Internetgebruik bij jongeren

Ouders kijken toe vanop de zijlijn

Het internet en sociale media zijn extreem populair bij jongeren. We zien dat jongeren kwetsbaar zijn voor risico’s zoals cyberpesten en schending van de privacy. Maar hoe kijken ouders naar het internetgebruik van hun kinderen? Hoe zien zij hun rol als internet-opvoeder?

©Esther Vargas @flickr

Het internet is alomtegenwoordig

Het ‘Jongeren Online!’-project wil zicht krijgen op wat ouders doen om het internetgebruik van hun kinderen zo goed mogelijk te laten verlopen. Als deel van het onderzoek waren er zes groepsgesprekken voor ouders met kinderen tussen dertien en zeventien jaar. Deze bijdrage bespreekt de resultaten van die groepsgesprekken.De resultaten van het ‘Jongeren Online!’-project worden op 1 juni voorgesteld op de studiedag ‘Iedereen Veilig Online’.

“De smartphone is onmisbaar.”

Ouders hebben het gevoel dat het internet een centraal deel is van het leven van jongeren. Vooral de smartphone is onmisbaar. Zoals een ouder het formuleert: “Die telefoon is het verlengde van hun hand”.

Ouders vinden de online-activiteiten van jongeren soms nutteloos en frivool, waarbij woorden vallen als tijdverlies en onzin. Sommige ouders vinden het lastig om te aanvaarden dat het internet effectief zo’n grote plaats inneemt in het leven van hun kind. “Ik vind dat heel asociaal. Ik heb daar echt wel lang over gedaan om te aanvaarden dat het inderdaad zo’n groot stuk van hun leven is.”

Hoewel ouders kritisch staan, doen ze hun best om te begrijpen waarom het internet voor hun kind zo belangrijk is. Ouders zien voordelen voor het communiceren met vrienden, het sluiten van nieuwe vriendschappen, het delen van persoonlijke ervaringen en de mogelijkheid om zich te tonen en te vergelijken met anderen. Ook voor schoolwerk zien ouders praktische voordelen.

Nadelen en risico’s

Hoe ouders naar het internetgebruik van hun jongere kijken, wordt gekleurd door de nadelen en risico’s die ze zien.

“Ouders vrezen voor emtionele stress.”

Ouders vrezen dat de continue stroom van informatie en communicatie leidt tot emotionele stress. Jongeren kunnen zich niet meer terugtrekken en thuis tot rust komen: “Het stopt nooit”. Vooral wanneer het fout loopt en er bijvoorbeeld sprake is van pestgedrag, is dit een probleem.

Ouders hebben het gevoel dat het continue online zijn, kan interfereren met het leven in de ‘echte’ wereld. Het zorgt voor afleiding bij schoolwerk. Jongeren weten niet meer hoe ze hun vrije tijd op een alternatieve manier kunnen invullen.

“De laatste keer dat het mooi weer was, zei ik van ‘ok mannen, klap het maar dicht, nu ga je eens iets anders doen’. En dan viel het mij op hoe onwennig die waren. (…) Na een tijd zijn ze dan weer weg hé, maar ze hebben echt een overgang nodig en best wel lang. Daar schrok ik van.”

Communicatiestijl

Een ander pijnpunt voor ouders is de online-communicatiestijl van jongeren. Deze is emotioneel beladen en kan snel ontaarden in conflict. Jongeren zouden niet altijd in staat zijn om de impact van hun woorden goed in te schatten.

“Communicatie kan snel ontaarden in een conflict.”

Tegelijkertijd relativeren ouders het taalgebruik door dit te zien als een soort jongerentaal. Wat bij een volwassene grof en respectloos overkomt, kan voor jongeren perfect normaal zijn.

“Als je dan eens per ongeluk op zo’n bladzijde kijkt, en je ziet zo’n commentaren! Als ik niet beter zou weten, als ik die vrienden niet zou kennen, dan zou ik denken dat die elkaar uitmaken voor rotte vis. Maar dat is dan humor, dat is dan de manier waarop ze elkaar te woord staan.”

Privaat – publiek

Jongeren zouden niet altijd beseffen wat de publieke reikwijdte is van wat ze online delen. Omdat ze de grenzen tussen privé en publiek niet goed afbakenen, worden jongeren kwetsbaar voor reputatieverlies of cyberpesten.

“Veel jongeren nemen alles wat ze lezen voor waar aan.”

Wat ze vandaag online delen, kan ook gevolgen hebben in hun latere leven, bijvoorbeeld wanneer ze gaan solliciteren. “Ze wil later kinderpsychologe worden, en ik heb gezegd: Kijk, als jij dat wil doen en jij post daar nu allerlei gekke dingen op, dat kan tegen je gebruikt worden later. Houd daar rekening mee.”

Een ander veelgehoord risico gaat over de onlinecontacten van jongeren. Hun drang naar populariteit kan ertoe leiden dat ze zoveel mogelijk contacten toevoegen aan hun sociaal netwerk. Daardoor worden ze minder selectief en gaan ze ook onbekenden toelaten. Ouders stellen dit vooral vast bij jongeren met een nieuwe account en die snel veel vrienden willen hebben.

Tot slot vrezen ouders dat jongeren onvoldoende matuur zijn om alle informatie die ze online krijgen ook te verwerken. Ze nemen alles wat ze lezen voor waar aan. Het ontbreekt hen aan kritisch denkvermogen. “Wij als volwassenen worden continu gemanipuleerd door de media en het internet, laat staan dat kinderen die ondertoon zien. Daar zit veel gevaar in.”

Toekijken vanop de zijlijn

Ouders kennen zichzelf een minimale rol toe op het vlak van internetgebruik bij hun kinderen. Ze houden vanop de zijlijn een oogje in het zeil.

“Ouders vrezen dat ingrijpen het omgekeerde effect heeft.”

De meest genoemde reden is dat de kenmerken van sociale media vergelijkbaar zijn met deze van de sociale ruimte van jongeren in de echte wereld. Net zoals in de echte wereld moeten jongeren ook online de ruimte hebben om fouten te maken en daaruit te leren.

Ouders trekken daarbij een parallel naar hun eigen jeugd. “Ze mogen toch geheimen hebben. Als ik zie wat wij vroeger allemaal konden verstoppen voor onze ouders, dan denk ik dat ik al heel veel weet.”

Ouders vrezen dat te veel ingrijpen het omgekeerde effect heeft. “Je kan niet te fel verbieden, want als je gaat verbieden, het zijn pubers, dan gaan ze het stiekem doen en dan heb je er helemaal geen controle meer op. Dus ik laat het maar gebeuren en ik zal het dan wel van in de luwte wat controleren”.

Meer leuk dan niet leuk

Daarnaast vinden ouders dat internet iets is wat jongeren nodig hebben om goed te functioneren. Ze willen er daarom niet hard op ingrijpen. Ouders hebben over het algemeen het gevoel dat het internet iets positiefs is. Ze vinden ook dat jongeren goed in staat zijn om met die risico’s om te gaan.

“We zijn gefixeerd op dat negatieve.”

“Er is veel meer leuk aan Facebook en al die dingen, dan dat er niet leuk is. Je mag als ouder daar geen schrik voor hebben. We zijn zo gefixeerd op dat negatieve omdat we het niet kennen.”

Een balans

Terwijl ouders aangeven dat ze een positie aan de zijlijn innemen, proberen ze toch om een goede balans te vinden tussen opvolgen en autonomie geven.

De jongere verlangt meer autonomie dan wat de ouder bereid is te geven, bijvoorbeeld over de vraag vanaf welke leeftijd ze een profiel mogen aanmaken, over de aankoop van een eigen telefoon of het gebruik van het internet op de slaapkamer.

“Het begrip privacy staat centraal.”

In het zoeken naar een balans tussen opvolgen en loslaten, staat het begrip privacy centraal. Jongeren gebruiken het internet vooral voor persoonlijke dingen zoals contact met vrienden. Naarmate ze ouder worden zullen ze minder ouderlijke inmenging aanvaarden.

Ook ouders vinden het belangrijk om hun kind privacy te geven, al kan dit op gespannen voet staan met het opnemen van hun rol als ouder. “Dat is het dubbele wat ik voel als ik het lees. Ga ik dan niet te ver want ik moet voor een stuk inderdaad haar privacy gunnen en haar soms ook die fouten laten maken. Maar ik denk soms dat zij nog niet helemaal die draagwijdte begrijpt, van het effect die dingen hebben.”

Mijnenveld

Complexe situaties ontstaan wanneer ouders vaststellen dat hun kind niet in staat is om met de gegeven autonomie om te gaan. Ouders zien weinig manoeuvreerruimte in wat ze kunnen doen wanneer het fout loopt. Het is immers heel moeilijk om gegeven vrijheden terug af te nemen.

“Verschillende ouders lazen persoonlijke berichten.”

Terwijl ouders hun kind autonomie geven op basis van vertrouwen, kunnen ze zich dus machteloos voelen wanneer dat vertrouwen geschaad wordt. “Ik heb nu wel spijt dat ik dat losgelaten heb. In de vakantie blijft ze tot één, twee uur chatten. En je weet ook niet met wie. Achteraf gezien hadden we dat meer moeten afbakenen.”

Verschillende ouders lazen toevallig persoonlijke berichten van hun kinderen, buiten hun medeweten. Dat gebeurt wanneer een jongere vergat uit te loggen, of doordat een broer of zus komt klikken bijvoorbeeld. Zeker bij de iets oudere jongeren creëert dit moeilijke situaties.

Reageren impliceert dat de ouder moet toegeven dat hij de privacy van het kind schond. Niet ingrijpen kan het probleem van de jongere doen escaleren. Voor deze ouders wordt de zoektocht naar een balans tussen opvolgen en loslaten een opvoedkundig mijnenveld.

Open communicatie

Wanneer we vroegen naar wat ouders concreet doen rond internetopvoeding, zeggen ze in eerste instantie dat ze niet zoveel kunnen doen. Ouders hopen vooral dat ze hun kind kunnen bijstaan en bijsturen. Het kind moet het gevoel hebben dat het met een probleem bij de ouders terecht kan.

“Ik vind het belangrijk om te praten. Dat ze weten dat ze altijd bij mij terecht kunnen als er een probleem is.” Via open communicatie gaan ouders ervan uit dat ze het wel zullen merken ‘wanneer er iets is’.Baeten, K. (2016), ‘Jongeren, seks en online media. Praat erover’, Sociaal.Net, 20 april 2017.

“Ouders willen weten waar hun kind online mee bezig is.”

Om de communicatie rond het internetgebruik te bevorderen, vinden ouders het belangrijk dat ze een connectie kunnen maken met de jongere. Een connectie maken betekent ‘mee zijn’, weten waar het kind mee bezig is.

Ouders stimuleren dit door interesse te tonen in de online-activiteiten van het kind, samen het internet te gebruiken of zelf via het web met het kind te communiceren. “Ik vind dat je interesse moet tonen in waar je kind online mee bezig is, het is nu eenmaal hun leefwereld. Als je niet mee bent in dat verhaal, dan gaan ze ook niet bij je komen als er eens iets is.”

Regels

Ouders vinden het moeilijk om de regels en afspraken omtrent internetgebruik in het gezin spontaan te benoemen. Dit komt omdat deze op een natuurlijke manier tot stand komen. Ze maken deel uit van de dagelijkse interacties waardoor ouders er niet meer bij stil staan.

“Ouders stellen pas regels in als daar nood aan is.”

Het makkelijkst zijn de regels over waar en wanneer het kind online mag gaan. Veel ouders verbieden bijvoorbeeld het internetgebruik aan tafel of bij jongere adolescenten in de slaapkamer.

Door er met andere ouders over te praten, komen er echter heel wat afspraken naar boven over wat online wel en niet mag. De focus ligt daarbij op het gedrag op sociale media. Haast alle ouders verwittigden hun kind over het toevoegen van onbekenden of het delen van persoonlijke informatie.

Vaak gaan ouders pas regels instellen op het moment dat ze beseffen dat daar nood aan is. Het gaat dan typisch om het taalgebruik van de jongere, het aantal vrienden in het sociale netwerk of de informatie die de jongere online deelt.

“Ze had er dan eens foto’s op gezet van iemand. Dus ik zeg van ‘Ja maar heb jij dat gevraagd of je die foto’s daarop mocht zetten? Je zet geen foto’s van iemand anders daarop zonder dat eerst te vragen’. Dat was dan ook iemand die niet eens op Facebook was. Ze heeft ze moeten weghalen.”

Supervisie

Verschillende ouders gaven hun kind de opdracht om een aantal contacten uit hun netwerk te schrappen: “Op een gegeven moment ben ik samen met haar aan de computer gaan zitten en dan gezegd dat we al die vrienden eens zouden bekijken. Begin dan die te schrappen waar je eigenlijk geen contact mee hebt.”

“Veel regels zijn een reactie op wat de jongere online doet.”

Veel regels zijn een reactie op wat de jongere online doet. Dat toont het belang aan van supervisie of opvolging. De meeste ouders proberen op een open manier aan opvolging te doen.

Hoewel ouders vaak beschikken over de login-gegevens van de jongeren, zeker wanneer ze pas op sociale media zitten, gaan zij zelden over tot het lezen van persoonlijke berichten. Ook software om bepaalde websites te blokkeren of onlinegedrag te monitoren, wordt niet veel gebruikt. Opvolging beperkt zich tot het ‘vriend’ worden met zoon of dochter en af en toe eens over de schouder meekijken.

Obstakels

De manier waarop ouders omgaan met het internetgebruik van jongeren heeft niet enkel te maken met de vraag wat ze willen doen maar ook met wat ze kunnen doen. Ouders botsen op grenzen.

“Ouders botsen op grenzen.”

Tijdens de puberteit komt de ouder-kind relatie onder druk te staan. Jongeren zijn heel gemotiveerd om zoveel mogelijk autonomie te veroveren in hun handelen. De autoriteit van de ouder wordt in vraag gesteld en gehoorzaamheid kan een probleem vormen.

Jongeren kunnen creatief zijn in het ontlopen van ouderlijke controle, bijvoorbeeld door hun ouder te blokkeren op hun sociale netwerkprofiel, codetaal te gebruiken wanneer ze chatten met vrienden, of in het geniep een tweede smartphone aan te schaffen.

Het is ook niet altijd mogelijk om het internetgebruik van kinderen op te volgen. Het ontbreekt ouders niet enkel aan tijd maar ook aan motivatie. Zoals een vader het formuleert: “ik wil geen waakhond zijn”. Zeker wanneer er meerdere kinderen in het gezin zijn, wordt het moeilijk om te controleren of elk kind zich aan de regels houdt.

Kinderen weten meer

Daarnaast hebben sommige ouders het gevoel dat ze te weinig kennis en internetvaardigheden hebben om hun kind op te volgen. “Mijn zoon van twaalf weet al meer over smartphones en apps dan ik. Ik wil wel mee zijn maar eigenlijk kan je mij alles wijsmaken.”

“Jongeren gaan niet meer online op de gezinscomputer.”

Zonder te weten welke toepassingen er bestaan en welke het kind precies gebruikt, is het moeilijk om hier afspraken rond te maken. Sommige toepassingen, zoals Snapchat, zijn ook moeilijker te volgen dan andere.

Kluwen

Bovendien is het internet een kluwen van toepassingen. Het is bijvoorbeeld lastig om beperkingen op te leggen wanneer de jongere internet nodig heeft om schoolwerk te maken. Daarnaast zijn er vaak verschillende toestellen waarmee jongeren online kunnen gaan. De tijd dat jongeren online gingen op de gezinscomputer, die dan ook nog eens in de gemeenschappelijke woonruimte stond, is voorbij.

“Wij hebben zoveel dragers in huis. Er staan twee computers in het bureau, wij hebben elk een laptop van het werk, mijn ene zoon heeft een laptop en mijn andere zoon heeft een computer op zijn kamer, er zijn twee iPads in huis, en dan nog iPhones. Dus er is zoveel dat ik moet onder controle houden ’s avonds. Is dat hier allemaal beneden? Want dat wil ik niet. Ze mogen hem ’s avonds niet mee naar boven hebben.”

Terwijl het internet centraal staat in het leven van jongeren, kennen ouders zichzelf hierbij slechts een rol aan de zijlijn toe. Toch kunnen ouders veel betekenen. Interesse tonen, erover praten en af en toe eens meekijken, helpt ouders om betrokken te blijven bij hoe hun kinderen het internet gebruiken. Dit kan zonder de privacy van jongeren te schenden.Voor praktische tips kan je altijd terecht op Medianest, website voor ouders over mediaopvoeding.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen