Kan het gezin ons opnieuw redden?

Aandacht voor zorgzame netwerken

In het sociaal werk staat het eigen netwerk van de hulpvrager in het middelpunt van de belangstelling. Dat moet het individu in staat stellen zo lang mogelijk op eigen kracht te functioneren. Het is alsof een decennialange periode die gekenmerkt werd door individualisering en autonomie, nu wordt omgebogen. Dat is een spannende koerswijziging. Opvallend is dat daarbij relatief weinig aandacht wordt besteed aan het gezin, toch ook een netwerk. Een analyse vanuit Nederland.

netwerken
©Randen Pederson @flickr

Professional als laatste redmiddel

De Nederlandse verzorgingsstaat werd de afgelopen vijftien jaar ingrijpend gereorganiseerd. De krijtlijnen van deze reorganisatie werden beschreven door de invloedrijke socioloog Anthony Giddens (Giddens, A. (1998), The Third Way, Cambridge, Polity Press). Zijn visie op een nieuwe balans tussen markt en overheid leidde tot een hernieuwde samenwerking tussen liberalen en sociaal-democraten in Europa. De situatie in Nederland is daarom herkenbaar voor verschillende Europese landen.Een groot deel van het sociaal werk werd gedecentraliseerd naar de lokale overheid. De nieuwe verzorgingsstaat is geschoeid op een nieuwe zorgideologie. De oude verzorgingsstaat zou burgers aanzetten tot consumptief gedrag. Burgers maken gebruik van publieke zorgvoorzieningen terwijl zij soms prima in staat zijn om voor zichzelf te zorgen, eventueel met wat hulp van het netwerk. Daar moest een einde aan komen.

“Burgers zijn zelf verantwoordelijk.”

Zorg is geen consumptiegoed. In de nieuwe zorgideologie zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun participatie, de zogenaamde zelfredzaamheid. Als participeren op eigen kracht niet gaat, komt informele zorg in beeld. Idealiter stellen burgers elkaar in staat tot meedoen.

Als ook dit niet volstaat, kunnen burgers een beroep doen op professionals. Professionals nemen de zorg niet over, maar stellen burgers en netwerken in staat om zo snel mogelijk weer op eigen kracht te participeren. Alleen in het uiterste geval neemt de sociale professional, bij voorkeur tijdelijk, de zorg op zich.

Netwerk en gezin

Wat is nu de betekenis die aan dat netwerk wordt gegeven? Wanneer je inzoomt op die verantwoordelijkheid van het netwerk, valt direct de parallel op met de betekenis die in de jaren vijftig toegekend werd aan het gezin.

Het gezin had twee functies: de socialisatie van kinderen en de stabilisatie van volwassenen. Kinderen moeten in het gezin voorbereid worden op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Volwassenen moeten thuis opladen en ontspannen voor hun stressvolle taak in de samenleving.Parsons, T. and Bales, R. (1955), Family, socialization and interaction process, Illinois, Free Press.Die opvatting werd nadien fel bekritiseerd en als aftands naar het antiquariaat verwezen.

Hechte en lichte netwerken

Toch wordt dezelfde betekenis vandaag opnieuw toegekend aan netwerken. Alleen het woordgebruik is anders. Socialisatie en stabilisatie heten vandaag sociaal kapitaal.

“Netwerken zijn populair.”

In de grote variatie aan netwerken wordt een onderscheid gemaakt tussen hechte en lichte netwerken. Hechte netwerken hebben een stevige structuur, zijn duurzaam en vragen een sterk engagement van de betrokkenen. Lichte netwerken zijn veelal tijdelijk, hebben een vloeibare structuur en kunnen makkelijk weer verlaten worden. De functie van een netwerk, hecht of licht, is het ontwikkelen van sociaal kapitaal.

Netwerken zijn populair. Daarmee lijkt het belang van socialisatie en stabilisatie herontdekt. Het individu wordt weer vanuit het systeem benaderd. Dat centrale systeem wordt niet meer het gezin genoemd, maar wel een netwerk.

Wanneer vandaag gesproken wordt over netwerken, dan worden daar ook gezinnen en families mee bedoeld. Dit betekent niet noodzakelijk dat de oude betekenis van het gezin opnieuw geïnstalleerd wordt. Op dit punt zijn er twee benaderingen te onderscheiden.

Zelf kiezen

Een eerste visie benadrukt de invloed van het individualiseringsproces op netwerken, waaronder gezins- en familienetwerken. Het is wenselijk om vooral lichte netwerken te ondersteunen en te faciliteren. Hechte netwerken hebben afgedaan en passen niet meer bij het moderne individu.

“Het moderne individu kiest zijn netwerken.”

Kenmerkend voor deze netwerkbenadering is het accent op de autonomie van het individu. Het moderne individu vult het eigen levensproject in. Hij kiest daarbij zijn eigen netwerken uit en zoekt binnen die netwerken naar een passende manier van omgaan met elkaar.

Gezin als licht netwerk

Netwerken doen er goed aan zich hieraan aan te passen. Een traditioneel instituut als het gezin met van oudsher een sterk bonding-karakter transformeert zich best tot een netwerk met een lichter karakter.In deze visie op netwerken is de invloed merkbaar van toonaangevende sociologen als Giddens, Beck en Bauman die allen redeneren vanuit de individualiseringsthese. Daarbij benadrukken zij allen de vloeibaarheid, de kwetsbaarheid en flexibiliteit van het gezin.

Voor het sociaal werk betekent dit dat er geen vaste patronen zijn waarop individu en netwerk elkaar kunnen aanspreken als het gaat om de zorg voor elkaar, ook niet wanneer het om een familie- of gezinsnetwerk gaat.

Ondersteunen van individu en netwerk betekent dat je de onderlinge dialoog versterkt waarbij burgers autonoom uitzoeken hoe zij elkaar kunnen helpen. In de kern doet het er niet toe of de relatie een familierelatie is. Uiteindelijk is alleen de betekenis die beiden er aan geven doorslaggevend. Dit vraagt van zowel het individu als het netwerk een groot reflectief vermogen.

Gezin als hecht netwerk

In de andere benadering wordt het gezin veel meer opgevat als een hecht netwerk. Het gezin heeft een bijzondere positie. Kenmerkend voor het gezin is een zorgethiek die gestalte geeft aan zaken als socialisatie en stabilisatie.

“Een traditionele gezinsopvatting zit diep geworteld.”

Natuurlijk realiseert men zich ook hier dat gezinnen door veranderingsprocessen gaan als gevolg van individualisering, seksuele revolutie en emancipatie. Maar daarmee is niet gezegd dat het gezin geen zorginstituut meer is. Een traditionele gezinsopvatting zit dieper geworteld dan vaak gedacht.

Met andere woorden, gezin of familie zijn nog niet weg en worden veelal anders benaderd dan andere netwerken.

Diffuus gezinsbeeld

De manier waarop sociaal werk naar het gezin kijkt, is niet eenduidig. Daardoor gaan sociaal werkers op pad met een diffuus beeld van het gezin als zorginstituut.

Wat krijgt voorrang: autonomie of verbondenheid? Waar spreken sociaal werkers het gezin op aan? Daarbij is er op het gebied van de ouder-kindverhouding meer duidelijkheid dan op andere terreinen. Ouders worden makkelijk verantwoordelijk gehouden voor de zorg van hun kinderen. Dat ligt al moelijker bij de verantwoordelijkheid van partners voor elkaar en bij de zorg van volwassen kinderen voor hun ouders.

“Wat krijgt voorrang: autonomie of verbondenheid?”

De verantwoordelijkheid wordt verondersteld, maar er is geen duidelijk beeld van. Dat maakt het werk van sociaal werkers niet eenvoudig. Om gestalte te geven aan hun verantwoordelijkheid om gezins- en familienetwerken te ondersteunen, hebben sociaal werkers een meer uitgewerkte visie nodig. Het morele mandaat is nu te open en te vaag.

Refamilization

Het beleid mag dan niet expliciet gericht zijn op een herwaardering van de oude gezinsrol, een terugtrekkende overheid kan in de praktijk wel een refamiliserend effect hebben.Dat begrip leerde ik kennen tijdens een internationaal congres voor gezinssociologen in 2015.

Een illustratie hiervan biedt onderzoek in Zweden naar de gevolgen van bezuinigingen op de thuiszorg. Het brachten refamiliserende effecten aan het licht. Anttonen, A., Häikiö, L. and Stefánsson, K. (2012), Welfare State, Universalism and Diversity, Cheltenham, Edward Elgar.Kinderen en andere familieleden vulden het gat op dat ontstond als gevolg van de bezuinigingen. Dit gold trouwens vooral voor de lagere sociale klasse, welvarende ouderen kochten zelf aanvullende zorg in.

“Welvarende ouderen kopen zelf zorg in.”

Dit onderzoek roept allerlei vragen op over de tweedeling in de samenleving. Als het terugvallen op familiebanden noodzakelijk wordt als gevolg van een terugtredende overheid, is het des te zorgelijker dat de gezinsstructuren juist in de lagere sociale klasse minder hecht worden.Sociaal en Cultureel Planbureau (2011), Gezinsrapport 2011, Den Haag, SCP.Meer gerichte aandacht voor gezinnen en gezinsondersteuning is dan wenselijk.

Systeembenadering is bruikbaar

Sociaal werkers moeten zich verder bekwamen in het ondersteunen van een dialoog tussen de zorgbehoevende en zijn netwerk. Daarbij zal blijken dat in veel gevallen het gezin en de familie nog steeds een sterk netwerk vormen.

Voor het ondersteunen van een netwerk, niet alleen een gezins- of familienetwerk, is de systeembenadering zeer bruikbaar. Het is dan ook onterecht dat juist deze benadering in het Nederlandse sociaal werk een matige reputatie heeft. Het zou te therapeutisch zijn.

Sociaal werkers doen er juist goed aan zich flink te bekwamen in het werken met systemen. Per slot van rekening ontdekken wij nu weer dat een mens een relationeel wezen is.Deze bijdrage is een bewerking van een hoofdstuk uit Luyten, D., van Crombrugge, H. en Emmery, K. (red.) (2017), Het gezin in Vlaanderen 2.0: Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid, Antwerpen, Garant.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen