Het personenalarm wordt slimmer

Technologie laat mensen langer thuis wonen

De bevolking vergrijst. Ons zorgsysteem loopt tegen zijn limieten. Is zorgtechnologie het antwoord? Met steun van Flanders’ Care en de KU Leuven tastten CM en enkele thuiszorgorganisaties de mogelijkheden af. Conclusie? Alleen maatwerk leidt tot verhoogde veiligheid en meer kwaliteit van leven.

personenalarm
© Thomas De Boever van Phototropic (Comm V)

Ongekende mogelijkheden

Sinds enkele jaren wordt gewezen op de ongekende mogelijkheden van moderne technologie om de thuiszorg te ondersteunen. Het gaat dan om zorgrobots, slimme horloges of traceersystemen. Zij krijgen veel aandacht tijdens demosessies, in toonaangevende tijdschriften en zelfs tijdens het nieuws in primetime.

“We geloven in de meerwaarde van zorgtechnologie.”

Als ziekenfonds werkt CM reeds jaren rond het thema zorg en technologie. Niet alleen om mee te zijn met de tijd, maar vanuit een rotsvast geloof in de meerwaarde ervan. Technologie is een goed hulpmiddel om mensen langer thuis te laten wonen, in veilige en kwaliteitsvolle omstandigheden.

Succesverhaal

Die overtuiging komt voort uit het succesverhaal van het personenalarmsysteem (PAS). Dat werd 30 jaar geleden geïntroduceerd.

Via een alarmknop maken thuiswonende ouderen verbinding met een zorgcentrale die op haar beurt een mantelzorger kan oproepen. Ondertussen is het PAS een vaste waarde in de thuiszorgondersteuning. CM alleen al leent in Vlaanderen meer dan 30.000 toestellen uit.

Een vijftal jaar geleden spoorden technologie-ontwikkelaars en de Vlaamse overheid aan om het klassieke personenalarm uit te breiden met bijkomende detectoren. Deze moesten zonder tussenkomst van een persoon een alarmsignaal geven bij onrustwekkende gebeurtenissen zoals rook, gas, een val of afwezigheid van beweging.

Ondanks verschillende initiatieven en inspanningen bleef de grote doorbraak van deze extra’s uit. Was er te weinig vertrouwen in deze nieuwigheden? Schrikten de extra toestellen in huis af? Waren mantelzorgers nog niet ‘digitaal’ genoeg om zorgbehoevenden te motiveren? Het leek allemaal iets te vroeg.

Slimme detectoren

De digitale (r)evolutie zet zich op heel wat andere terreinen wel door. De gemiddelde Vlaming wordt elke dag smarter en mobieler. De overheid dringt erop aan om de nieuwe digitale mogelijkheden ook te gebruiken in zorgcontexten. Dat gebeurt onder meer via het Flanders’ Care-programma.

“De Vlaming wordt elke dag smarter en mobieler.”

In dit kader zette CM een onderzoeks- en testproject op bij een grote groep gebruikers om de implementeerbaarheid en de randvoorwaarden voor een set van ‘slimme detectoren’ in de thuiszorg uit te testen. Waar liggen drempels en hoe kunnen we ze wegwerken?

De focus lag hierbij niet op de technologische mogelijkheden, maar op de beleving door de gebruiker. Wat een toestel technisch kan, staat immers niet gelijk aan wat een zorgbehoevende bejaarde ervan verwacht. Het Care4safety-project had dan ook een dubbele doelstelling: uittesten en onderzoeken wat werkt en waarom.

Maatschappelijke meerwaarde

Care4safety moest in de eerste plaats de methodiek op punt stellen om een deskundige introductie van zorgondersteunende technologie mogelijk te maken bij een weigerachtig of niet geïnformeerd publiek.

Via effectmeting wou men de meerwaarde aantonen van de technologie voor gebruikers, mantelzorgers en professionelen. Denk aan het verminderen van het valrisico, het verhogen van het veiligheidsgevoel, gerichter kunnen interveniëren en opvolgen van cliënten.

“Zorgtechnologie heeft een economische meerwaarde.”

Naast de maatschappelijke meerwaarde door de zorgbehoevende oudere een grotere veiligheid te bieden wanneer hij thuis blijft wonen, realiseert het project ook een economische meerwaarde. Door de nieuwe technologie toegankelijk te maken voor een steeds groeiende groep gebruikers wordt een nieuwe markt geschapen met bijhorende economische impulsen.

Tenslotte wou het project de betrokken zorgactoren de kans geven om ervaring op te doen op het vlak van de implementatie van de verschillende nieuwe technologieën. En dit zowel op technisch vlak, als wat begeleiding betreft.

Meer kwaliteit van leven?

Aan het demonstratieproject werd een onderzoek gekoppeld.Dit onderzoeksgedeelte werd begeleid door Advise, KU Leuven, technologiecampus Geel. Het projectconsortium bestond uit het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen, Familiehulp, Familiezorg Oost-Vlaanderen, Landelijke thuiszorg, Dienst Maatschappelijk werk CM, Mutas, Ziekenzorg CM, Tunstall nv, Hulp Middelen Centrale, Thuiszorgwinkel nv en KU Leuven als kenniscentrum. Het mede-eigenaarschap van het project staat borg voor betrokkenheid in de effectieve uitrol van de aangeboden technologie.Dat moest antwoord geven op volgende vragen: Resulteert het installeren van een individueel aangepaste zorgondersteunende technologie bij zorgbehoevenden thuis in een efficiënter toezicht en verhoogde bewaking door mantelzorgers en professionelen? Leiden de interventies als gevolg van de alarmmeldingen tot een verhoogd gevoel van veiligheid en een betere kwaliteit van leven bij de gebruiker?

“Leidt zorgtechnologie tot meer kwaliteit van leven?”

De doelgroep bestond uit ouderen, chronisch zieken en personen met een handicap die reeds gebruik maken van het personenalarmsysteem en die minimaal score 6 op de Edmonton Frail schaal halen.De Edmonton Frail schaal wordt gebruikt door artsen om de kwetsbaarheid van een oudere patiënt te beoordelen. De schaal beoordeelt tien domeinen waaronder cognitieve stoornissen, evenwicht en mobiliteit. Vanaf score 6 spreken we van een matige tot ernstige kwetsbaarheid.

Pakketten

Het bestaande personenalarmsysteem werd uitgebreid met bijkomende sensoren en hulpmiddelen die inspelen op bestaande en duidelijk herkenbare risico’s bij de doelgroep. Deze extra detectoren en functionaliteiten vragen geen actieve druk op een alarmknop, maar slaan zelf alarm op basis van bepaalde incidenten. Het aanbod bestond uit vijf pakketten.

“De extra pakketten slaan zelf alarm.”

Er waren twee pakketten voor zorgbehoevenden met valrisico. De extra sensoren en hulpmiddelen waren een trekschakelaar, een bewegingsmelder, een valdetector en een bedmatsensor.

Een bedmatsensor registreert wanneer men het bed verlaat en geeft alarm wanneer er bijvoorbeeld binnen een vooraf ingestelde periode geen terugkeer vastgesteld wordt. De trekschakelaar is bedoeld om alarm te geven op plaatsen waar men er liever voor kiest om de armband of het halssnoer van het klassieke personenalarm uit te doen, zoals in bad, douche of bed.

Voor zorgbehoevenden met bijkomende complicaties werden extra bewegingsdetectoren voorzien. Het ontbreken van beweging, het verlaten van het bed zonder terugkeer of een plotse val zijn in dit pakket de belangrijkste triggers voor een alarm in de zorgcentrale.

Er waren twee pakketten voor personen met (beginnende) dementie. Hierbij werd, naast het vallen, ook gefocust op mogelijk dwaalgedrag: het verlaten van de woning op onverwachte, niet normale momenten.

Tenslotte was er een pakket voor de senior die zich bewust is van de risico’s van het ouder worden. Het gaat om personen die besef hebben van hun toenemende zorgbehoevendheid en de daarbij horende problemen zoals vergeetachtigheid en valrisico. Dit pakket kon bestaan uit een rookmelder, een medicatieverdeler, een paniekknop of een zogenaamde plasroute: verlichting op het pad naar het toilet. Met de paniekknop kan men stil alarm geven bij een verdacht bezoek. De zorgcentrale luistert dan wel mee, maar maakt geen spreekverbinding.

Verloop van het onderzoek

Het Care4Safety-project liep van januari 2013 tot maart 2015. Er waren 90 deelnemers: 45 mensen werden uitgerust met extra detectoren, 45 anderen bleven uitsluitend werken met hun klassiek personenalarmtoestel. De deelnemers waren tussen 80 en 90 jaar oud. 85% koos voor een valpakket, slechts 14% testte een dementiepakket uit.

Zorgverleners van de deelnemende partners rekruteerden en begeleidden de deelnemers. Ze stonden ook in voor de tussentijdse bevragingen.

De alarmoproepen kwamen toe bij vier zorgcentrales. De oproepen werden volgens een vooraf afgesproken dataschema geregistreerd en geanalyseerd. Vlak na het projecteinde werden focusgroepen ingericht met deelnemers, zorgverleners, techniekers en medewerkers van de zorgcentrales.

Meerdere deelnemers vielen tijdens de studieperiode uit wegens overlijden of opname in een instelling

Tevreden

Na twee jaar konden we de resultaten presenteren van 28 deelnemers uit de interventiegroep en 37 uit de controlegroep. Iedereen werd bevraagd naar de algemene tevredenheid over de technologie, het ervaren veiligheidsgevoel en de impact op ervaren kwaliteit van leven.

Het overgrote deel van de gebruikers was bij de start van het project tevreden over de informatie. Alle deelnemers wilden het personenalarm ook na de studieperiode blijven gebruiken. De helft van de interventiegroep wou de bijkomende functies blijven gebruiken. Slechts een op vijf wou de extra functionaliteiten bovenop het personenalarm niet verder gebruiken. De overige deelnemers bleven onbeslist.

Veiligheidsgevoel

Bij de controlegroep bleef het geloof in het personenalarmtoestel vrij constant. Zowel bij de start als aan het einde voelden de deelnemers zich overtuigend veiliger met de installatie ervan.

“Een bedmatsensor veroorzaakte te veel valse alarmen.”

Het geloof in de extra sensoren bij de interventiegroep is sterk afhankelijk van het type sensor. De val- en rookdetector leverden volgens de meeste gebruikers een positieve bijdrage tot het veiligheidsgevoel. Een bedmatsensor veroorzaakte te veel valse alarmen. Daardoor daalde tijdens de testperiode het geloof erin.

De meningen over de mogelijkheden van een trekschakelaar of bewegingsmelder waren eerder verdeeld: 25% geloofde erin, 25% geloofde er niet in. De andere 50% was eerder neutraal.

Betere levenskwaliteit

De kwaliteit van het leven werd bevraagd aan de hand van de Quality of Life-schaal van de Wereldgezondheidsorganisatie. De meeste mensen (>63%) gaven aan dat de kwaliteit van het leven stijgt bij het gebruik van de technologie.

Aan het einde van de studieperiode, bleek deze overtuiging bij de interventiegroep hoger dan bij de controlegroep. 75% van de gebruikers van de extra pakketten gaf aan dat hun kwaliteit van leven steeg tegenover 59% van de personen die alleen het klassieke personenalarmsysteem gebruikten.

Bij 20% van de ondervraagden bleek de overtuiging eerder te dalen of bleef ze onveranderd. Er was geen significant verschil tussen gebruikers van de verschillende pakketten.

Interventies van de zorgcentrale

Het logboek van de zorgcentrales registreerde 6.351 alarmen over de twee jaar, inclusief testing en valse alarmen. Van alle alarmen werd de datum geregistreerd, het tijdstip, het type sensor en of er na het alarm al dan niet een hulpverlener werd ingeschakeld.

Uit deze analyse bleek duidelijk dat er een hoog aantal loze alarmen was bij het gebruik van de bedmatsensor. Vaak ging het alarm af als de gebruiker zich verlegde in bed of opstond zonder de sensor uit te zetten.

“Extra pakketten detecteren meer kritische situaties.”

Bij één op vijf alarmen was een interventie van een mantelzorger noodzakelijk omdat de juiste oorzaak van het alarm niet telefonisch kon achterhaald worden. Bij één op tien van deze interventies was de situatie kritisch. Hierbij ging het om een val, vergeten van medicatie, dwaling of onwel geworden. De helft van deze gevallen werd gedetecteerd door de extra technologie-pakketten.

Deze cijfers illustreren ontegensprekelijk de meerwaarde van de extra detectoren die werden aangebracht aanvullend op het klassieke alarmtoestel.

Gebruikers

Uit de focusgroepen met de gebruikers bleek dat er bij de deelnemers uit de controlegroep zeer veel interesse was in de technologie. Ondanks het feit dat er bij hen geen extra pakket werd geïnstalleerd, waren ze wel erg gemotiveerd om mee te werken.

“Mensen zijn positief over het gebruik van technologie.”

De deelnemers van de interventiegroep, die wel werden uitgerust met een extra pakket, waren zeer gemotiveerd en geduldig. De installatie bracht af en toe probleempjes mee, zodat er van hen enige trial and error werd verwacht. Dit leidde tot heel wat nieuwe inzichten voor een correcte installatie.

Initieel verstrekte informatie werd snel vergeten. Dit leert ons dat herhaling belangrijk is. Deelnemers lieten zich zeer positief uit over de contacten met de zorgcentrale en over het gebruik van en de noodzaak aan technologie in de toekomst.

Zorgverleners

De zorgverleners waren spilfiguren bij de werving, begeleiding en verzameling van de onderzoeksgegevens. Uit hun focusgroepen blijkt dat ook zij nood hebben aan voldoende informatie over de technologie en aan goede communicatie met de zorgcentrales.

“Zorgverleners geloven in technologie op maat.”

In het project waren ze zeer nabije begeleiders van de projectdeelnemers en hun mantelzorgers. Daardoor konden ze waardevolle en goede inzichten bieden in de beleving van de deelnemers. Ze konden de technische problemen mee ervaren en gaven signalen bij knelpunten.

Voor toekomstige toepassingen benadrukken ze het belang van een goede intake en het kennen van de individuele situatie van een hulpbehoevende. Ze geloven in technologie op maat.

Techniekers

De plaatsing van nieuwe toestellen veronderstelt een afdoende productkennis. In de focusgroepen gaven de techniekers aan dat het ook voor hen belangrijk is voldoende zicht te hebben op de levenswijze van de deelnemers.

De meerwaarde van het project zat voor hen duidelijk in het opdoen van praktijkervaring bij mensen thuis. Ook wezen ze erop dat de vereiste werktijd om nieuwe technologie te installeren niet onderschat mag worden.

Ook zij benadrukken de noodzaak om maatwerk te kunnen leveren: de juiste detectoren op de juiste plaats en afgestemd op het dagelijks leven van de gebruiker.

Zorgcentrales

Het project leerde aan de zorgcentrales het belang van een goede communicatie met de zorgverleners en techniekers. Het goed laten functioneren van de nieuwe technologie veronderstelt een hoge mate van samenwerking en onderlinge afstemming.

“Technologie vergt samenwerking en afstemming.”

Het werken met de nieuwe pakketten wijzigt de rol van de zorgcentrales. Vroeger ging het om pure alarmbehandeling en kregen ze een persoon aan de lijn die zelf alarm had gegeven. Nu is het niet de zorgbehoevende maar een systeem dat alarm geeft. De zorgcentrales moeten dan ook een zicht hebben op de zorgsituaties om een inschatting te kunnen maken van het risico. Welk alarm doet zich voor, in welke omstandigheden, met welke frequentie?

Maatwerk

Er is zeker een publiek voor bijkomende zorgtechnologie. De interesse en de tevredenheid is groot. We leerden dat een goede doelgroepomschrijving gebaseerd is op de juiste omschrijving van het te beveiligen risico. Dit moet ervoor zorgen dat mensen kiezen voor het juiste pakket op hun maat.

Eenvoudige pakketten zijn het meest gewild bij de gebruikers. Het gaat hierbij om technologie waarvan het effect duidelijk is: als ik val, gaat het alarm af. Of die duidelijk gelinkt kunnen worden aan een herkenbaar risico: als er rookontwikkeling is, gaat het alarm af. Bovendien kunnen individuele aanpassingen in de samenstelling van het pakket ervoor zorgen dat de functionaliteiten afgestemd zijn op de eigen leefgewoonten: als ik voor tien uur niet in de keuken ben geweest, gaat het alarm af. Dit alles leidt tot een beter begrip wanneer en waarom alarm wordt gegeven.

“Eenvoudige pakketten zijn het meest gewild.”

Een goede kennis van de individuele levenswijze van de gebruiker is daarbij een absolute noodzaak. Maatwerk gaat boven het aanbieden van vaste sets met detectoren. De installatie en service gebeurt best door een beperkte groep specialisten met ervaring.

Samenwerking

In zorgsituaties zijn vaak vele zorgverleners aan de slag. Samen op een cliënt betrokken zijn, creëert een gemeenschappelijk draagvlak voor het gebruik van technologie. Zij zijn belangrijke gesprekspartners met een heel pragmatische visie op technologie en op de implementatie ervan bij hun cliënten.

Zorgpartners zien hoe cliënten er gebruik van maken en erop reageren. Zij kunnen inschatten in welke situaties ondersteunende technologie aangewezen is. Hun ervaring bij mensen thuis is uitermate waardevol. Ondersteunende technologie uitrollen kan enkel succesvol zijn als de thuiszorgdiensten, verpleging, gezinszorg en sociaal werkers deze technologie ook kennen en willen aanbevelen.

“Ervaring bij mensen thuis is uitermate waardevol.”

De zorgcentrales vervullen een essentiële rol in de toepassing van nieuwe technologieën. Hun medewerkers moeten een intense en doorgedreven vorming krijgen. De bestaande protocollen over hoe een alarm binnenkomt en wat er dan moet gebeuren, hebben nood aan een actualisatie. Een uniforme logboekregistratie is nodig om analyse en beleidsinformatie achteraf mogelijk te maken.

Interesse is groot

Het project heeft aangetoond dat er wel degelijk interesse is en dat het een meerwaarde is om het klassiek alarmtoestel uit te breiden met detectoren die de veiligheid upgraden. Ook werd duidelijk wat de randvoorwaarden zijn voor succes.

Op basis van de projectresultaten is CM dit jaar in gans Vlaanderen gestart met verschillende uitbreidingen op het persoonlijk alarm. Het gaat hierbij om de trekschakelaar, bewegingsmelder, rook- en CO-melder, valdetector, deurcontact, paniekknop en medicatieverdeler.

De intake wordt uitgevoerd door een equipe ergotherapeuten die in overleg met de gebruiker detectoren op maat adviseren. Dit advies wordt besproken met gespecialiseerde en opgeleide techniekers, die de plaatsing en programmatie aan huis uitvoeren. De betaalbaarheid wordt gewaarborgd via het systeem van de aanvullende verzekering van het ziekenfonds.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen