij gingen ze verder dan wat de convenant hen oplegde. Maar het was pas toen het Gentse stadsbestuur besliste van meer te doen dan de ‘bed, bad, brood’-opdracht dat het ‘politieke’ potentieel werd aangesproken.

“Asielzoekers kregen een stem.”

Het stadsbestuur organiseerde een netwerk ‘Solidair Gent’, waarrond het werkgroepen uitbouwde met allerlei formele en eerder informele organisaties: van sociaal-artistiek werk, over hulpverlening tot vrijwilligerswerkingen. Daarnaast organiseerde de stad jeugdwerk, onderwijs en medische zorg rond de asielopvang.

Dit bottom-up netwerk ging echt een politieke rol spelen op het moment dat staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken besliste om het centrum te sluiten. Mensen moesten verhuizen naar andere asielcentra, soms aan de andere kant van het land. Alle betrokkenen tekenden protest aan. Hierbij verwees men naar de grondrechten.

Dit is het politieke moment waarop asielzoekers een stem en gezicht krijgen en waardoor de bestaande machtsorde wordt doorbroken.Rancière, J. (2004), The Politics of Aesthetics: The Distribution of the Sensible, London and New York, Continuum.Op dat moment werd het ook duidelijk dat de medewerkers van G4S die politieke rol niet kunnen en willen opnemen.

Vinger aan de pols

Maar het is een vraag die we ook moeten stellen aan het sociaal werk: Heeft een deel van ‘ons’ niet te lang verzaakt aan dat structureel werken? Nemen we die politiserende opdracht wel ernstig?

Het is nog niet zo lang geleden dat politiserende praktijken zoals de ‘Beweging voor het Recht Op Wonen’ (BRoW), die het in Gent opnamen voor dakloze Slowaakse Roma-gezinnen, oog in oog stonden met het reguliere sociaal werk.Debruyne, P. en Van Bouchaute, B. (2014), ‘De bestaande orde verstoren. Over de politieke opdracht van het middenveld’, OIKOS, 69, 2.

“Politiserend sociaal werk houdt een vinger aan de pols.”

Zien we marktspelers deze analyses en sociale interventies voeren? Zouden commerciële spelers deze rol opnemen? Politiserend sociaal werk houdt voortdurend een vinger aan de pols en onderneemt waar nodig actie om grondrechten te realiseren.

Het debat gaat dus niet over vermarkting versus protectionisme vanuit sociaal werk, zoals Ludo Fret het voorstelt. Met de vermarkting komt er gewoon een nieuw protectionisme: dat van de grote marktspelers die de markt algauw monopoliseren rond een sociale opdracht, die veel enger is dan de politieke opdracht eigen aan het sociaal werk.

De politieke opdracht van sociaal werk definiëren is belangrijker dan gewoon autonomie vragen. Wat wij voorop stellen is de vraag naar wat sociaal werk doet in relatie tot haar politiserende opdracht.

Comfortzone

In zijn bijdrage doet Ludo Fret alsof de huidige financieringswijze van het sociaal werk een comfortzone creëert, en verwijst onder meer naar de enveloppefinanciering in het algemeen welzijnswerk.

Middelen hebben altijd een disciplinerend karakter. Het zijn instrumenten om macht uit te oefenen. Het zorgt niet alleen voor directe controle maar ook voor een vorm van zelfdisciplinering bij sociale organisaties. Toch hebben ze dit niet zelf in de hand. Die middelen kwestie is minstens een relationele kwestie. Ze staat namelijk in verhouding tot de staat en de markt.

“Subsidies creëren geen comfortzone.”

De verschuiving van enveloppefinanciering naar middelen via stedelijke convenanten, creëert permanente onzekerheid bij basiswerkers. Een veranderende verhouding met de lokale overheid introduceert steeds bijkomende eisen en suprematie van kwantitatieve meetindicatoren. Vaak is de financiering ontoereikend om ervaring en expertise in huis te houden en zinvolle projecten te continueren.

Innovatie

Het idee dat subsidies de facto comfortzones creëren, doet geen recht aan de vele innovatieve praktijken die grenzen trachten te doorbreken. Zo stelt coördinator Saskia De Bruyn van De Ruimtevaart in Leuven in een interview op Sociaal.Net dat zowel het klassieke sociaal werk als de overheid op tal van vlakken tekortschiet.Goris, P. (2017), ‘Innovatie armoede bestrijden. Een traject vertrekt bij een warme tas koffie’, Sociaal.Net, 12 januari 2017.

“Vermarkting als kritiek op inefficiënt sociaal werk heeft een basis.”

Deze armoedewerking prikt door de grenzen van het eigen en extern aanbod en kijkt voorbij de grenzen van sectorale afbakeningen. Dat is moedig en werkt politiserend. Zo zijn ze bijvoorbeeld waakzaam voor gentrificatie, een proces dat de onzichtbaarheid van kwetsbare burgers in de buurt versterkt.

Een deel van het sociaal werk heeft zichzelf inderdaad opgesloten in de veiligheid van het eigen aanbod of sectorale inbedding zonder weerhaken of politiserend perspectief. Vermarkting als systeemkritiek op een inefficiënt sociaal werk heeft een basis. Alleen mag dat geenszins tot legitimatie van vermarkting leiden.

Machtsconcentraties

De markt kan bestaande machtsconcentraties openbreken. Maar waar liggen de grenzen? Over welke soort markten gaat het? Over monopolies, aandeelhoudersmarkten en speculatieve spelers? Willen we meer ondernemers als G4S of Sodexo?

Voorbeelden tonen hoe machtsconcentraties eerder worden versterkt en verdiept. In de pers verschenen schrijnende verhalen over het Forensische Psychiatrisch Centrum in Gent. Dat centrum wordt gerund door privé-bedrijf Sodexo, dat een joint venture aanging met de Nederlandse Parnassia Groep en FPC De Kijvelanden.

“De grondrechten van patiënten komt in het gedrang.”

In 2015 boekte het centrum 1.274.201 euro winst na belastingen. In één jaar tijd hebben de investeerders meer dan 75% van hun gezamenlijke inbreng kunnen recupereren.De Meester, T. en Vandecasteele L. (2017), ‘Antwerpen: leer van de fouten van het forensisch psychiatrisch centrum in Gent’, De Morgen, 23 februari 2017.

De Vlaamse Zorginspectie schreef een negatief auditrapport. Door onderbezetting van personeel is de verpleegkundige permanentie niet gegarandeerd. De nachtploeg draait op te weinig mensen en er is heel wat personeel zonder de juiste diploma’s, omdat dat goedkoper is. De uren in de werkplaatsen, waaraan Sodexo geld verdient, krijgen voorrang op therapie. De grondrechten van patiënten komen in het gedrang.

En dat is niet het enige voorbeeld. In de omslagbeweging van subsidies naar tenders voor arbeidstrajectbegeleiding werden grondrechten steeds minimaler ingevuld. Vooraf gedefinieerde in-en outputindicatoren kregen snel de bovenhand. Eerst zijn dat ‘kinderziektes’, later dreigen dit geïnstitutionaliseerde praktijken te worden.

Dat de markt monopolies van zuilen doorbreekt, innovatie en vernieuwing brengt en leidt tot meer kwalitatief sociaal werk, is iets waar ook oud-minister van welzijn Mieke Vogels vanuit ging. Gezien de beschikbare feiten en rapporten durven wij dit toch te betwijfelen.

De overheid

Om de scherpe kantjes af te veilen, verwacht Ludo Fret alle heil van de overheid. En hij is niet alleen. Ook anderen verwachten dat de overheid het laken naar zich toetrekt en de markt reguleert.Suyckens, B., Verschuere, B. en De Rynck, F. (2016), ‘Zorgt vermarkting voor betere hulpverlening? Drie voorwaarden: contract, contract, contract’, Sociaal.Net, 7 november 2016.

Maar wie of wat is die overheid? Kunnen we zomaar blind vertrouwen in haar sociale correcties? En is die overheid geen bezette politieke ruimte, afhankelijk van strijd, politieke machtsopbouw en ideologie?

Als we de huidige machtsbezetting bekijken, zien we toenemend de hegemonie van de vrije markt aan het werk. De overheid losknippen van die sociale relaties tot markt en samenleving is ze ontdoen van de machtsrelaties. Ongetwijfeld krijg je dan een reïficatie van de overheid, die ze in praktijk niet is.

“Kunnen we blind vertrouwen op de overheid?”

Het pleidooi voor sociale grondrechten is net gegroeid vanuit de vaststelling dat de overheid deze grondrechten niet consequent voor iedereen versterkt, zoals onlangs Katrijn Ruts van GRIP vzw getuigde op Sociaal.Net. Grondrechten zijn net het gevolg van een aangehouden strijd van politiserende praktijken vanuit de civiele samenleving tegenover de politieke overheid of de staat.

Het sociaal werk kan niet in de plaats van de overheid grondrechten garanderen, maar moet haar blijven wijzen op haar verantwoordelijkheid om grondwettelijk verankerde opdrachten maximaal waar te maken.

Over naar de burger

Om het plaatje nog complexer te maken, nemen we er nog een derde actor bij: de burger. Mag het debat ook gaan over initiatieven van gebruikers en burgercoöperaties? Ook dat zijn instrumenten om ‘marktgewijs’ machtsconcentratie open te breken. Alleen moeten we nagaan of ze wel de ganse markt afdekken. En nog belangrijker: wat hun politieke doelstelling is.

“Mag het ook gaan over burgercoöperaties?”

Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planningsbureau Nederland (SCP) was kritisch over die al te vlug geromantiseerde burgerkracht: “Burgerinitiatieven en andere nieuwe politieke participatievormen worden voornamelijk benut door hoger opgeleiden. Door de gebrekkige representativiteit is het risico groot dat de wensen van meerderheden te veel buiten beschouwing blijven.”

Burgerinitiatieven in de sociale sector zouden het Mattheüseffect kunnen vergroten. “Burgerparticipatie zou weleens tot nieuwe sociale ongelijkheid kunnen leiden”, stelde het SCP op Sociale Vraagstukken. Zijn kwetsbare wijkbewoners in staat de gevolgen van een terugtrekkende overheid op te vangen?

Laat ons niet naïef zijn. De pleidooien voor burgerkracht zijn niet te reduceren tot een klimaat van besparingen, maar het gevaar dat de participatiemaatschappij zich verstrengelt met een beleid van besparingen loert wel degelijk om de hoek.

Vitale coalities

Als burgerinitiatief erin slaagt om duurzame effecten te genereren, dan heeft dat vooral te maken met ‘vitale coalities’ tussen overheid, burgers en sociaal marktinitiatief.

Tonkens en Duyvendak stellen: “Dat we hier te maken hebben met een mengsel van overheidsinitiatief, ondernemerschap en burgerinitiatief is helemaal niet erg. Maar laten we er wel eerlijk over zijn. En dus toegeven dat dit niet een ‘beweging van onderop’ is: het is een beweging van alle kanten. Of we hier getuige zijn van een grote maatschappelijke omwenteling is nog maar de vraag. Zeker is wel dat media en politiek belangstelling hebben voor en ondernemers belang hebben bij die media-aandacht. En als we eerlijker over deze maatschappelijke initiatieven zijn, dan moeten er ook op wijzen dat het financieel gezien niet zoveel zin heeft om het sociaal werk weg te bezuinigen en deze maatschappelijke initiatieven ruim baan te geven: beide doen immers aanspraak op publieke middelen.”Tonkens, E. en Duyvendak, J.W. (2015), ‘Graag meer empirische en minder eufore kijk op burgerinitiatieven’, Sociale Vraagstukken, 17 januari 2015.

Social Impact Bonds

Moeten we ook de vraag niet stellen naar de specifieke opdracht van sociaal werk, in plaats van die politieke vraag te reduceren tot een bestuurstechnische kwestie over vitale coalities? We geven een recent voorbeeld uit Gent.

“Een vrij recent fenomeen zijn de Sociale Impact Bonds.”

Een vrij recent fenomeen op de markt van het sociaal werk zijn de Sociale Impact Bonds (SIB’s) of de ‘Pay for success contracts’. Met dit nieuw financieringsarrangement worden investeerders, banken, overheden en sociaal ondernemers verbonden aan een maatschappelijke doelstelling. Via een prestatiecontract met meetbare maatschappelijke effecten wordt een kostenbesparing voor de publieke sector gerealiseerd. De overheden betalen als de resultaten behaald zijn, de winst wordt uitgekeerd aan de initiële private investeerders.

Een voorbeeld daarvan loopt in het IWT innovatieproject ‘Town hall hub België – ‘Sociale Impact Hub België’ van Re-Vive NV, een projectontwikkelaar en Impact Matters ESV. Die laatste is een consultant. De uitrol van dit project spitst zich toe op de Gentse 19de eeuwse gordelwijken Dampoort en Brugse Poort, waar Re-Vive werkt vanuit hun nieuwe bedrijfsontwikkeling ‘Watt Factory’.

Met dit project wil projectontwikkelaar Re-Vive NV het Townhall Model van de Young Foundation voor het eerst experimenteel toepassen in België. Hiertoe wordt een ‘wicked’ sociaal probleem gedetecteerd, in het geval van de Dampoort is dat huisvesting, voor de Brugse Poort is dat jeugd en educatie.

Alle sociale partners worden dan georganiseerd in een buurtnetwerk rond die thema’s, aangestuurd door de initiatiefnemers. Ultiem wil Re-Vive komen tot het oprichten van Social Outcome Partnerships om Social Impact Bonds af te sluiten. De thema’s zijn nu wonen en leren, maar die vermarkting kan op zich op elk beleidsdomein realiseren. De stad Gent engageerde zich in de samenwerking met deze private partners via het inbrengen van gratis ondersteuning, ervaring, netwerk, data en andere faciliteiten.

Hefboomfonds

De markt wil hier sturend zijn en een efficiënte overheidsbesteding garanderen. Maar ondertussen vooral ook geld verdienen. De Social Impact Bonds zijn een soort hefboomfonds dat mee aan de tafel zit om te beslissen wat al dan niet gefinancierd wordt.

“De markt wil vooral geld verdienen.”

Zelfs al slaan sociale actoren, overheid en ondernemers de handen in elkaar via vitale coalities, dan nog rest de vraag naar het doel en de uitkomst van hun interventies. Opnieuw is het maar de vraag of deze marktstrategie de politieke opdracht van het sociaal werk kan waarmaken.

Radicale vernieuwers?

Want Re-Vive NV en Impact Matters ESV worden in De Standaard dan wel voorgesteld als een van de ‘radicale vernieuwers’ in een lijstje opgemaakt door de Sociale innovatiefabriek. Maar hoe ze kijken naar de buurt wordt duidelijk wanneer hen de vraag wordt gesteld over de vrees voor gentrificatie in de buurt door hun projectontwikkeling?

Nicolas Bearelle van Re-Vive in De Standaard: “Sommige concentratiewijken, waar de mix van bewoners veel te beperkt is, hebben gewoon nood aan een beetje gentrificatie’, zegt Bearelle. ‘Het zijn echte getto’s geworden. Re-Vive heeft ook een project aan het Weststation in Molenbeek. Het kan zijn dat die buurt op termijn te duur zal worden voor sommigen, maar ze zal wel beter zijn dan ervoor. We investeren in die wijken: we bouwen een school, een crèche en we denken er zelfs aan een programmeeropleiding voor lokale jongeren te organiseren. Ook de turnzaal van de school wordt buiten de schooluren ter beschikking gesteld. Dit is een inclusief verhaal.”

Deze radicale vernieuwers oordelen over de zittende bewoners alsof een concentratie van superdiverse bevolkingsgroepen een getto is. Bearelle beschrijft sociale verandering in de wijk, als verandering waar koopkracht domineert om die concentratie van superdiverse groepen open te breken. Gentrificatie is dan normaal en zelfs wenselijk: kwetsbare groepen verhuizen uit het getto en het wordt beter dan ervoor met een koopkrachtige klasse.

Bovendien positioneert Re-Vive zich alsof “zij” de kern van een wijknetwerk worden en eindelijk “een markt” aanbieden die een hefboom is voor de buurt. Alsof sociale organisaties en projecten zoals de ‘Precaire Puzzel’ in de Brugse Poort niet al jarenlang op een integrale manier bouwen aan opportuniteiten voor de buurt. Het streven van het Precaire Puzzel-netwerk was net om precaire groepen, thema’s en ruimtes zichtbaar maken. Een politieke opdracht dus.

Politiseren vergt ‘courage’

Discussies over wat sociaal werk is en wat het moet doen, zijn van alle tijden. Laten we het debat vooral open houden. Politiserend werken is geen kant-en-klaar-recept. Het moet voortdurend stilstaan bij de eigen positie en de maatschappelijke context waarin het actief is.

“Politiserend werken is geen kant-en-klaar-recept.”

De Franse filosoof Alain Badiou stelde al dat het een flinke dosis courage vraagt. Geen klaagzang, noch slachtofferschap. Wel lef en moed.

Vermarkting zet net als elke andere systeemverandering aan tot reflectie en heroriëntering. De vraag rijst op welk sociaal werk de burger, die niet in dat vermarkt aanbod past, zal kunnen rekenen. En aan wiens zijde dat vermarkt sociaal werk dan wel staat?

Het zijn nu vaak basispraktijken die politiserend werken. Het is een praktijk die aan de frontlijn van het sociaal werk vorm krijgt, in contact tussen burgers, sociaal werkers en andere stakeholders in de samenleving. Dat is niet te vatten in één model. Het wordt aangevuurd door sociaal werkers die duidelijke politieke keuzes maken, die de potentie zien van opborrelende praktijken in de samenleving.

Grondrechten

Politiseren vindt voeding in allerlei hybride vormen van projectvoering waarin de rollen die burgers, sociaal werkers, middenmanagers of politici opnemen, ter discussie staan. In die projecten staan grondrechten centraal en verwerven kwetsbare groepen macht over die condities die hen uitsluiten van het realiseren van hun grondrechten.

Over de bestuurlijke vorm die dit moet aannemen, spreken we ons niet uit. We moeten ons vooral afvragen welke praktijken ruimte en potentie realiseren om die politieke opdracht om te zetten in reële output. Daar hebben de burgers die beroep doen op het sociaal werk, voordeel van. En recht op.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen