De ene thuisloze is de andere niet

Meer dan geen dak boven het hoofd

Dak- en thuisloosheid is wereldwijd een groot en groeiend probleem. Naar schatting leven in België 17.000 dak- en thuislozen. Onderzoek, initiatieven en beleidskeuzes kunnen het tij moeilijk keren. Hoe zien dak- en thuislozen dat?Deze bijdrage is gebaseerd op Van der Velden, K. (2017), Thuisloosheid door de ogen van (ex-)thuislozen, masterproef Sociaal-Economische Wetenschappen, Universiteit Antwerpen.

thuisloosheid
©123rf

Dak- en thuislozen bevraagd

Tussen februari en april 2015 bevraagden we zeventien thuislozen. Thuisloosheid is een problematiek die zich vooral in steden afspeelt.Meys, E. en Hermans, K. (2014), Nulmeting dak- en thuisloosheid, Leuven, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.Er werd gekozen om daar te zoeken naar thuislozen die aan het onderzoek wilden deelnemen. De interviews vonden plaats in Antwerpen, Gent of Kortrijk.

De thuislozen werden gecontacteerd via Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW), Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW), het voetbalproject ‘Belgian Homeless Cup’ en verenigingen waar armen het woord nemen.

Wat is dak- en thuisloosheid?

We vroegen aan deze mensen wat ze verstaan onder dak- en thuisloosheid. Zo kon er vergeleken worden met de definities van organisaties en wetenschappelijk onderzoek.

De definities in wetenschappelijk onderzoek kunnen we opdelen in twee groepen. Een eerste groep legt de nadruk op het ontbreken van huisvesting. Een tweede schuift de maatschappelijke en relationele kwetsbaarheid naar voor als kenmerkende eigenschap.

“De term ‘thuisloos’ dekt beter de lading.”

Ook thuislozen maken dit onderscheid. Sommige omschrijven thuisloosheid als een gebrek aan huisvesting. Anderen geven aan dat ook andere factoren verbonden zijn aan het missen van onderdak. Ze wijzen op een gebrek aan warmte, een vertrouwde omgeving, familie, een rustplaats en een plaats van ontspanning. Vanuit dat perspectief dekt de term ‘thuisloosheid’ beter de lading dan ‘dakloosheid’.

Breuk of opeenstapeling

Thuislozen zien verschillende oorzaken van de precaire situatie waarin ze beland zijn. Sommige thuislozen vertellen een gestructureerd levensverhaal. Ze wijzen een breukmoment aan waarop vervolgens de thuisloosheid volgde. Dat waren vooral relatiebreuken en uithuiszettingen.

“Ik had een vriendin, ik had werk. Maar mijn vriendin is weggelopen. Ze heeft dan iemand anders leren kennen. Ik had vast werk. Ik ben dan alles kwijt gespeeld. Ik ben ook uit het huis gezet omdat ik de huur niet meer kon betalen.” (R15, 43 jaar, man)

“Sommige thuislozen wijzen een breukmoment aan.”

Andere thuislozen wijzen geen breuk aan. Ze zoeken een verklaring bij een opeenstapeling van stressvolle levensgebeurtenissen. Die leiden tot uitsluiting op verschillende domeinen, waardoor ze de noodzakelijke ankerpunten met de samenleving verliezen. Ze belanden in een toestand van persoonlijke, maatschappelijke en relationele kwetsbaarheid en worden uiteindelijk thuisloos.

Dat gaat dan onder andere over relatiebreuk met partner, breuken in sociale contacten met familie, verblijf in instellingen, verblijf in de gevangenis en een problematische gezinssituatie. Van de mannelijke thuislozen heeft meer dan 60% een verleden in de gevangenis.

“Mijn problemen zijn begonnen toen ik weeskind geworden ben. Eerst kwam ik in een tehuis terecht. Van mijn achttiende tot mijn vijfentwintigste zat ik in de gevangenis. Toen ik daar uit kwam, is het allemaal bergaf gegaan. Ik ben eigenlijk aan mijn lot overgelaten toen. Mijn vriendin is bij mij weggegaan. Ik was alles kwijt.” (R16, man)

Slechte ervaring

De periode van thuisloosheid is voor alle thuislozen een slechte ervaring. “De eenzaamheid. De onmacht die je hebt. Je wilt dingen bereiken, maar je kan ze niet bereiken op dat moment. Voor de rest word je eigenlijk niet echt aan je lot overgelaten, maar het voelt wel zo.” (R9, 30 jaar, vrouw)

“Koude, honger en dorst zijn pijnlijke herinneringen.”

Koude, honger, dorst en een gebrek aan sanitaire mogelijkheden zijn veel gehoorde pijnlijke herinneringen. Daarnaast speelden ook heel wat mentale moeilijkheden tijdens deze periode.

Overleven of verder gaan

Ondanks deze gemeenschappelijke ervaring gaan niet alle thuislozen op dezelfde manier om met hun precaire leefsituatie.

Een eerste groep focust op overleven en bevredigen van basisbehoeften. Deze mensen leven van dag tot dag en gaan vooral op zoek naar eten en drinken. Een andere groep probeert te ontsnappen aan de thuisloosheid. Deze mensen proberen hun administratieve chaos weer op orde te krijgen. Ze zoeken nieuwe ankerpunten in de samenleving of willen breuken uit het verleden herstellen.

Dit verschil kan ten dele verklaard worden door de persoonlijkheid van de thuisloze. Afhankelijk van persoonlijkheidskenmerken gaan mensen met dezelfde stresserende situatie anders om. Neurotische mensen geraken verlamd en durven daarom geen stappen te ondernemen. Iemand die consciëntieus is, gedraagt zich doelgericht en gaat op zoek naar resultaat.De Raad, B. (2000), The Big Five Personality Factors: The psycholexical approach to personality, Hogrefe & Huber Publishers.

“Mensen moeten gemotiveerd zijn om hun situatie te veranderen.”

Mensen moeten ook gemotiveerd zijn om hun situatie te veranderen. De ene staat daarin verder dan de andere.Prochaska, J., e.a. (1985), ‘Predicting change in smoking status for self-changers’, Addictive Behaviors, 10, 395–406.Waar de een zich nog in een ontkenningsfase bevindt, heeft de ander de motivatie al gevonden om zijn problemen aan te pakken. Wie actief zijn situatie probeert om te buigen, situeert zich in een hoger stadium van verandering dan wie gericht is op het bevredigen van zijn basisbehoeften.

Een laatste verklaring ligt in de schaarste-theorie.Mani, A., e.a. (2013), ‘Poverty impedes cognitive function’, Science, 341(6149), 976-980.Mensen die in armoede leven, zijn voornamelijk bezig met kortetermijnbeslissingen. Ze denken minder na over andere zaken. Dat verklaart waarom een deel van de respondenten zich niet bezighoudt met het opbouwen van een duurzame toekomst. Wellicht bevinden deze mensen zich in de meest gedepriveerde materiële situatie.

OCMW en CAW

OCMW’s en CAW’s zijn belangrijke hulpaanbieders aan dak- en thuislozen.De Bolle, G. (2013), Meer dan een dak boven het hoofd. Een narratief onderzoek naar de betekenisverlening van hulp- en dienstverlening door bewoners van tijdelijke huisvesting, Universiteit Gent, ongepubliceerde masterproef.Het CAW is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor begeleiding en opvang, het OCMW voornamelijk voor het financiële luik. Toch heeft ook het OCMW verschillende opvangvormen.

“De helft heeft negatieve ervaringen met het OCMW.”

De meningen over de gekregen hulp van het OCMW zijn verdeeld. De helft van de thuislozen heeft negatieve ervaringen met het OCMW. Ze zijn meestal een gevolg van de ervaring dat het OCMW gevraagde hulp weigert. Volgens de thuislozen is die weigering vaak onterecht en wordt ze ook niet verantwoord.

“Met het OCMW kan je gaan praten en dan krijg je een ja of een nee. Meestal is het een nee. Die doen niets.” (R3, 49 jaar, man)

Instelling en begeleider

De negatieve reacties gaan meestal over het OCMW als instelling. Over haar begeleiders zijn de reacties positiever.

“Ik heb veel steun gekregen van mijn begeleidster. Ik heb op een zeker moment problemen gehad met de ziekenkas. Ik zei tegen haar dat ik zo niet kon blijven rondlopen, na twee maanden zonder uitkering. En zij heeft een paar telefoontjes gedaan en op het einde van de maand zou het op mijn rekening komen. En het achterstallige bedrag is er ook bijgekomen. Zij en haar collega waren zeer goed.“ (R15, 43 jaar, man)

“Een vertrouwensrelatie motiveert de thuisloze.”

Een deel van de thuislozen voelt zich door de begeleiding niet altijd begrepen. Dat kan volgens hen alleen als een begeleider eerst zelf een ervaring heeft met thuisloosheid. Thuislozen vinden het positief dat een hulpverlener interesse toont. Een vertrouwensrelatie motiveert de thuisloze om zijn situatie aan te pakken.

De meningen over het CAW en zijn hulpverleners zijn over het algemeen positief. “Ik zie dat sommige medewerkers van het CAW echt gemotiveerd zijn. Ze zijn gemaakt om maatschappelijk werker te zijn. Er zijn mensen bij met 60 dossiers in de week en ze blijven lief, ondanks alle problemen waar zij mee moeten omgaan.” (R17, 49 jaar, man)

Verschillende opdrachten

Een verklaring voor het verschil in ervaringen met OCMW en CAW ligt in het onderscheid in takenpakket. Het OCMW beheert de financiële kant van de zaak, het CAW voorziet begeleiding en opvang.De Boyser, K., e.a. (2010), Onderzoek naar de OCMW-hulpverlening aan dak- en thuislozen, Brussel, POD Maatschappelijke Integratie.

Soms neemt de OCMW-begeleider een dubbele rol op. Hij stelt het leefloon ter beschikking, maar controleert het ook. Die dubbele rol kan een goede vertrouwensband met de cliënt in de weg staan.Declercq, A. en Hermans, K. (2005), Recht op maatschappelijke dienstverlening, Leuven, Lucas.

“Een OCMW-beslissing heeft een meer directe impact.”

Bovendien hebben beslissingen van het OCMW vaak een directe impact op de situatie van de thuisloze. Beslist het OCMW om niet langer een leefloon uit te keren, dan heeft de thuisloze het nog moeilijker om zijn basisbehoeften te bevredigen. Loopt er iets mis bij de hulpverlening van het CAW, dan heeft dat minder negatieve invloed op de thuisloze. Ook daar kan een verklaring liggen voor de moeilijkere relatie ten aanzien van het OCMW.

Geen geschikte woning

Een aantal thuislozen vindt de wachttijd voor een sociale woning te lang. Ze zijn vaak al maanden ingeschreven. “Je moet eerst zes jaar op een wachtlijst staan vooraleer je een sociale woning krijgt. Dan verschieten ze dat er ongelukken gebeuren. Niet alle mensen blijven wachten, he.” (R6, 41 jaar, man)

Volgens enkele thuislozen helpen OCMW’s en CAW’s allochtonen sneller aan huisvesting. Die indruk kan ontstaan vanuit de toekenningsregels voor sociale woningen. Een thuisloze kan een sociale woning geweigerd zien, terwijl iemand met migratie-achtergrond wel een sociale woning toegewezen krijgt. Toch kan de thuisloze, bij gebrek aan kennis van het dossier, zijn indruk van discriminatie moeilijk objectief staven.

“Vaak zijn huurprijzen onbereikbaar.”

Feit blijft wel dat heel wat daklozen geen geschikte woning vinden. Vaak zijn huurprijzen onbereikbaar voor wie leeft van een karig leefloon, werkloosheids- of invaliditeitsuitkering.

Een thuisloze geeft ook aan dat verhuurders vaak liever geen kandidaten met OCMW-steun over de vloer krijgen: “Als je lang thuisloos bent, wordt het moeilijk om aan een woonst te geraken. Ook omdat je niet werkt en dan moet je het met een werkloosheidsuitkering doen. Bij het OCMW kan je wel een borg vragen, maar veel huisbazen pakken dat niet aan.” (R3, 49 jaar, man).

Voetballen helpt

Sommige thuislozen kloppen aan de deur bij laagdrempelige organisaties, bijvoorbeeld de ‘Belgian Homeless Cup’. Dat is een samenwerking tussen steden, OCMW’s, CAW’s, straathoekwerk en (semi-)professionele voetbalclubs.

Tijdens voetbalactiviteiten komen ze in contact met mensen met dezelfde problemen. Ze worden ook aangestuurd door een voetbalcoach. Doordat er systematisch getraind wordt, kunnen thuislozen ook opgevolgd worden.Ballegeer, B. (2014), ‘Belgian Homeless Cup: dak- en thuislozen spelen voetbal’, in Lescrauwaet, D. e.a. (red.), Een thuis voor meer dan een dag. Mythes, feiten en verhalen over thuisloosheid, Leuven, LannooCampus, 179-194.

“Een alternatieve aanpak is vaak succesvol.”

Dit voetbalinitiatief gooit het over een heel andere boeg dan de klassieke opvang- en begeleidingsdiensten. Dat alternatief is vaak succesvol omdat veel dak- en thuislozen hun geloof in de ‘klassieke’ hulpverlening kwijt zijn. Een alternatieve manier van hulp kan in de toekomst een belangrijke rol spelen om thuislozen ongedwongen op te volgen.

Housing First

Nog zo’n andere aanpak is Housing First. In de hulpverlening bestaat al enige tijd een alternatieve manier om chronische thuislozen die kampen met verslavings- of psychiatrische problemen, permanent te huisvesten. In plaats van thuislozen eerst een langdurig traject te laten doorlopen, helpt Housing First deze mensen meteen aan een woonst, samen met ongedwongen en flexibele begeleiding.

Dat alternatief blijkt beloftevol. Dankzij de Housing First-aanpak blijven daklozen langer in eenzelfde woning en hervallen ze minder in dakloosheid.Bogaerts, N. (2016), ‘Housing First werkt’, Sociaal.Net, 10 februari 2016; Buxant, C. (2016), The role of social experimentation in driving change in the homeless sector: Observations from Belgium, ongepubliceerde presentatie.

Ook de thuislozen zijn voorstander van zo’n aanpak. Deze methode geeft hen een nieuwe kans om hun woonst te behouden. Bovendien zorgt een vaste woonst volgens een aantal thuislozen voor stabiliteit in het leven. “Als je geen dak boven je hoofd hebt of geen woning hebt, kun je sowieso geen thuisgevoel hebben. En als je je niet goed in je vel voelt, kun je geen job hebben. Je kan niet presteren. Psychisch kan je dat niet houden.” (R1, 28 jaar, vrouw)

Schuld en stigma

Het Europese beleidsperspectief beschouwt dak- en thuisloosheid als een vorm van sociale uitsluiting.Edgar, W. en Meert, H. (2005), Fourth Review of Statistics on Homelessness in Europe. The ETHOS Definition of Homelessness, Brussel, Feantsa.Toch acht de publieke opinie de thuisloze nog vaak persoonlijk verantwoordelijk voor zijn situatie.Da Costa, L.P. and Dias, J.G. (2014), ‘Perceptions of poverty attributions in Europe: a multilevel mixture model approach’, Quality & Quantity, 48(3), 1409-1419.

“Thuislozen geven zichzelf een deel van de schuld.”

Alle bevraagde thuislozen geven zichzelf een deel van de schuld. Daarnaast wijzen ze vooral naar ex-partners of foute vrienden. Geen enkele thuisloze schuift de verantwoordelijkheid voor thuisloosheid volledig van zich af. Enkelen leggen de schuld volledig bij zichzelf. Ze zien thuisloosheid als een levensperiode waar ze hebben gefaald.

De meeste thuislozen vertellen dat heel wat mensen in de omgeving hen de schuld gaven voor hun situatie. Ze gaven aan gestigmatiseerd te worden door buren of voorbijgangers.

Veel werk

Dak- en thuisloosheid is meer dan geen onderdak. Thuislozen wijzen op verschillende elementen die aanwezig moeten zijn om van een huis een thuis te maken. Om uit de situatie van thuisloosheid te stappen, moeten thuislozen heel wat werk verrichten. Waar kan, moet de samenleving dat werk verlichten.

“Een strategische aanpak ontbreekt.”

Wat te denken van een centraal punt waar thuislozen telkens kunnen naar terugkeren, onder andere om het nodige papierwerk te verrichten? Kunnen we echt geen oplossing vinden voor de dubbele functie van de OCMW-medewerker? En er valt heel wat te leren van alternatieve maar succesvolle initiatieven.

Meer algemeen is het hulpverleningsaanbod in Vlaanderen versnipperd. Een strategische aanpak om dak- en thuisloosheid aan te pakken, ontbreekt. Verder onderzoek naar de effectiviteit van de hulpverlening is nodig. De meest effectieve diensten kunnen dan uitgebreid worden, zodat een groter deel van de thuislozen geholpen kunnen worden.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen