Housing First werkt

Meer woonstabiliteit en betere gezondheid voor daklozen

Sinds 2014 kregen 65 daklozen in Vlaanderen een woning via Housing First. Na één jaar wonen ze nog allemaal in die woning. Niemand werd opnieuw dakloos. Housing First werkt.Deze bijdrage is gebaseerd op de onderzoeksnota: Brosius, C. (2016), Housing First Belgium. Tussentijdse resultaten van het Vlaamse project na één jaar evalueren, Brussel-Antwerpen, Housing First Belgium en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk. Het onderzoek spitste zich toe op de 65 daklozen die in Vlaanderen een woning kregen. Daarnaast waren er twee controlegroepen, één van 36 ex-daklozen met een woonst, en één van 49 daklozen zonder woonst.

Appartementsgebouw. Housing First
©Alan @Flickr

Housing First

In Vlaanderen zijn er circa 5.500 dak- en thuislozen. 37% van deze groep zijn mensen die langer dan één jaar dak- of thuisloos zijn.Meyvis, E. en Hermans, K. (2014), Nulmeting dak- en thuisloosheid, Leuven, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Housing First wil voor deze groep langdurig thuislozen een alternatieve oplossing bieden, weg van de bestaande aanpak via nachtopvang of andere tijdelijke opvangstructuren.

“Huisvesting is een basisrecht.”

Housing First schuift onvoorwaardelijke huisvesting naar voor als basisrecht. Daklozen krijgen een woning, pas nadien start begeleiding op. Het hebben van een vaste woning en de daarmee gepaard gaande privacy, rust en veiligheid, motiveert bewoners om hun woning te behouden en om aan andere problemen te werken.Busch-Geertsema, V. (2013), ‘Swimming can better be learned in the water than anywhere else’, European Journal of Homelessness, 7(2), 323-326.

Acht basisprincipes

Psycholoog Sam Tsemberis, de grondlegger van Housing First, vertrekt van acht basisprincipes.Tsemberis, S. (2010), Housing First Manual: The Pathways Model to End Homelessness for People with mental Illness and addiction, Center Cityn Hazelden Foundation.

Huisvesting is een mensenrecht. Hulpverleners en bewoners gaan respectvol, met warmte en medeleven met elkaar om, zonder vooroordelen. Er is een engagement om zolang als nodig te werken met de bewoners.

Iedere huurder beschikt over een eigen woonst. De woningen zijn liefst gespreid over verschillende buurten. Huisvesting is gescheiden van diensten. Hierdoor kan de huurder in de woning blijven, ook als hij behandeling of begeleiding weigert.

De huurder heeft op zoveel mogelijk domeinen keuzevrijheid. Zo kiest de bewoner liefst zelf zijn woning, buurt en woonvorm. Huurders bepalen hun doelen, waarbij ze ook de hulpmiddelen bepalen om deze doelen te realiseren. De hulpverlener probeert de huurder hierin te volgen, op weg naar maximale zelfstandigheid.

De keuzevrijheid van de bewoner geldt ook bij schadelijk drug- en alcoholgebruik. Housing First hanteert hier het principe van ‘harm reduction’. De nadruk ligt niet op repressie maar op het beperken van de schade van drug- en alcoholgebruik, zowel voor de gebruiker als voor de samenleving.

Housing First is een herstelgerichte benadering. Men streeft naar welzijn van de bewoner door te zorgen dat basisvoorwaarden zoals sociaal contact en een dagactiviteit aanwezig zijn.

Sociale huisvesting

In het Vlaamse luik van Housing First Belgium zijn het overgrote deel van de woningen die verhuurd worden aan de bewoners sociale huurwoningen. Bij 79% gaat het over een appartement, de overige 21% woont op een studio.

“Sociale huisvesting zorgt voor woonzekerheid.”

Woningen van de sociale huisvestingsmaatschappij, evenals woningen gehuurd via een sociaal verhuurkantoor, zorgen voor meer financiële stabiliteit en zekerheid.

De gemiddelde huurprijs is er het laagst. De gemiddelde huurwaarborg ligt lager. De huurcontracten zijn langer. 51% van de huurders bij een sociale woningmaatschappij kreeg meteen een huurcontract van negen jaar of onbepaalde duur. Dit percentage ligt bij de andere woningaanbieders, bijvoorbeeld private huurmarkt, opmerkelijk lager.

Woonstabiliteit

Eén jaar na de intrede in de woning is er een woonstabiliteit van 100%. Dat betekent concreet dat alle bewoners die deelnemen aan Housing First, na één jaar, nog steeds gehuisvest zijn in een adequate woning.

Dit Vlaams percentage ligt opvallend hoger dan in andere Europese landen. Daar waar in Europa Housing First werd geïmplementeerd, is er na twee jaar een gemiddeld behoud van de woning van 80%.

“Woonstabiliteit van 100%.”

Het hoge Vlaams percentage is te verklaren door het grote aantal huurcontracten bij de sociale huisvestingsmaatschappijen. Zoals gezegd geeft dit extra woonzekerheid.

Bovendien was er in Gent, waar de meeste Housing First-bewoners wonen, al een samenwerking tussen het OCMW en de sociale huisvesting. Er was daar een ruim aanbod aan kwaliteitsvolle woningen beschikbaar. Bij toewijzing van een woning kon men zo rekening houden met de wensen van de bewoners. Zeer waarschijnlijk heeft dit ook een positief effect op de woonstabiliteit.

81% van de bewoners in Housing First heeft na één jaar nog begeleiding. Bij de overige 19% werden de begeleidingen positief afgesloten.

Meer mensen met werk

De groep Housing First-bewoners telt na één jaar meer mensen met werk. 23% van de bewoners heeft werk, terwijl dit bij de start slechts 7% was.

“Na één jaar heeft 23% van de bewoners werk.”

Bij de gehuisveste controlegroep gebeurt het omgekeerde. Bij de start had 21% een job, na twaalf maanden was dit nog slechts 9%. Deze cijfers kunnen toe te schrijven zijn aan de intensieve begeleiding van de Housing First-teams en het ontbreken van begeleiding bij de controlegroep.

Het aantal personen dat inkomsten heeft uit arbeid, ligt in beide groepen wel nog een pak lager dan bij de gemiddelde Vlaming. 66% van de Vlamingen tussen 15 en 64 jaar had in 2014 een inkomen uit arbeid.Be.Stat, Belgian Ministry of Economic Affairs Multidimensional Web Application, Werkende bevolking tussen 15 en 64 jaar in het Vlaamse Gewest, geraadpleegd op 7 januari 2016.

Toch mag gesteld worden dat de tewerkstellingsresultaten van de Housing First-bewoners goed zijn. Uit eerder onderzoek blijkt immers dat het aantal werkende thuisloze personen tout court laag ligt.Meyvis, E. en Hermans, K. (2014), Nulmeting dak- en thuisloosheid, Leuven, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Betere gezondheid

Uit deze eerste resultaten van Housing First blijkt ook een positieve evolutie in de mentale en fysieke gezondheid van bewoners.

“Bewoners zijn mentaal en fysiek gezonder.”

De fysieke gezondheid is voor het grootste deel van de bewoners gestabiliseerd. Bij 27% is er sprake van een verbetering. Deze resultaten zijn beter dan die van de twee controlegroepen, waar ruim 30% van de respondenten een slechtere fysieke gezondheid heeft.

Bij de mentale gezondheid zien we een gelijkaardige tendens. Ook hier is bij de bewoners van Housing First meer stabilisatie (68%) dan bij de gehuisveste controlegroep (40%) of de dakloze controlegroep (50%).

Bij de Housing First-groep is er slechts bij 5% van de bewoners sprake van een verslechtering van de mentale gezondheid. Dat percentage ligt bij de gehuisveste controlegroep (30%) en de dakloze controlegroep (38%) opvallend hoger.

Ook de verslavingsproblematiek betert. Bij 60% van de personen met een alcoholverslaving is de situatie in twaalf maanden gestabiliseerd. Bij de overige 40% is er afname in de alcoholconsumptie op te merken. Voor de personen die drugs gebruiken, is bij 83% de situatie stabiel gebleven. Bij 17% nam het gebruik af.

De koning van het station

Een begeleider van Housing First getuigt in een persoonlijk gesprek over één van de bewoners: “Jean was als dakloze jarenlang de koning van het station. Hij had veel aanzien en kreeg respect van andere daklozen, de politie en het stationspersoneel. Jean was een stevige drinker en gebruikte regelmatig heroïne. Hij vond het tof dat wij als hulpverleners soorten behandelingen of hulpmiddelen voor hem zochten, maar hij ging nooit op iets in.”

“Door Jean te blijven wijzen op de goede dingen die hij al verwezenlijkt had en zijn krachten in de verf te zetten, merkten we dat hij meer en meer inzicht in zijn situatie had. Hij kreeg er stilaan vat op. Pas toen, na ongeveer 12 maanden, begon de gedachte bij hem te spelen dat zijn gebruik hem tegenhield om meer successen te boeken. Plots begon Jean toekomstplannen te maken. Stoppen met drinken en met zijn gebruik, mensen uitnodigen voor verjaardag, zijn woning inrichten…”

“Momenteel woont Jean twee jaar in het Housing First-project. Hij gebruikt sinds een jaar geen heroïne meer en de laatste vijf maanden heeft hij geen druppel alcohol meer gedronken. Het enige probleem dat hij nu aangeeft is dat hij zijn PMD-zak niet meer vol krijgt.”Brosius, C. (2016), Housing First Belgium. Tussentijdse resultaten van het Vlaamse project na één jaar evalueren, Brussel-Antwerpen, Housing First Belgium en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, 17.

Grotere zelfredzaamheid

Met behulp van het onderzoeksinstrument ‘Outcomes Star’ werd er ook gepeild naar de mate van zelfredzaamheid van de bewoners. Dit instrument wordt zowel door de bewoner, als de begeleiding ingevuld. Bij beide groepen is er na één jaar een significant verschil te zien.

De bewoners geven zichzelf een hogere score voor druggebruik (van 5,5 naar 7,3 op 10) en huisvesting (van 6,5 naar 8 op 10). Ze voelen op deze domeinen meer zelfredzaam dan bij de intrede van de woning. Ook hun totale score steeg significant van 6,3 naar 7,2 op 10.

De begeleiders lieten nog een groter verschil noteren. Volgens hen is de zelfredzaamheid van bewoners gestegen als het gaat om motivatie, geldbeheer, sociale contact en het zinvol gebruik van tijd.

Meer kwaliteit van leven

Wat nog opvalt. Na een jaar Housing First ervaren de bewoners een grotere kwaliteit van leven. Ze waarderen hun uiterlijk, ze beschikken over meer informatie en zijn tevreden over de steun die ze krijgen van vrienden.

“Bewoners ervaren meer kwaliteit van leven.”

Ook hun mentale gezondheid en algemeen welbevinden gingen erop vooruit. Housing First-bewoners hebben na een jaar een positiever zelfbeeld.

Impact op de steden

Naast deze meetbare resultaten, hebben de Housing First-projecten ook een positieve impact op de verschillende Vlaamse steden waar de projecten plaatsvonden.

Zo is er in Antwerpen sinds de opstart van Housing First meer aandacht voor chronische daklozen. Na de opstart is er een samenwerking ontstaan tussen het OCMW en CAW Antwerpen. Zo ontwikkelen beide organisaties samen een gecoördineerde visie om personen aan de onderkant van de woonladder te huisvesten.

De samenwerking zorgt voor een efficiënter werken zodat zoveel mogelijk personen gehuisvest kunnen worden. Ook komen er in de stad nieuwe huisvestingsinitiatieven voor deze doelgroep, zoals een hostel voor zware druggebruikers en een Housing Led project.

“Housing First is een voorbeeld voor heel Vlaanderen.”

In de Hasseltse winteropvang is er sinds Housing First minder onrust. Een aantal amokmakers hebben nu hun eigen woning in het Housing First-project. Dit maakt de winteropvang meer hanteerbaar. Op een aantal plaatsen ontstaat ook meer samenwerking. Zo worden er in de regio Sint-Truiden sinds de start van het project opnieuw partners samengebracht rond het thema dak- en thuisloosheid.

In Gent is gezien het succes een breder draagvlak ontstaan voor Housing First. Binnen het werkveld is men ervan overtuigd, ook gezien de positieve buitenlandse resultaten, om voort in te zetten op Housing First. Dat men in de rest van het Vlaamse land hier een voorbeeld aan neemt.Lees ook: Goris, P. (2015), ‘Aanpak van dak- en thuisloosheid moet anders. Werkveld verkent nieuwe wegen’, Sociaal.Net, 8 september 2015.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen