Oudere mensen blijven langer thuis wonen

Zicht krijgen op kwetsbare groepen wordt belangrijk

De Vlaamse bevolking vergrijst. Tussen 2013 en 2050 stijgt het aantal 65-plussers naar meer dan 30%. Om betaalbaar en kwaliteitsvol te blijven, moet de ouderenzorg er in de toekomst anders uitzien. Ouderen zullen langer thuis wonen. Het is dan belangrijk om zicht te krijgen op wie kwetsbaar is en ondersteuning nodig heeft.

ouderenzorg
©jeffcapeshop @flickr

Liever thuis

De ouderenzorg vermaatschappelijkt. Zorg aan ouderen wordt nu zo veel mogelijk thuis aangeboden. De opname in een woonzorgcentrum is alleen nog mogelijk voor mensen met een zware zorgbehoefte.

Het feit dat ouderen thuis verzorgd worden, speelt in op hun ‘ageing in place’ voorkeur. Ouderen willen zolang mogelijk thuis wonen, in hun eigen vertrouwde omgeving. De eigen woning geeft ze het gevoel van betekenis en verbondenheid.

“Ouderen kiezen om langer thuis te wonen.”

‘Ageing in place’ heeft inderdaad een aantal voordelen op sociaal en contextueel vlak. Woning en woonomgeving zijn belangrijk omdat het ‘the place to be’ is voor familie, vrienden, buren en de vrije tijd. Het is de plaats waar mensen zich verbonden voelen met hun leefgemeenschap, in goede en kwade dagen.Gilleard, C., Hyde, M. and Higgs, P. (2007), ‘The Impact of Age, Place, Aging in Place, and Attachment to Place on the Well-Being of the Over 50’s in England’, Research on Aging, 29(6), 590-605.

Vermaatschappelijking

De toekomstige ouderenzorg is er dus een van zorg in de thuissituatie, in de eigen buurt. En dan komt vermaatschappelijking van de zorg om de hoek kijken.

De Strategische Adviesraad Welzijn, Volksgezondheid en Gezin formuleert dit in haar visienota ‘Integrale zorg en ondersteuning in Vlaanderen’ als een belangrijke verschuiving binnen de zorg. Kwetsbare mensen moeten ondersteund worden om een eigen zinvolle plek in de samenleving in te nemen. Waar kan, wordt de zorg geïntegreerd in de samenleving.

Nieuwe uitdagingen

Een beleid dat de nadruk legt op al deze elementen, ontslaat een overheid niet van haar verantwoordelijkheden. Integendeel, door deze nieuwe visie ontstaan nieuwe uitdagingen.

“Thuiszorg moet voor iedereen gegarandeerd worden.”

Zo moet thuiszorg, geboden door een netwerk van formele en informele zorgverstrekkers, voor iedereen gegarandeerd worden. Dat is niet evident. Formele zorgvoorzieningen worden bedreigd door personeelstekort, informele zorg staat onder druk door maatregelen zoals langer werken. Het risico bestaat dat veel ouderen voor wat zorg betreft, er alleen dreigen voor te staan.

Detectie

Dat stelt ons voor een volgende uitdaging: het tijdig detecteren van thuiswonende kwetsbare ouderen. Oud worden confronteert mensen met eigen grenzen en die van hun formeel en informeel netwerk. Indien er een onevenwicht is tussen vraag en aanbod, kunnen ouderen kwetsbaar worden en hulp en ondersteuning nodig hebben.

“Oud worden confronteert mensen met grenzen.”

Detectie van kwetsbare ouderen ligt niet voor de hand. Eerder onderzoek toonde aan dat één op zestien thuiswonende ouderen helemaal geen zorg krijgt, hoewel ze die nodig heeft.De Witte, N., Buffel, T., De Donder, L., Dury, S., en Verté, D. (2010), ‘Care Shortages in Later Life: The Role of Individual and Contextual Variables in Flanders, Belgium’, International Journal of Social Sciences and Humanity Studies, 2(1), 111-118.Bovendien geeft een kwart van de ouderen aan zorgtekorten te ervaren. De huidige instrumenten om kwetsbare ouderen te detecteren, zijn niet waterdicht.

Kwetsbare ouderen

Kwetsbaarheid is een complex begrip. Al in 1979 werd de groep van kwetsbare ouderen afgebakend: personen, vaak maar niet altijd ouder dan 75 jaar, die door een accumulatie van verschillende problemen hulp nodig hebben in het dagelijks leven.Federal Council on Aging (1979), Public policy and the frail elderly: a staff report, Washington, U.S. Dept. of Health, Education, and Welfare, Office of Human Development Services, Federal Council on the Aging.

 “Kwetsbaarheid is een complex begrip.”

Later werden verschillende nieuwe, meestal medische georiënteerde definities geformuleerd. Zo werd kwetsbaarheid beschreven aan de hand van gewichtsverlies, uithouding, inactiviteit, loopsnelheid, handgrijpkracht, evenwicht en mobiliteit. Deze eenzijdige medische benadering kreeg veel kritiek en werd aangevuld met psychologische en sociale componenten.

Te complex

Het debat over een uniforme definitie loopt nog altijd. Wel is er consensus over het feit dat kwetsbaarheid bij ouderen één van de uitdagingen voor de komende decennia is.Shah, K. e.a. (2012), ’A new frailty syndrome: central obesity and frailty in older adults with the human immunodeficiency virus’, Journal of the American Geriatrics Society, 60(3), 545-549.

Verschillende internationale organisaties wijzen op de nood aan detectie van kwetsbaarheid in de thuiszorg.Vellas, B., Cestac, P. and Morley, J. E. (2012), ‘Implementing frailty into clinical practice: We cannot wait’, The journal of nutrition, health & aging, 16(7), 599-600.Hoewel professionals in de thuiszorg nood hebben aan een gebruiksvriendelijk instrument om kwetsbaarheid te detecteren, zijn de bestaande instrumenten te complex of tijdsverslindend om gebruikt te worden.De Lepeleire, J., Degryse, J., Illiffe, S., Mann, E. and Buntinx, F. (2008), ‘Family physicians need easy instruments for frailty’, Age Ageing, 37(4), 484.

Gebruiksvriendelijk instrument

Om in te gaan op de vraag naar een gebruiksvriendelijk screeningsinstrument in de thuiszorg, ontwikkelden onderzoekers van de Belgian Ageing Studies het ‘Comprehensive Frailty Assessment Instrument’ (CFAI).

“Vier domeinen van kwetsbaarheid komen in beeld.”

Dit screeningsinstrument brengt de drie klassieke domeinen van kwetsbaarheid in beeld: fysiek, psychisch en sociaal. Het voegt er nog een nieuw domein aan toe: de omgeving. Want die woon- en leefomgeving wordt belangrijk wanneer men kiest voor een ‘ageing in place’ beleid.

In het instrument wordt specifiek gevraagd naar de toestand van de woning en in welke mate de woonwijk bevalt. Voor de fysieke component zoomen we in op de beperkingen die mensen ervaren bij een aantal activiteiten. De psychische component bevat items die peilen naar stemmingstoornissen en emotionele eenzaamheid. De sociale component omvat eenzaamheid en het potentieel zorgnetwerk.

In de praktijk

Na testing, bleek dit screeningsinstrument voldoende betrouwbaar om kwetsbaarheid te meten. Tijd dus om het in de praktijk te lanceren. Een aantal lokale besturen vroegen het Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen om kwetsbare ouderen binnen hun gemeenten in kaart te brengen.

“Het instrument werd in verschillende gemeenten gebruikt.”

Dit steunpunt was al nauw betrokken bij de ouderenbehoeftenonderzoeken bij 33.692 thuiswonende ouderen, ontwikkeld door hetzelfde ‘Belgian Ageing Studies’ onderzoeksteam. Die samenwerking was een uitgelezen kans om het theoretisch instrument te toetsen aan de praktijk.

Het kwetsbaarheidsonderzoek werd uitgevoerd in vijf West-Vlaamse gemeenten. Het instrument blijkt gebruiksvriendelijk en kan probleemloos toegepast worden op grotere schaal. Ook leveren de resultaten een dankbare input voor het uitwerken van beleidslijnen of concrete projecten.Zie bijvoorbeeld ‘Ouder worden in je buurt’, een initiatief mede ondersteund door de provincie West-Vlaanderen.

Prevalentie van kwetsbaarheid

Het screeningsinstrument laat toe om ouderen op basis van hun behaalde score op kwetsbaarheid in te delen in drie groepen: niet/laag kwetsbaar, matig kwetsbaar en hoog kwetsbaar. Ook voor de vier domeinen van kwetsbaarheid kan berekend worden in welke mate iemand kwetsbaar is.

“Twee op tien thuiswonende ouderen is ernstig kwetsbaar.”

Om de prevalentie van kwetsbaarheid in Vlaanderen vast te stellen, gebruikten we de databank van de ouderenbehoeftenonderzoeken.

kwetsbaarheid

Een klein kwart (22,9%) van de thuiswonende ouderen in Vlaanderen is ernstig kwetsbaar, 33,9% is matig kwetsbaar en iets meer dan vier op tien geven aan niet of laag kwetsbaar te zijn.

Verdere inspectie

Zoomen we verder in op de volledige tabel ‘Prevalentie van kwetsbaarheid in Vlaanderen’ dan is de gemiddelde leeftijd het hoogst in de groep met de hoogste kwetsbaarheid. In deze groep zijn opmerkelijk meer vrouwen en alleenstaanden. Wie over een partner beschikt, heeft minder kans om met kwetsbaarheid geconfronteerd te worden.

“Mensen met een partner zijn minder kwetsbaar.”

16,5% van de populatie is ernstig fysiek kwetsbaar en 18,4% matig. Ook fysieke kwetsbaarheid hangt samen met leeftijd en geslacht. Alleenstaanden hebben meer kans op ernstige fysieke kwetsbaarheid.

Voor het psychische domein zien we opnieuw een relatie opduiken met leeftijd, al is ze minder uitgesproken. Vrouwen worden meer geconfronteerd met ernstige psychische kwetsbaarheid dan mannen. Opvallend is ook het aandeel ernstig psychisch kwetsbaren die gescheiden zijn.

Op het domein van de sociale kwetsbaarheid zien we 20,6% van de ouderen die hoog scoren en 47,5% die matig scoren. Hier zien we dat het leeftijdsverschil vervaagt en dat ook het geslacht minder een rol speelt.

Voor omgevingskwetsbaarheid scoort 14,8% hoog en 30,6% matig. Hier zijn de effecten van leeftijd en geslacht zo goed als nihil. Gehuwden scoren voor wat betreft hoge omgevingskwetsbaarheid gemiddeld hoger dan in de andere kwetsbaarheidsdomeinen.

Bevestigd

Tot daar de inzichten vanuit de databank van het ouderenbehoeftenonderzoek. De resultaten van de pilootonderzoeken in West-Vlaanderen wijzen in dezelfde richting: het aantal kwetsbare ouderen valt niet te onderschatten. Telkens viel meer dan een kwart van de respondenten binnen de categorie ‘hoog kwetsbaar’.

“Het aantal kwetsbare ouderen valt niet te onderschatten.”

De analyses bevestigen ook dat kwetsbaarheid zich niet op elke component even sterk uit en dat individuele kenmerken zoals leeftijd, geslacht, huishoudtype en woningtype meespelen. Kwetsbaarheid is niet gelijk verdeeld.

Preventieve interventies

Weten op welke domeinen iemand kwetsbaar is, levert voor sociale professionals belangrijke informatie op. Op basis van deze inzichten kan beleid en praktijk ontwikkeld worden.

Zo is de vaststelling dat een grote groep (22,9%) van de totale populatie thuiswonende 60-plussers ernstig kwetsbaar is, meteen een pleidooi voor een doortastende tertiaire preventie. Die moet voorkomen dat de kwetsbare situatie van deze mensen nog verder verslechtert. Ook voor ouderen die deel uitmaken van de groep niet kwetsbaren en matig kwetsbaren kunnen preventieve interventies voorzien worden.

Een concreet voorbeeld van zo’n preventieve interventie? Op basis van de screening ging men op zoek naar een wijk waar de sociale kwetsbaarheid hoog is. Daar trekken vandaag vrijwilligers met een bakfiets en ‘Kaffieplezier ip ’t Plankier‘ de wijk in.

“Vrijwilligers trekken met een bakfiets de wijk in.”

Het instrument laat ook toe om in een latere fase de evolutie van de ervaren kwetsbaarheid bij ouderen en de effectiviteit van de genomen interventies vast te stellen.Om ondersteuning te bieden voor wat betreft detectie en toeleiding van kwetsbare ouderen loopt er momenteel het inter-universitair en multidisciplinair onderzoeksproject D-SCOPE (Detection Support and Care for Older People: Prevention and Empowerment).

Grote schaal

In ons onderzoek werd een nieuw detectie-instrument ontwikkeld, gericht op het vaststellen van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen. De pilootonderzoeken tonen aan dat dit instrument gemeenten toelaat om op korte tijd zicht te krijgen op de prevalentie en aard van kwetsbaarheid bij 60-plussers.

Respondenten vullen het instrument zelf in. Screening op grote schaal wordt dan mogelijk. Dat is een belangrijke troef. Vaak wordt kwetsbaarheid immers vastgesteld door onderzoeken in ziekenhuizen of zorgsettings. Gelet op de vergrijzing is het onmogelijk om zo’n onderzoeken op grote schaal toe te passen, niet in het minst om financiële en organisatorische redenen.

Goed zicht krijgen

De overheid wil ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Dat is ook de keuze van de ouderen zelf. Maar dit thuis wonen, wordt bedreigd door slechte fysieke gezondheid, verlies van sociale contacten en overbelaste mantelzorg.

Bovendien bleek uit de ouderenbehoeftenonderzoeken dat niet iedereen de hulp krijgt die nodig is om thuis te kunnen blijven wonen. Het komt er dus op aan om snel zicht te krijgen op ouderen die het moeilijk hebben en die kwetsbaar dreigen te worden (of het al zijn) in hun thuissituatie.

Het instrument dat in dit onderzoek ontwikkeld werd, komt hieraan tegemoet. Het is één van de vele concrete tools en initiatieven die noodzakelijk zijn om globale maatschappelijke ontwikkelingen in goede banen te leiden.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen