Er zijn geen rijke armen

Waar structurele armoedebestrijding werkelijk over gaat

Wil je een complex probleem als armoede bestrijden, dan moet je ook structuren veranderen. Enkel met een heldere visie is een succesvolle aanpak mogelijk.

armoede
©123rf

Moeilijk doelwit

Recent laaide de discussie over armoede weer op. Aanleiding waren de cijfers die Vlaams minister Liesbeth Homans aanbracht om het succes van haar naar eigen zeggen structurele beleid te staven.

Meteen corrigeerden verschillende sociale wetenschappers dat het probleem helemaal niet van de baan was. Het Netwerk tegen Armoede reageerde wijselijk met de oproep om niet te verzanden in een cijferdiscussie maar werk te maken van een echt armoedebeleid.

Maar zijn we daar klaar voor? Armoede is toch eindeloos complex, multi-dimensioneel, onvatbaar en een moeilijk bewegend doelwit?

Toch grijpbaar

Die houding bevat een portie waarheid. Armoede raakt aan verschillende beleidsdomeinen. De wereld van armoede is zeer complex.

“De structurele oorzaken zijn gekend.”

Maar het is ook gewoon onnodige mystificatie. De structurele oorzaken van armoede zijn gekend. Ze kunnen aangepakt worden. Het is niet zo dat we geen flauw benul hebben van wat kan werken. Toch danst men hier te vaak rond.

Tekort aan economische middelen

Voorwaarde is dat je helder krijgt wat armoede is. “Armoede is de situatie waarin iemand een zodanig tekort heeft aan economische middelen in verhouding tot de algemene levensstandaard dat hij sociaal uitgesloten raakt op meerdere levensdomeinen. De kloof met de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving die daaruit volgt, kan hij niet louter op eigen kracht overbruggen”.Coene, J., e.a. (2016), ‘Inleiding. Energiearmoede structureel bestrijden’, in Oosterlynck, S., e.a. (red.) (2016), Armoede en Sociale Uitsluiting. Jaarboek 2016, Antwerpen, Universiteit Antwerpen.

Bij armoede staat een tekort aan economische middelen centraal. Armoede uit zich in verschillende vormen van uitsluiting, maar ergens moet de koppeling met inkomenstekort of hoge kosten gemaakt worden. Armoede is meer dan geldtekort, maar nooit minder. Er zijn geen rijke armen.

Structurele parameters

Wat bedoelen we wanneer we zeggen dat de kloof met de algemene levenstandaard een structureel probleem is? Dat wil zeggen dat de indeling en werking van de samenleving ervoor zorgt dat in België de laatste decennia steeds tussen de 10 en 15% van de bevolking op een zijweg van de algemene leefpatronen terechtkwam.Cantillon, B., Van Mechelen, N., Frans, D., Schuerman, N. (2014), Het glazen plafond van de actieve welvaartsstaat: twee decennia ongelijkheid, armoede en beleid in België, Antwerpen, Berichten Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck.Die pijnlijke stabiliteit verraadt dat de kloof geen toevallig maar wel een structureel probleem is.

“Armoede is meer dan geldtekort, maar nooit minder.”

Wanneer structurele parameters zoals het minimumloon of de sociale zekerheid anders zijn, krijgen we heel andere percentages. Kijk je naar pakweg Mexico, dan krijg je heel andere cijfers. Armoede heeft geen éénmalige oorzaak. Het gaat om een decennialang proces van structurele productie van maatschappelijke kwetsbaarheid.

Systeem en individu

We kunnen structuren benaderen vanuit twee invalshoeken. Ofwel gaat het over eigenschappen van ons sociale systeem die armoede produceren. Ofwel gaat het over obstakels in het leven van mensen die reeds arm zijn.

Het eerste perspectief geeft inzicht in het ontstaan van armoede. Het tweede geeft inzicht in de hindernissen om uit armoede te ontsnappen. Hier brengen we vooral het eerste perspectief in beeld.

Structurele oorzaken

Welke zijn dan die structurele oorzaken van armoede? Verschillende theorieën en onderzoeken brengen die in beeld.Ghys, T. (2016), Sociale Innovatie en Structurele Armoedebestrijding, Antwerpen, Universiteit Antwerpen.

De context waarin armoede zich afspeelt, is de ongelijke verdeling van welvaart. In die context van ongelijkheid wordt verwacht dat individuen via de arbeidsmarkt in geïndividualiseerde behoeften voorzien.

Die opdracht is moeilijk voor kinderen, ouderen, zieken, studenten of gehandicapten. En niet iedereen kan terugvallen op sterke directe solidariteit, zoals de bescherming die gefortuneerde ouders bieden. Dit maakt dat er een voortdurende productie van kwetsbaarheid is.

Relatief vangnet

Om dit op te vangen, bestaat er in een welvaartstaat het sociale zekerheids- en bijstandsstelsel. Maar we stellen vast dat verschillende sociale uitkeringen zoals het leefloon onder de armoedegrens liggen.

“Er heerst wantrouwen tegenover kwetsbare groepen.”

Uit politieke discussies blijkt dat dit voor sommigen ook de bedoeling is, gezien het wantrouwen dat heerst tegenover kwetsbare groepen. Bovendien is niet iedereen gedekt door dit vangnet en blijft structureel ondergebruik van voorzieningen bestaan.

Structurele werkloosheid

Maar ook wie zich op de arbeidsmarkt begeeft, kan uit de boot vallen. Er is structurele werkloosheid, die onder andere te maken heeft met het vervangen van menselijke arbeid door machines en robotten. Met een nieuwe industriële revolutie aan de horizon is dit zeer actueel.

Daarnaast is er altijd een volume aan frictiewerkloosheid bij mensen die van sector wisselen. Ook in goede tijden genereert het kapitalisme persoonlijke crisissen door ‘creatieve destructie’: het principe dat innovatieve bedrijven anderen uit de markt dringen. Dit gaat niet alleen om werknemers van failliete bedrijven, maar ook om zelfstandigen die schulden overhouden na een faillissement.

Werkende armen

Ook het soort jobs is van belang. Door globalisering is er verandering in de gevraagde competenties. Het aandeel ‘ongeschoolde’ arbeid slinkt. Daardoor vinden bepaalde groepen nu moeilijker een job.

“Het aantal werkende armen neemt zorgwekkend toe.”

In West-Europa stelt het probleem van lage lonen zich minder scherp dan in bijvoorbeeld Midden-Amerika. Maar afhankelijk van de sector, de gezinssamenstelling en kosten kan het moeilijk zijn met een minimumloon rondkomen. Het aantal werkende armen neemt zorgwekkend toe.

De armoede bij werkende mensen is ook deels toe te schrijven aan onder- en tijdelijke tewerkstelling. Veel jobs bieden maar een deeltijdse tewerkstelling. Daarnaast is er ook veel korttijdige tewerkstelling en seizoensarbeid.

Dit zorgt ervoor dat een deel van de werkende bevolking ook crisissen in het inkomen zal ervaren. Werkloosheid op zich is niet zozeer het probleem. De arbeidsmarkt genereert ook persoonlijke en relationele crisissen. En daarmee meteen ook risico’s op armoede.

Actieve en passieve uitsluiting

Vervolgens is er de vertaling van kwetsbaarheid en inkomenstekorten in structurele sociale uitsluiting. Die kan zowel actief als passief zijn.

Actieve sociale uitsluiting vertrekt vanuit ongelijkheid. Het gaat over bewuste uitsluiting van groepen volgens breuklijnen zoals etniciteit, klasse of gender. Denk aan de bestaande discriminatie op de arbeidsmarkt van mensen met Noord-Afrikaanse afkomst.

“Sommige groepen worden bewust uitgesloten.”

Passieve of automatische uitsluiting is doorgaans geen intentioneel proces. Het draait om de graad van hoeveel zaken in het leven koopwaar zijn en waarvoor je dus geld nodig hebt. Dit zorgt er structureel voor dat mensen met weinig economische middelen uitgesloten raken op andere levensdomeinen zoals wonen, scholing en gezondheid. Omgekeerd kan een gebrek aan toegang tot domeinen als transport en mobiliteit een inkomenstekort veroorzaken. Dan ontstaat een cirkel van uitsluitingen.

Sommige domeinen van uitsluiting wegen zwaarder. Zo is wonen na inkomen het belangrijkste domein voor armoede. Woonkosten vormen de grootste hap uit het budget van mensen in armoede. Bovendien heeft de locatie en kwaliteit van de woning invloed op de gezondheid, het gezin en de kansen op mobiliteit.

Politiek en kapitalisme

Structurele oorzaken van armoede zijn dus aanwijsbaar, ook al is bovenstaande uiteenzetting niet volledig. Toch moeten we daar voetnoten bij plaatsen. Ingrijpen op deze structurele factoren impliceert herverdeling. En dat gaat in tegen de belangen van bepaalde groepen.Dierckx, D. en Ghys, T. (2013), ‘Solidariteit en herverdeling in structurele armoedebestrijding’, in Dierckx, D., e.a. (red.), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2013, Leuven, Acco.

“Ingrijpen impliceert herverdeling.”

Dit maakt dat een politiek draagvlak een beslissende rol speelt in de reproductie van armoede. Hoeveel politiek draagvlak er is om iets aan armoede te doen, hangt samen met de sociale en culturele status van mensen in armoede. Zij worden vaak gestigmatiseerd. Dat het structurele probleem ook cultureel en politiek is, weten organisaties als Samenlevingsopbouw Vlaanderen en het Netwerk tegen Armoede natuurlijk al langer.

Bovendien hebben verschillende structurele mechanismen wortels in het kapitalistische systeem. Dat intuïtief aanvoelen wordt zelden expliciet gemaakt. Het lijkt een taboe. Erkennen dat het kapitalisme een deel van ons sociale weefsel ontwricht, houdt niet in dat alles slecht is en anders moet. Ook wanneer Lenin en Marx in de kast blijven, is het zinvol te erkennen dat structurele armoedebestrijding soms tegen de logica van de markt moet ingaan.

Structurele armoedebestrijding

Wat is dan structurele armoedebestrijding? Verschillende invullingen doen de ronde, gaande van algemeen beleid dat focust op enkele kernpunten, over het integreren van verschillende actoren in beleidsvorming tot empowerment van mensen die in armoede leven.

Door die brede spreidstand lijden de termen ‘structureel’ en ‘armoedebestrijding’ aan inflatie.Suijs, S. (2012), Ervaring aan de grens. Hedendaagse armoedebestrijding in Vlaanderen, Leuven, KU Leuven.Het is onduidelijk waar de combinatie nog over gaat.

“De term structurele armoedebestrijding lijdt aan inflatie.”

Een minimale invulling van structurele armoedebestrijding moet gaan over ingrijpen op de sociaal-economische structuren die het probleem reproduceren. Oplossingen die het voorvoegsel ‘structureel’ verdienen, grijpen in op de diepgewortelde oorzaken van het probleem.

Kaasomelet maken

Wie de termen anders gebruikt, verkoopt onzin. Oplossingen moeten leiden tot een reductie van armoede, al valt dat moeilijk op voorhand te voorspellen. Anders zijn het structurele ingrepen, geen structurele armoedebestrijding.

Samengevat in een metafoor. Als je zonder kaas een kaasomelet wil maken, zal dat niet lukken. Je hoeft daarvoor zelfs niet te proeven. Gebruik je wel kaas, dan zal je eerst moeten proeven om te beoordelen of het gelukt is.

Grenzen verleggen

Concreet betekent dit dat ofwel de economische middelen moeten toenemen, ofwel moet de uitsluiting die daarop volgt voorkomen worden.

Laten we beginnen met de tekorten in het sociale vangnet. Een verhoging van de uitkeringen die onder de armoedegrens liggen, heeft een belangrijk effect op het armoedecijfer. Daarnaast zou een automatische toekenning van rechten veel armoede wegfilteren.

Het verhogen en meer selectief inzetten van de kinderbijslag had ook zijn vruchten afgeworpen. Alleen heeft men in Vlaanderen een andere keuze gemaakt.

Toegankelijker maken

De ongelijke toegang tot maatschappelijke goederen moet verbeteren. Dit betekent het tegengaan van actieve uitsluiting en ongelijkheid op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Hoe dit allemaal moet gebeuren, is voer voor debat.

Passieve uitsluiting moet aangepakt worden door collectieve voorzieningen toegankelijker te maken. Concreet zouden meer sociale woningen zorgen voor minder mensen in armoede. Ook ingrepen in de gezondheidszorg, kinderopvang en energiebeleid kunnen het verschil maken.

“Sociale woningen zorgen voor minder armoede.”

Daarnaast betekent structurele armoedebestrijding ook ingrijpen op de arbeidsmarkt. Dat betekent niet een groeigericht beleid blindelings versterken, maar wel het tegengaan van sociale dumping of het uitbreiden van principes van sociale economie. Groepen die op de reguliere arbeidsmarkt langs de kant blijven staan, moeten nieuwe kansen krijgen.

Randvoorwaarden

Uiteraard is een langere en meer gedetailleerde lijst mogelijk. Het punt is dat dit het soort zaken zijn die de naam structurele armoedebestrijding verdienen. Bovengenoemde punten gaan eerder over macro-beleid, maar de aangehaalde principes gelden ook op lokaal vlak of binnen sociale innovatie.

Structurele armoedebestrijding is ook het scheppen van een draagvlak voor al het voorgaande. Dat kan door politisering, sensibilisering en het ondersteunen van organisaties die de stem van mensen in armoede mobiliseren.

“Een sterk sociaal werk is belangrijk.”

Er is ook een ondersteunende rol weggelegd voor het begeleiden van mensen rond die verschillende structurele obstakels. Een sterk en professioneel sociaal werk is belangrijk. Maar alleen dat is onvoldoende om de structurele oorzaken weg te nemen.

Minister van Armoedemanagement

Niet alle initiatieven van armoedebestrijding vallen onder de noemer ‘structureel’. Het is mogelijk om op individueel niveau armoede te bestrijden zonder dat er iets verandert aan de re-productie van armoede.

Vooral federale staatsecretarissen voor armoede zijn sterk in het voorstellen en uitwerken van niet-structurele oplossingen. Zo zette gewezen staatssecretaris Maggie De Block zich in 2014 in de schijnwerpers door shampoo en tandpasta uit te delen aan daklozen. En huidig staatssecretaris Zuhal Demir verwacht het verschil te maken met apps voor gedragsverandering.

Belangrijk is helder te houden wat structurele armoedebestrijding wel en niet is. En soms moet je dweilen met de kraan open, zeker als het om je eigen huis gaat. Ondanks structurele ingrepen op de arbeids- en woonmarkt, moet je bijvoorbeeld dakloosheid ook hier en nu controleren en managen.

“Soms moet je dweilen met de kraan open.”

Zo’n armoedemanagement is trouwens een meer passende beschrijving van het mandaat van Vlaams minister van Armoedebestrijding Homans en haar voorgangers. Vooral die eenzijdige focus hierop bij armoedebestrijding is een probleem.

Ingrijpen kan

In de strijd tegen armoede zijn nog overwinningen mogelijk. Maar bij claims over het verband tussen beleid en een reductie in armoedecijfers, moeten we in de eerste plaats een uitleg horen over hoe een bepaalde benadering structureel ingrijpt op het armoedeprobleem.

Dat geldt trouwens ook voor interessant klinkende principes zoals co-creatie, participatie, sociale innovatie en empowerment. Moest de armoede plots spectaculair dalen terwijl de structurele condities hetzelfde blijven, dan zal ik met plezier mijn structurele analyse bijstellen. Maar ik neem geen genoegen met het cliché dat armoedebestrijding een complexe of moeilijk meetbare zaak is.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen