Levensverhalen komen bovendrijven

Met een mobiele chalet door Brussel

Onderzoekers van Odisee hogeschool nestelen zich in de Anneessenswijk, een diverse, dichtbevolkte en kansarme buurt in hartje Brussel. Ze laten bewoners vertellen over hun wijk en brengen die getuigenissen in beeld. Maar nu planten ze er ook een chalet neer. Dat levert een boeiend verhaal.

Herstelrecht
Insjalet

Herstelrecht zonder strafrechtelijk jasje

Onze exploratie van de wijk kadert in een praktijkgericht onderzoek ‘Herstelrecht in Brussel’. Dader-slachtofferbemiddeling is zo’n herstelrechtelijke praktijk. Vertrekpunt is de intuïtie dat betrokken partijen zelf in staat zijn om conflicten constructief op te lossen. Schade, angst en verdriet los je niet op door leedtoevoeging, wel door dialoog, bemiddeling en herstel.Aertsen, I. en Peters, T. (1997), ‘Herstelbemiddeling in slachtofferperspectief’, Tijdschrift voor criminologie, 39, 4, 372-383; Walgrave, L. (2008), Restorative Justice and Responsible Citizenship, Cullompton, Willan Publishing.

Ook ‘Herstelrecht in Brussel’ is zo’n experiment: het verdiept de overtuiging dat burgers hun conflicten zelf de baas kunnen. Maar het wil dit experiment overdoen zonder strafrechtelijk jasje, los van delicten en gerechtelijke verwijzers. De focus gaat naar de grootstad met haar dichtbevolkte, kansarme wijken en krappe publieke ruimte.Huysmans, M. en Claes, E. (2015), ‘Conflictbeleving en herstelrecht in Brussel’, Tijdschrift voor Herstelrecht, 15 (3), 53-68.Kunnen de intuïties en methodieken uit herstelrecht van betekenis zijn voor schurende dynamieken in een superdiverse binnenstad?

Wandelen en vertellen

Geen democratisch experiment zonder participatie. En dus ontwikkelde we doorheen het onderzoek participatieve tools.Claes, E., Huysmans, M. en Gulinck, N. (2015), ‘Digital storytelling en herstelrecht. Wonen in Brusselse wijk Anneessens’, Sociaal.Net, 16 april 2015.

De wandelmethodiek is een eerste. Zoals een bemiddelaar verkennend op huisbezoek gaat bij conflictpartijen, zo bezochten wij de Anneessenswijk als buitenwereld. Een veertigtal bewoners gidsten ons door hun wijk. Ze wijdden ons in in hun leefwereld en toonden hun noden en dromen. Deze bewoners verleenden ons toegang tot hun sociaal netwerk en reikten de sleutel aan voor andere, nieuwe getuigenissen. Een verscheidenheid van perspectieven omringden ons. We verloren ons gauw in een spiegelpaleis van vaak schurende wijkbeelden.

“Verhalen vertellen, werkt verbindend.”

Een andere tool bouwde voort op de methodiek van digital storytelling. Bewoners kwamen samen in de Buurtwinkel, aan het Anneessensplein. Ze ondersteunden elkaar in het maken van een kort digitaal verhaal, met persoonlijke beelden, tekeningen en een opname van de eigen stem.

De trajecten waren verwant aan conflicttransformatie in een klassieke bemiddeling. In het begin stonden botsende wijkbeelden en hun vertellers eerst wat koudweg tegenover elkaar. Maar door de gezamenlijke kracht van verbeelding konden ze tegelijk naast elkaar bestaan. Verhalen vertellen, werkt verbindend.

Een chalet bouwen

Toch was onze boodschap nog niet geland. Discussies en brainstormsessies brachten ons tot het ontwerpen en bouwen van Insjalet, een mobiel houten bouwsel met luifels, tafels, krukken en zitboxen.

Van mei tot oktober 2015 trokken we er zes keer de Anneessenswijk mee in. De chalet deed dienst als mobiele bar, cinema, open luchtatelier. Mensen konden er hun wijkverhaal kwijt. Tekeningen, audio-opnames en enkele foto’s assembleerden we tot een mini-digital story.

“De chalet deed dienst als bar, cinema, open luchtatelier.”

Maar welke ervaring schuilt er nu achter Insjalet? Wat is de bestaansreden van die houten doos op wielen? Hoe zijn we op het concept en de naam gekomen? En wat is de link met herstelrecht?

Jongeren voelen zich bekeken

Half mei 2014 trok één van onze onderzoeksters, Iman Lechkar, naar het Fontainas Park, de enige groene plek van de Anneessenswijk. Het is een plek die gedurende het tweejarig onderzoek in vele wandelgetuigenissen ter sprake is gekomen. Voor sommigen is het een te mijden plek, voor anderen een lievelingsplek, een voetbalplek, een plek om vrienden te zien.

Op één van de bankjes keek Iman uit op het park. Haar agenda: jongeren uitnodigen om met haar een wijkwandeling te maken, om zicht te krijgen op uitdagingen en conflicten in de wijk. Een groepje jongeren had zich rond en onder het blauwe afdakje geschaard. Iman stapte er naar toe. De ontmoeting botste op weerstand.Ze publiceerde daarover een digital story op Sociaal.Net.De jongeren voelden zich bekeken.

Mentale en ruimtelijke shift

Die weerstand van jongeren stelde teleur. Maar de ervaring was wel productief. Om de stemmen van alle betrokkenen in de wijk respectvol te beluisteren en in dialoog te gaan, moesten we onze observerende positie durven verlaten. Als onderzoekers kozen we voluit voor een aanwezige en ontvankelijke houding, eerder dan voor een bezoekende.

“De weerstand van jongeren stelde teleur.”

Herstelrecht in een Brusselse wijk vraagt niet alleen om zo’n mentale shift, maar ook om een ruimtelijke shift. Dus ook onze opstelling als onderzoekers diende te verschuiven. Wandelinterviews en digital storysessies in een buurthuis waren op zich niet voldoende. Aan ons om opnieuw een zo toegankelijk mogelijke ruimtelijke context te creëren.

Van The Croi naar Insjalet

Hoe dan? Met die open vraag trokken we naar de tweejaarlijkse conferentie van The European Forum for Restorative Justice. We bezochten een kapel, ‘the Croi’: een sacrale, oecumenische plek, ontworpen in de vorm van een oorschelp. Hier vonden in de jaren negentig, in alle beslotenheid en rust, de eerste vredesgesprekken plaats tussen de IRA-leiders en afgevaardigden van de Britse regering.

Dit bezoek was een erg bijzondere ervaring. De architectuur was magisch. De oorschelp gaf vorm aan veiligheid, geborgenheid, sereniteit, stilte en verbondenheid. De plek ademde de kwetsuur van een volk en tegelijk de serene kracht van verzoening. We voelden ons omringd door herinneringen van lijden en van loutering.

Terug in Brussel

Thuisgekomen in Brussel bleef the Croi als vredessymbool in de lucht hangen. Het belichaamt bijna volmaakt de herstelrechtelijke ‘spirit’. Onze ervaring aan de Noord-Ierse kust was zo krachtig dat we er niet van loskwamen. We puurden er inspiratie uit. Aan ons om zelf een serene, ruimtelijke ervaring te ensceneren, met hout en spijkers .

In the Croi ontdekten we ook een antwoord om de weerstand van de jongeren op te vangen. Hier vonden we een context waar we als onderzoekers onze bezoekende, observerende blik konden inruilen voor een meer open, ontvankelijke, uitnodigende houding.

In die rustruimte zouden we tussen de bewoners verhalen kunnen ontvangen, beluisteren en laten uitwisselen. Het kwam er nu op aan om een geschikte rustruimte te concipiëren. Een plek om op adem te komen, een serene plek die schurende wijkbeelden verbindt, een plek waar verhalen naar de wijk terugkaatsen en voorwerp worden van reflectie en gesprek.

Chalet als metafoor

Maar welke naam en vorm zou die rustruimte dan krijgen? Eén van de onderzoekers stond op een vrijdagochtend onder de douche. Een woord viel uit het stromende water: chalet. En dan kwam het inzicht. Onze rustruimte is een chalet. Het woord was eruit en bleef de hele dag reizen. Het verhuisde van het ene gesprek naar het andere. Het bleek erg gevoelig voor woordspelingen. ‘Welkom in de chalet’, zei de één. ‘InshAllah’, zei de ander.

“Onze rustruimte is een chalet.”

De chalet evolueerde naar een metafoor. De rustruimte werd een rusthalte. Er is de chalet om verhalen te vertellen en te beluisteren, om over het wijkleven en de eigen beleving in alle rust na te babbelen. In onze fantasie en eerste schetsen oogde de chalet niet als simpele berghut. Het verbeelde bouwsel was halfopen om de stedelijke, publieke ruimte binnen te laten, maar ook halfgesloten om geborgenheid uit te stralen.

De woordspeling bleef ook plakken. Het rustpunt kreeg een naam: Insjalet, met een knipoog naar InshAllah.

Onderbenutte ruimte

Wat bracht ons op het idee om een mobiele ontmoetingsruimte te bouwen in de vorm van een houten box op wielen? Vanwaar de keuze voor een tijdelijke en mobiele rusthalte?

Het antwoord ligt in de grootstad zelf, in de grote hoeveelheid aan onderbenutte publieke ruimtes. Die plekken zijn doorgangen, wachtruimtes, maar vaak ook restruimtes. Dat zijn verwaarloosde sites die geen publieke of private bestemming hebben en al lang op een bestemming wachten. Die sites zijn vaak ook bron van frustraties omdat ze nachtlawaai, sluikstorten of een gevoel van onveiligheid aanzuigen.

Opvallend voor diezelfde grootstad is het creatieve vermogen van bewoners en organisaties om die plekken te transformeren en een publieke bestemming te geven.

Mobiel concept

Beïnvloed door de creativiteit van die tijdelijke ingrepen, beslisten we het concept van Insjalet mobiel te maken. Zo konden we naargelang de noden en de opportuniteiten prikken in een rest- of conflictruimte. De rustplek zou tijdelijk de onderbenutte stedelijke ruimte transformeren. Ze zou ruimte bieden voor ontmoeting en uitwisseling van soms schurende wijkverhalen. Het vertonen van digitale verhalen zou daarbij een belangrijke hefboom zijn.

“Insjalet biedt ruimte voor schurende wijkverhalen.”

En zo muteerde ons idee van een halfopen, houten constructie tot een mobiel bouwsel met tafels, krukken, boxen, met een beamer en projectiescherm. Drie functies kwamen samen in het nieuwe concept: ontmoeten, vertellen, vertonen.

Nieuwsgierige blikken

Pas naar het einde van het onderzoek drong de realiteit van Insjalet voor het eerst echt tot ons door. Het denk- en bouwproces nam maanden in beslag. In mei 2015 verhuisden we de mobiele chalet van de gebouwen van Odisee naar de Anneessenswijk. Onze restruimte was een grintpad aan het voetbalpleintje achter het Anneessensplein, aan de voet van de afgeleefde sociale woningblokken.

Vanaf het moment dat we de tafels en zitboxen rond de houten chalet schikten, zagen we hoe snel de bewoners deze in gebruik namen. Het grintpad verschoof van een schrale en snelle doorgang naar een ruimte waar bewoners halt houden. De houten chalet trok vooral de nieuwsgierigheid van de jongeren. Ze installeerden zich aan de tafels, kwamen drank vragen, vroegen waartoe die houten doos diende.

“De opengeklapte chalet veranderde in een mobiel buurtcafé.”

De opengeklapte chalet, de omringende tafels en stoeltjes veranderden de publieke ruimte in een laagdrempelig, uitnodigende ontmoetingsplek: een mobiel buurtcafé. Met haar esthetische uitstraling en naar boven gerichte luifels stond de chalet ook in contrast met haar omgeving, twee afgeleefde woonblokken. De chalet trok de aandacht, maakte nieuwsgierig en nodigde uit tot een eerste gesprek.

Herstelrecht
Insjalet ©Minne Huysmans

Geen plan

De transformatie van de mobiele chalet tot een ontmoetingsplek was geen éénmalig event. Tussen mei en oktober trokken we er de wijk mee in. Vier keer hielden we halt aan het voetbalpleintje, twee keer trokken we het Fontainaspark in.

Voorbijgangers bleven hangen. Levensverhalen kwamen bovendrijven. Het waren ontmoetingen die ons als bij toeval te beurt vielen, zonder een bepaald plan voor ogen.

Als mobiele ontmoetingsruimte daagde Insjalet ook onze onderzoeksrol uit. Door met een doos op wielen naar de publieke ruimte te trekken, verandert onze ruimtelijke opstelling van observator naar geobserveerden.

“Insjalet opent een ruimte voor nabijheid.”

Wij voegden ons niet meer als anonieme toeschouwer toe aan een bestaande publieke ruimte. We trokken zelf de aandacht door de eigen ruimtelijke interventie. We koesterden ons niet meer in de veilige rol van de kijker, maar in de meer kwetsbare rol van de bekekene die met een houten kar zich een stukje publieke ruimte toe-eigent.

We zaten daar nu, middenin de wijk, voor iedereen zichtbaar. We zogen de aandacht naar ons toe. We konden ons achter niets meer verschuilen. Het korte experiment met de mobiele ontmoetingsplek leerde ons dit: Insjalet opent een ruimte voor nabijheid, kwetsbaarheid en bescheidenheid.

Vertellen en vertonen

Insjalet is ook meer dan een ontmoetingsplek. We experimenteerden met ‘digital storytelling in de publieke ruimte’. Op een wijkplan lieten we jongeren het parcours van hun huis naar hun geliefkoosde plek in de wijk uitstippelen. Ze schetsten het uitzicht van hun voorkeurplek. Ze tekenden ook wat ze er niet leuk in vonden.

Op basis van de tekeningen namen we hun verhaal op en namen zelf nog enkele geanonimiseerde portretten van elke deelnemer. De montage deden we zelf. De vertoning gebeurde tijdens de daaropvolgende interventie. Proces en resultaat hadden hun sterktes: we bereikten jongeren, brachten hun wijkbeeld in beeld, zagen fierheid in vertoning.

Er liggen nog een pak uitdagingen: hoe concentratie scherp houden in een onvoorspelbare buitenruimte? Hoe een ‘open lucht’ proces gestructureerd laten verlopen? Hoe verbindende verhaalvertelling mogelijk maken met een groep die voortdurend wisselt? Boeiende vragen die een verder experimenteren met Insjalet als vertelatelier en verhalenfabriekje in het vooruitzicht stellen.Vanaf juni 2016 start een lerend netwerk rond Insjalet met Muntpunt, Odisee, Joenes.

Gewaardeerd toonmoment

De mobiele chalet ontpopt zich gemakkelijk tot geïmproviseerde ontmoetingsruimte waar spontaan verhalen aan de oppervlakte komen. Maar hoe functioneert de chalet als mobiele cinema? Welke ervaring ontvouwt zich tijdens het tonen van de digital stories in de publieke ruimte?

“Jongeren kwamen spontaan naar de filmpjes kijken.”

Concentreren we ons op de eerste Insjaletinterventie, mei 2015. Op het grintpad achter de Buurtwinkel ontvingen we de bewoners die een digitaal verhaal hadden gemaakt. Alle zeven deelnemers die hun komst op voorhand bevestigd hadden, waren aanwezig. De sfeer was ontspannen, hartelijk, feestelijk. Enkele jongeren kwamen spontaan naar de filmpjes kijken. Een zestal volwassen toeschouwers waren afgekomen omdat ze op de hoogte waren van het toonmoment. Uiteindelijk waren twintig mensen bij het toongebeuren betrokken.

In de collectieve nabespreking welden geen frustraties op rond schurende wijkbeelden. We hoorden uitgesproken waardering voor het proces van digital storytelling en het publieke toonmoment. De deelnemers waren blij hun film te zien en wisselden waardering uit voor elkaars verhalen.

Verrassend was dat de deelnemers ook spontaan meedachten over de betekenis van het project in de toekomst. Het project was voor hen al geen vreemde meer.

Afdruk

Het toonmoment was in vele opzichten een bijzondere publieke ervaring. De toeschouwers getuigden van een ervaring waarin wijkverhalen uit de verborgenheid treden. Dezelfde wijk werd zichtbaar in een veelheid van verhalen.

Mooi was het moment waarop de stemmen van de bewoners de chalet ontstegen en de gehele publieke ruimte vulden. De gevels dienden als klankkast. De chalet werd een megafoon.

 “De publieke ruimte werd een podium.”

De publieke ruimte verloor tijdens de duur van de vertoning haar alledaagsheid. Ze werd een podium, een schouw- en luisterspel, een amfitheater. Met de publieke ontsluiting van de digital stories ontdekten we hoe stemmen en beelden van burgers vorm kunnen geven aan hun publieke ruimte.

Een deelnemer getuigt: “Dat toonmoment was een bekroning na het proces. Ik kon mezelf terugvinden in mijn film, maar ook in die van alle anderen. De film is een testament dat ik achterlaat in de wijk, een soort afdruk. Op dat moment voelde ik mij heel gelukkig, in die film heb ik kunnen overbrengen waar ik voor sta en waar de wijk voor staat: samen zijn.”

TV-kast

Tegelijk had deze publieke ervaring iets intiems. Als je naar de foto’s van het toonmoment kijkt, dan zie je dat het om een erg bescheiden publiek gebeuren gaat. De verbreding van de cirkel werd geen massa-event. De chalet is een soort van TV-kast voor de publieke ruimte. De setting heeft iets van een uit de hand gelopen zitkamer die in de wijk is opgesteld.

Toch was de voorstelling geen afgesloten binnenruimte. Want bewoners en bezoekers konden zich gemakkelijk aansluiten. Ze konden zelf hun mate van betrokkenheid kiezen door vlakbij of vanop een afstand het schouwspel gade te slaan.

Herstellen is herschikken

Wat vertelt Insjalet over herstelrecht en conflicttransformatie?

Insjalet toont dat je conflicttransformatie in een stedelijke, informele omgeving ruimtelijk moet denken. Herstellen is herschikken.

“Unieke wijkverhalen maken een gedeelde wereld mogelijk.”

Klap je de chalet open als mobiel buurtcafé, dan creëer je mogelijkheden om een conflictueuze plek om te buigen van een verstoorde tussenruimte in een ontmoetingsruimte. In de ruimtelijke, uitnodigende opstelling van Insjalet en de openheid en nabijheid van de bemiddelaars liggen mogelijkheden tot herstel van de publieke ruimte. Ruimtelijke nabijheid, presentie, zich blootstellen en gastvrijheid zijn hier de hefbomen van conflicttransformatie.

Transformeer je chalet tot een vertelatelier, dan creëer je de mogelijkheid om het participatieve proces van digital storytelling met bewoners outdoor te ontrollen. Verschillende wijkbeelden zullen elkaar kruisen. De ruimtelijke opstelling van de chalet verandert. Ze brengt een proces van verhaalvertelling, zelfonthulling en verbeelding in stelling.

Bouw je Insjalet om tot een mobiele cinema, dan faciliteer je een ruimtelijke ervaring voor erkenning, waardering, fierheid. De maker van een digital story wordt publiek gevaloriseerd.

Tegelijk faciliteert de chalet hier een publieke ruimte waarbij een meervoud van wijkbeelden uit de verborgenheid treedt. Schurende wijkbeelden verstoren een gedeelde wereld niet, maar maken ze net mogelijk.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen